|
Harry
Prenger
10 april 2004
Untitled Document
|
|
Van een
popjournalist mag je verwachten dat hij in het overweldigende muziekaanbod
het kaf van het koren scheidt. Om de platenkoper wegwijs te maken,
een duwtje te geven in de richting van goede muziek, ongeacht andere
maatstaven dan artistieke. In de praktijk valt dit echter flink tegen.
Het zijn moeilijke tijden voor de naar avontuur smachtende popliefhebber.
Met de hoesopening
naar beneden schuift de verkoper het stapeltje lp's in de tas. De
muziekliefhebber zwijgt. Buiten haalt hij de lp's tevoorschijn en
stopt ze op de juiste wijze weer terug in de tas. Dat wil zeggen,
de zijkant van de hoes naar beneden gericht. Zo voelt een plastic
tas vol lp's het lekkerst. De mooiste plastic tassen zijn wit, licht
transparant, zonder opdruk van de winkel. Je ziet nog net de contouren
van de lp er door schijnen. In gedachten loopt de muziekliefhebber
alvast vooruit op het resultaat van zijn speurtocht. Hij hoopt op
een voltreffer. Die moet de problemen van alledag opvouwen tot een
propje en in de vuilnisbak kieperen. De muziekliefhebber is een van
de weinigen die de lp van het onbekende bandje heeft gekocht. Glimlachend
vraagt hij zich af hoe lang het duurt eer het popjournaille zijn bandje
ontdekt. De muziekliefhebber herinnert zich nog goed hoe hij in de
jaren tachtig lp's van The Flaming Lips kocht. Destijds was niemand
geïnteresseerd in de band uit Oklahoma. Moet je nou eens kijken.
Pas bij de 46e lp strooit de popjournalist met superlatieven. Voortaan
mogen The Flaming Lips meedoen; ze zijn uitgegroeid tot lieverdjes
van de pers. Maar waar was de popjournalist ten tijde van Transmission
From The Satellite Heart, Hit To Death In The Future Head en Clouds
Taste Metallic, meesterwerkjes van excentrieke songsmederij?
KUDDEDIER
Jammer genoeg neemt de popscribent zelden het initiatief voor een
muzikale ontdekkingsreis. Doorgaans bepalen de platenmaatschappijen
of de tijd rijp is om een "nieuw" bandje te introduceren.
Dit gebeurt door middel van een uitgekiende marketingstrategie, die
de popjournalist moet prikkelen. Hapt er eentje toe dan volgt de rest
vanzelf, want ook de popjournalist is een kuddedier. Vervolgens doet
de scribent of zijn neus bloedt; vooral niks laten merken over zijn
eigen onwetendheid en over de vraag waarom hij de band jarenlang heeft
genegeerd. Intussen wordt doodleuk het goede geweten verkondigd en
het virus der culturele correctheid verspreid. Dit zwaktebod degradeert
de popjournalist tot een verkapte werknemer van de platenmaatschappijen.
Het gevolg is dat bijna alle bladen over dezelfde bands en platen
schrijven.
Theo Ploeg, hoofdredacteur van www.kindamuzik.net, met zesduizend
bezoekers per dag een van Nederlands drukbezochtste muzieksites, weet
wel hoe dit komt: "Het is vaak gezegd over de Nederlandse muzikantencultuur:
het is allemaal te gemakkelijk. En daardoor is er gebrek aan echt
goede Nederlandse muziek. Het zelfde geldt voor de popjournalistiek.
Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg, daarbij is het gemakkelijk
scoren om te doen wat de massa van je vraagt. Nederlanders zijn er
goed in. De popjournalist die echt op zoek gaat naar nieuw materiaal
is alleen met een zaklamp te vinden. Het lijkt erop dat Nederlanders
een enorme neiging tot kuddevorming hebben ontwikkeld. De Nederlandse
popjournalistiek is van een laag niveau in vergelijking met die in
landen als Engeland, Duitsland en Amerika. Dat komt omdat wij populaire
cultuur nog immer als iets niet relevants vinden. Resultaat is dat
veel popjournalisten 'fans' zijn die daarom al niet de neiging ontwikkelen
om door te spitten, op zoek te gaan naar het wezen van de popmuziek.
