|
Interview
(30 juli 2000)
Harry Prenger
12 juni 2004
Untitled Document
|
|
30 juli
2000. Jack White van The White Stripes aan de telefoon. Op dat moment
genieten The White Stripes bekendheid bij slechts een handjevol liefhebbers.
De hype die bijna een jaar later in alle hevigheid zou losbarsten
en The White Stripes wereldberoemd maakte, was in juli 2000 in geen
velden of wegen te bekennen. Het debuutalbum vond ik veelbelovend,
maar toen ik de fantastische tweede lp De Stijl hoorde wist ik zeker
dat The White Stripes geen doorsnee Amerikaans garagebandje was. Bovendien
intrigeerde het mij dat een bandje uit Detroit zich liet inspireren
door een Nederlandse kunststroming. Hoog tijd dus voor een interview.
Van Sympathy For The Record Industry, de toenmalige platenmaatschappij
van The White Stripes kreeg ik het telefoonnummer van Jack White.
Of ik zelf maar even wilde bellen met Jack. Tja, zo makkelijk gaat
dat soms met onbekende bands.

‘Toen we
opgroeiden hebben mijn zusje en ik nooit samen muziek gemaakt. Dat
kwam pas later toen we The Gories voor het eerst hoorden.’ Jack
en Meg White uit Detroit hebben als zovelen vòòr hen
de countryblues ontdekt. The White Stripes zijn minder luidruchtig
dan hun grote voorbeeld The Gories; de melodieus ingepakte songs zijn
eerder aan de sombere kant. En er is meer dat opvalt aan The White
Stripes: de van felle hoeskleuren voorziene platen gaan vergezeld
van filosofische statements over leven en kunst. The White Stripes,
een Amerikaans duo en zijn voorliefde voor blues en een Nederlandse
kunststroming.
Echter, The White
Stripes zijn beslist geen kunstacademie-band. Jack White meldt, niet
zonder trots, dat hij ternauwernood de middelbare school heeft afgemaakt.
The White Stripes spelen niet alleen eigen werk, maar ook minder bekende
songs van Robert Johnson, Son House en Blind Willie McTell. De twee
platen die de groep tot nu toe maakte, zijn oprechte eerbewijzen aan
diezelfde blueslegendes. Het nieuwe album De Stijl is bovendien opgedragen
aan de Nederlandse ontwerper Gerrit Rietveld. Jack White kent zijn
klassiekers, waartoe volgens eigen zeggen ook Captain Beefheart en
Bob Dylan behoren. Maar The White Stripes moeten het vooral hebben
van een even eigenzinnige als simpele benadering van countryblues,
gekreukelde garage-stompers en liedjes die lekker onbevangen en aanstekelijk
zijn. Terwijl Meg White er driftig op los roffelt, trekt broerlief
de aandacht met zijn huilerige stem en dwingende manier van gitaar
spelen. Het herinterpreteren van vooroorlogse (country)-blues is echter
ook een weg vol hindernissen voor het jonge tweetal. Toch voelt Jack
zich aangesproken door de authentieke rauwheid van de blues.
‘Wat mij in blues aantrekt is dat het echt is, realistisch en
ongepolijst. Dat ongepolijste is pure schoonheid. Ik hou van de blues
uit de jaren twintig en dertig, de Mississippi Delta-blues en countryblues.
Maar ja, wie kent dat nog? Tegenwoordig luistert er in Amerika niemand
meer naar. Zelfs in het zuiden luisteren ze liever naar rap. Gelukkig
is er nog het Fat Possum-label. De platen die op dat label uitkomen
zijn echt te gek. Ken je The Soledad Brothers? Dat is een band uit
Toledo, Ohio. Met hun zanger Johnny Walker ga ik een plaat voor het
Fat Possum-label opnemen.’ (Jack White produceerde onlangs het
op het Estrus-label verschenen debuutalbum van de Soledad Brothers)
‘Ik ben niet zo dol op de elektrische blues van Buddy Guy of
Eric Clapton. Wij spelen natuurlijk wel elektrisch versterkte blues,
maar alleen om een praktische reden. Op het podium vind ik het lastig
om met een akoestische gitaar die rauwe sound te krijgen. Het is voor
mij makkelijker elektrische gitaar te spelen om er zo een ruwe klank
aan te geven.’
Naast het in leven
houden van Amerikaans cultuurgoed, tonen The White Stripes zich ook
van een andere kant. Op de De Stijl staan zomaar opeens het in mineur
gedrenkte Sister Do You Know My Name en My Boy’s Best Friend;
een van de ontroerendste liedjes over eenzaamheid, die ik de laatste
jaren heb gehoord.
White: ‘Toen ik nog klein was fantaseerde ik over een hecht
clubje vrienden. Hoe ik met ze rond hing en de bergen in trok om er
ellenlange gesprekken te voeren. In het echte leven gebeurt dit natuurlijk
niet meer zo snel. Iedereen heeft wel wat anders te doen. Daar gaat
dit nummer over. Over het terugverlangen naar bepaalde gevoelens van
vroeger.’

Jack
White weet wat hij met zijn band en muziek wil. Ondanks het ontbreken
van specifieke studieboeken, is hij een groot liefhebber van het experiment
in de kunst. Met name de beeldende kunst uit de jaren twintig en dertig
van de vorige eeuw, de tijd dat zijn blueshelden nog springlevend
waren, spreekt hem aan. Tussen de abstracte experimentele kunst en
de eenvoud van de blues, ziet White zelfs overeenkomsten. De titel
van de tweede lp De Stijl is dus niet uit de lucht komen vallen.
‘De Stijl is mijn favoriete kunstbeweging omdat ik me voel aangesproken
door hun ideeën en werken. Ook wij hebben iets met de kleuren
rood en wit en onze muziek houden we ook zo simpel mogelijk. Ik wil
niet dat de mensen denken dat wij De Stijl gebruiken als gimmick,
omdat het zo cool uit ziet om op de hoes te zetten. Voor mij zit er
meer achter. De kunstenaars van De Stijl maakten zulke eenvoudige
kunst, dat ze zich op zeker moment moeten hebben afgevraagd hoe ze
nu verder moesten. Ga je op een andere weg door of stop je ermee.
Ik vraag me af hoe ver wij kunnen gaan met onze muziek, juist omdat
ook onze songs zo eenvoudig zijn. Ik zal mij ooit moeten afvragen
of ik er iets aan wil veranderen, ermee wil doorgaan of dat het beter
is om te stoppen.’
DE
STIJL
Aan het begin van de vorige eeuw besloot een groep Nederlandse
architecten, ontwerpers en kunstenaars samen te werken onder de
verzamelnaam De Stijl. De werken van De Stijl waren sterk geometrisch
van vorm, veelal gegoten in zwart, wit en grijze tinten met als
hoofdkleuren rood, geel en blauw. In eerste instantie vertoonde
De Stijl gelijkenis met de Duitse Bauhaus-groep. De Duitsers vonden
dat kunstwerken in de eerste plaats functioneel, goedkoop en mooi
moest zijn, maar bij De Stijl werd kunst gemaakt volgens een strakke
en esthetische vormgeving. Uitgangspunt was om bekende voorwerpen
te reduceren tot abstracte vormen en kleuren. Het beroemdste werk
van De Stijl is de stoel “Rood en Blauw” uit 1918
van ontwerper Gerrit Rietveld. |
Eerder gepubliceerd
in Heaven 6, nov./dec. 2000
Top