Rss Feed
Tweeter button
Facebook button
Technorati button
Myspace button
Linkedin button

Pinkpop 2010- een verslag

foto: joseph voncken

Pinkpop 2010 beloofde op voorhand weinig muzikaal spektakel en geheel volgens de verwachtingen was het er dan ook minder druk dan door de organisatie gehoopt. Maar zoals zo vaak komt dat dan weer ten goede aan de sfeer op de festivalwei. Geen gedrang, nauwelijks wachtrijen en bij gebrek aan stadion-acts niet al te veel dagjesmensen die alles voorafgaand aan hun favorieten als voorprogramma zien. Kortom, het was beregezellig in Landgraaf, waar tussen het socializen, bierdrinken en ouwehoeren door ook muzikaal voldoende viel te genieten.

Vrijdag

Kasabian is, zoals ik al vreesde, een grote onbekende voor het muzikaal achtergestelde 3FM-publiek. De band die elders wel met open armen en gejuich wordt ontvangen staat in Landgraaf bovendien te vroeg op het verkeerde podium waardoor het vuurtje dat Tom Meighan en co op de bühne aansteken nooit overslaat naar de andere kant van het dranghek. Jammer. Hetzelfde verhaal gaat ook op voor Motörhead. Als je Lemmy (foto) laat opdraven voor een wei vol argeloze kids met roze petjes, op een tijdstip dat ie normaalgesproken nog in zijn bed ligt te ronken, hoef je je niet te verbazen als hij op de automatische piloot staat. Gelukkig heeft Motörhead genoeg ervaring in huis om ook puur op routine een overtuigende set op de planken te brengen, al mogen er wat mij betreft wat meer klassiekers op de setlist. Bovendien kan het concert de boeken in als Motörhead’s zachtste optreden ooit want het geluid staat in Landgraaf weer eens op de fluisterstand. Ik weet dat zulks op Pinkpop altijd het geval is maar wennen doet het nooit. Zeker niet als je Motörhead op het affiche zet. Ik zeg: Fail! Gelukkig heeft de geluidsinstallatie in de Converse-tent geen begrenzer want de optredens op deze locatie zorgen doorgaans wel, zoals het hoort, voor wapperende broekspijpen. Zo ook tijdens het spetterende feestje van Gossip, dat de tent op haar grondvesten doet schudden. Moordwijf Beth Ditto ontpopt zich andermaal als een podiumbeest van de hoogste orde met een strot om U tegen te zeggen en een band die zowel funkt als punkt en op een stel moderne onweerstaanbare dansklassiekers trakteert. Top! Rammstein mag de eerste dag afsluiten met een vertrouwde doch ietwat eentonige gitaarmuur en een hoop spierballenvertoon die ons moet doen vergeten dat de songs van de laatste drie albums mijlenver achterblijven bij die van de eerste drie. En die pyromanenshow kennen we inmiddels ook wel. Op Pinkpop ’97 keek de nietsvermoedende meute voor het Noordpodium nog op van dit teutoonse totaaltheater, vijf jaar later op het hoofdpodium bleek de band haar sound en show tot in de perfectie te hebben vervolmaakt, maar anno 2010 werkt Rammstein met nog meer van hetzelfde toch ook een beetje op de lachspieren. Typisch een geval van niet weten wanneer te stoppen. Typisch een geval ook van holle vaten die het hardst klinken. Jammer, want dat de band muzikaal best wat in huis heeft wordt ook dit jaar weer duidelijk.

Zaterdag
Everything Everything swingt, doet aan jaren ’80 synthpop maar dan overgoten met een indie-sausje en voorzien van hippe Afrikaanse gitaarklanken. Denk aan de jonge broertjes van Foals of Vampire Weekend maar dan met een twist. Everything Everything lijkt nog zoekende naar een eigen gezicht, staat derhalve wellicht iets te vroeg op dit te grote podium maar maakt hoe dan ook nieuwsgierig naar de nabije toekomst. Kudos voor de organisatie omdat ze een band als deze nu al durft te programmeren. C’mon & Kypski doen een leuk trucje met een videoscherm maar vieren vooral carnaval en daar heb ik in de lente nu eenmaal geen zin in. Met Editors heb ik een bescheiden haat-liefde verhouding. Ten tijden van het debuut ‘The Back Room’ lag ik aan hun voeten maar met het slappe ‘An End Has A Start’ en een paar ongeïnspireerde optredens later verdween de magie. Maar ziedaar, Editors (foto) vergeten op Pinkpop de krakers uit de begindagen niet, selecteren van hun latere platen de smakelijkste songs en spelen vol bezieling met een volgzame en swingende massa als terechte beloning. En ik ben weer helemaal om. Voor de échte topper van de dag moeten we echter een podium verderop zijn waar 2Many DJs de Converse-tent laat ontploffen met een indrukwekkende stoet acid- en technoclassics die naadloos wordt gemashed met een dwarsdoorsnede van de popencyclopedie. Zo komen onder anderen Abba, Pink Floyd, Roxy Music, Het Goede Doel, John Paul Young, Guns N’ Roses, Joy Division, Queen, Gossip en MGMT voorbij alsof ze nooit anders hebben geklonken. Keihard en swingend, zoals het hoort. Headliner Green Day begon als punkband maar doet tegenwoordig vooral aan radiovriendelijke rock en brave pop en schudt als een geöliede machine de ene na de andere hit uit haar mouw. De Film-Van-Ome-Willem-presentatie van frontman Billie Joe Armstrong doet het goed bij de wel erg jeugdige fans, die uit volle borst meezingen en met hun armen mogen zwaaien, al dan niet vanaf papa’s schouders. Kortom, veel geregisseerd spektakel, weinig inhoud maar wel een retestrak optreden. De overdaad aan vuurwerk is dus niet de enige overeenkomst met de headliner van vrijdag.