Doordat popcultuur en dus ook popjournalistiek niet serieus genomen
wordt, trekt het eveneens weinig mensen aan die er echt journalistiek
mee bezig zijn, die popmuziek willen ontleden, willen duiden, er boven
willen gaan staan op zoek naar verbanden. Het resultaat is kneuterig
geneuzel over alles wat niet relevant is."
HYPERVENTILATIE
Bands waarvan de platen op kleine labels verschijnen, labels die niet
in Nederland worden gedistribueerd, krijgen vrijwel geen enkele aandacht.
Wegens beperkte financiële middelen of gewoon uit principe (het
bestaat nog) versturen deze labels geen promotiemateriaal naar de
pers. Dus wordt er in de vaderlandse pop-pers met geen woord gerept
over bijvoorbeeld de nieuwe generatie van avantgarde-folkies Jackie-O-Motherfucker
en Six Organs Of Admittance, om maar eens wat te noemen. In toonaangevende
Amerikaanse en Engelse bladen worden dergelijke bands besproken en
op artistieke merites beoordeeld, alsof het de gewoonste zaak van
de wereld is. In Nederland doen artistieke criteria blijkbaar niet
meer terzake, of worden slechts aangewend om de inhoud van een artikel
te verantwoorden. Zo schreef Peter Bruyn een tijdje geleden een merkwaardig
stuk over de rock & roll-sensaties van New York. Normaal gesproken
is Bruyn een journalist met kennis van zaken; iemand die zich niet
gek laat maken. Onlangs poogde hij in OOR een rock & roll-hype
te forceren. Zelfs de Sex Pistols werden erbij gehaald, ondanks dat
deze band nooit iets van doen heeft gehad met de New Yorkse new wave.
De oorsprong van deze stroming ligt immers in de periode 1971-1974,
jaren voordat de Sex Pistols ten tonele verschenen. Vanuit epicentrum
CBGB's genereerde de new wavescene zichzelf, met in het kielzog een
sneeuwbaleffect aan artikelen. Nu lijkt het omgekeerde het geval.
Omdat de popjournalist niet nog een keer al die hippe bandjes achterna
wil lopen, wordt alles wat momenteel op gympies loopt en een gitaar
kan vasthouden van de straat geplukt. Natuurlijk maken The Strokes
en Liars geweldige muziek, maar zijn ze daarom meteen de hoop van
de rock & roll? De ware rock & roll-broeinesten, Detroit en
Memphis werden door veel journalisten jarenlang over het hoofd gezien.
Dat men de rock & roll omarmt als ware het de vondst van de Dode
Zeerollen is hypocriet en puur lezersbedrog.
ANALFABEET
Is het wel eens iemand opgevallen dat recensenten vrijwel geen aandacht
meer besteden aan de teksten van een liedje? Neem de nieuwe cd van
David Bowie. In besprekingen van Heathen nam bijna niemand de moeite
de teksten te bestuderen. Nou kun je over Bowie van alles beweren,
maar niet dat hij dom is. Bowie heeft als vijftigplusser genoeg levenservaring
en over veel zaken een uitgesproken mening. Reken maar dat zo iemand
wat te melden heeft. De recensent beperkt zich echter tot een vergelijking
met vroege Bowiealbums, omdat de naam van oud-producer Tony Visconti
nou eenmaal op het hoesje staat. Dat recensenten voorbij gaan aan
een wezenlijk onderdeel van de popmuziek komt volgens Ploeg omdat
"het verhalende element in de popmuziek steeds meer op de achtergrond
is komen te staan. Tot in de jaren negentig is popmuziek een middel
geweest om je af te zetten tegen de mainstream cultuur. Dat is, met
name in Nederland, snel veranderd. Het lijkt erop dat popmuziek in
de laatste pakweg tien jaar verworden is tot een puur consumptiemiddel.
Een product dat vooral effect dient te hebben op de korte termijn.
Zoals vrijwel alle consumptiegoederen tegenwoordig. Oorzaken voor
dit gedrag laten zich raden. Wat echter gek is, is dat de Nederlandse
popjournalist erg gemakkelijk meegaat in de gedachtenwereld van de
muziekconsument. Ook hij/zij is de platen anders gaan benaderen. In
plaats van het ondernemen van een poging om een plaat metafysisch
te duiden door geluid, melodie, instrumenten, zang en teksten uit
elkaar te rafelen, op zoek naar de geheime formule, is popmuziek tegenwoordig
een 'product van haar tijd'. Een vluchtig iets dat daarom ook geen
diepgaande analyse vraagt. Tenminste dat is wat de popjournalist zelf
(onbewust) denkt. Het resultaat zijn gemakkelijke recensies, die zeker
geen eer doen aan de plaat. Laat staan dat er geluisterd is naar de
teksten. Teksten vormen natuurlijk toch een gek fenomeen. Ze willen
iets duidelijk maken, zij leveren een visie/kritiek op het bestaande.
Kritiek is not done in de Nederlandse schrijfcultuur: geen aandacht
aan besteden dus. It is only fun that counts."
KANJERS
David Fricke, Edwin Pouncey, Greil Marcus, Jon Savage, Simon Reynolds,
Byron Coley en David Keenan. Wat hebben deze mensen met elkaar gemeen?
Kanjers van popjournalisten zijn het, die een afwijkende invalshoek
verbinden aan een niet-aflatende nieuwsgierigheid en kennis. Zo kan
het dus ook. In hun werk maken ze geen onderscheid tussen de groten
der aarde en acts die in de marge ploeteren. Theo Ploeg: "Engeland,
Amerika en Duitsland hebben veel op ons voor. Allereerst is er een
heuse journalistieke traditie aanwezig. Ten tweede nemen zij de populaire
cultuur serieus. Nederland loopt enorm achter bij het serieus nemen
van de populaire cultuur. Op Engelse en Duitse (ook Zweedse en Deense)
universiteiten zijn mediastudies heel normaal. In Nederland worden
zulke studies niet serieus genomen. En dat is gek, want meer nog dan
economie of recht laat de populaire cultuur de stand van zaken in
een maatschappij zien. Maar goed. Daar is Nederland nog niet achter.
Dat verklaart wellicht ook waarom er zo slecht over geschreven wordt.
Als popjournalist ben je altijd het kneusje dat het echte werk niet
aankan. Ik heb nog geen omslag gezien in dit denken. En er is nog
iets. Iets dat moeilijk te omschrijven is, iets dat me opvalt wanneer
ik The Guardian en Die Zeit naast de Volkskrant leg: ik noem het betrokkenheid
of misschien eerder het hebben van een mening. Nederland is doorgaans
meningloos. Alles is goed, alles kan, niets is goed of slecht."
GEMAKZUCHT
Nogal wat popjournalisten ontbreekt het aan eigenzinnigheid en eigen
initiatief, aan muziekkennis gekoppeld aan doorwrochte stukken, waarin
bands en platen in een al dan niet historisch perspectief worden geplaatst.
Is dat nou zo moeilijk? Immers, lang niet alle nieuwe bands zijn bijzonder
en vernieuwend alleen omdat de journalist het op schrijft. Natuurlijk
zijn er in Nederland goede popscribenten. Met name medewerkers van
sommige kranten en blaadjes maken zich schuldig aan oppervlakkige
journalistiek en gooien het vak van popjournalistiek te grabbel. Niemand
kan volhouden dat De Telegraaf, Music Minded en Samsonic toonbeelden
zijn van diepgravende popjournalistiek. Theo Ploeg zet eveneens vraagtekens
bij het journalistieke gehalte van deze bladen: "Samsonic, Music
Minded, Bassic Groove zijn blijkbaar niet in staat om op een hoogstaande
manier over populaire cultuur te berichten. Je zou kunnen betogen
dat dit niet erg is, dat de lezer juist vraagt om dit soort oppervlakkige
benaderingen. Dan vind ik echter dat journalistiek nog altijd een
soort opvoedkundige taak heeft. Als journalist ben je verplicht om
met een goed onderbouwd stuk te komen waarmee je de lezer uitdaagt,
aan het denken zet. Natuurlijk en met veel passie."
"Ik ken in Nederland een aantal mensen die net zo schrijven als
de mensen die schrijven voor de:bug (Duits tijdschrift voor electronische
muziek-hp) en The Wire, misschien niet zo goed, maar wel met dezelfde
passie, dezelfde diepgang. Zij zijn constant op zoek naar nieuwe muziek.
Luisteren en kopen elk weekend weer veel platen en betalen die uit
eigen zak. Zij zouden de volgende generatie popjournalisten moeten
zijn. Het gekke is: ze werken niet professioneel in de popjournalistiek."
Top