Zondag
Hoe dag drie beter te beginnen dan met de springerige dansbare indiepop van The Maccabees? Jeugdig en enthousiast en voor de gelegenheid uitgebreid met een blazersectie. Prima songs, strakke performance, niets mis mee. The Maccabees is een naam om te onthouden. Net als die van Dewolff. Een dampende Hammond, een ronkende Danelectro en een drummer die de juiste balans tussen hakken en grooven weet te vinden, meer heeft de jeugdige frontman Pablo van de Poel niet nodig om helemaal uit zijn plaat te gaan en met hem vele duizenden enthousiastelingen voor het podium. Zompige bluesrock, psychedelica en een scheut soul uit de keuken van Deep Purple en The Cream. Kleine mannen, grootse prestaties. Van de Poel gooit zijn gitaar in het publiek, bedankt ons voor de mooiste dag van zijn leven en wij bedanken hem voor één van de mooiste concerten van Pinkpop. Dewolff is een blijvertje. Na zoveel misplaatste bescheidenheid is het even wennen aan Danko Jones want wij zijn ineens allemaal nietige motherfuckers en Danko is de grote oppergod van de rock & roll en vooral een bad ass motherfucker die schijt heeft aan ons allemaal, onze vriendinnen zal neuken en grossiert in fuck you’s. Danko is geobsedeerd door fucking en sucking en wie niet voor hem op de knieën gaat is een cunt. Dat mijnheer tussen de stoere praatjes door niet verder komt dan wat halfbakken nietszeggende dertien-in-een-dozijn-rock doet er blijkbaar niet toe. Over geslachtsdelen gesproken; Haar nieuwe album zou blijk geven van nieuw muzikaal elan maar Kate Nash is nog steeds een matig zingende theemuts met liedjes die, als het even meezit, als aardig kunnen worden omschreven. Opzienbarender dan het op haar piano gekalkte “A cunt is a useful thing” wordt het echter nooit. Skunk Anansie is terug van weggeweest maar dat laatste had eerlijk gezegd niemand gemerkt. Haar band rockt nog altijd stevig en adequaat en ook de publieksfavorieten op de setlist zijn ongewijzigd. Typisch zo’n festivalact waar je je met een biertje in de hand niet aan kunt storen maar die je alweer vergeten bent zodra ze de bühne heeft verlaten. File under Mando Diao, dat (hun hitje uitgezonderd) een dag eerder ook vooral geschikt bleek als aangename achtergrondmuziek en Triggerfinger, dat haar stinkende best doet maar me niet van de bar kan losweken. Nee, dan is Yeasayer een stuk interessanter met diens intelligente kruisbestuiving van wereldmuziek, dance en indiepop. De New Yorkers starten voortvarend, kakken halverwege wat in maar zetten middels de fijne hitsingle ‘O.N.E.’ een overtuigende en swingende finale in. Een vreemde eend tussen de verder weinig spannende Pinkpopnamen maar daarom des te smakelijker. Ook spannend: Florence & The Machine, want een Kate Bush-achtige verschijning én een harp op het podium. Muzikaal is er niets mis met de arty-farty pop van de in een Jomanda-jurk over het podium zwevende Florence, maar door zichzelf te overschreeuwen en haar prima band volledig naar de achtergrond te verdringen jaagt ze me na een krap halfuur de tent uit richting Mika. Over Mika werd een beetje lacherig gedaan in mijn omgeving maar ik kan niet anders concluderen dat er niets mis is met zijn show en muziek. De man is en blijft een geweldige zanger, een rasentertainer en heeft een aantal aanstekelijke zomerse disconummers in huis die tussen alle gitaargeweld zowaar een welkome afwisseling vormen. Het lijkt dan ook niet geheel toevallig dat de zon juist dit optreden verkiest om voor het eerst die dag te stralen. Als er iets niet staalt zijn het de wandelende zoutzakken van The Pixies. Money talks en dat steken ze niet onder stoelen of banken. De back catalogus wordt ook op Pinkpop weer schaamteloos uitgemolken en de band oogt ongeïnspireerd als altijd. Maar zolang de vierkoppige jukebox puike versies van classics als Gigantic, Debaser, Wave Of Mutilation, Monkey Gone To Heaven en het betoverende Where Is My Mind? blijft spelen is het allemaal prima te pruimen en dwalen de gedachten even af naar dat memorabele optreden op dezelfde plek in 1989. En zo eindigt mijn Pinkpop met een stukje onversneden jeugdsentiment. The Prodigy laat ik schieten. Geen zin meer in bier uit plastic, even geen roze petjes meer zien en moe. Maar voldaan. Het was weer een mooi feest in Landgraaf. Volgend jaar weer? Domme vraag.

Gepubliceerd door Marco op 2 juni 2010 in Concerten | Permanente link

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Article by Marco Smeets

Marco Smeets Levensgenieter, Mijnstreek Oost, Parkstad Popstad, Grafisch gedoe, wannabe hardloper en de muziek in mijn hoofd... Marco Smeets tagged this post with: Read 193 articles by

Email

Categories

Like us

Afgrond Archief

Better Tag Cloud