|
Nabeschouwing
Op De-loused In The Comatorium
Harry prenger
23 juli 2004
Untitled Document
|
|
 |
| Omar
Rodriguez en Cedric Bixler (foto Drew Goren) |
Zonder
het wellicht te beseffen maakte The Mars Volta uit El Paso het opvallendste
maar ook meest omstreden album van 2003. Wie de plaat beluistert en
bekend is met de zogenaamde progrock uit de jaren zeventig hoort aanvankelijk
een feest der herkenning: Pavlov's Dog, King Crimson, ja zelfs Santana
kruipen angstvallig naderbij. Heel even lijkt The Mars Volta een retro-act
zonder eigen gezicht. De ballast van nostalgie eenmaal afgeschud,
is er toch iets meer aan de hand. Het mini-lp meesterwerkje Tremulant
blikte als beloftevolle voorbode reeds vooruit op het volwaardige
debuut, dat net even anders klinkt, mede door de inbreng van producer
Rick Rubin. Een gemakkelijke plaat is het allerminst. Je moet er moeite
voor doen, er de tijd voor nemen. Dat is voor veel mensen net iets
te veel gevraagd.
Neem de Volkskrant, waar de popbijdragen al jaren worden ontsierd
door de opportunistische schrijfbaksels van Gijsbert Kamer. Het kon
niet uitblijven en het bleef ook niet uit. Het debuut van The Mars
Volta stuitte op onbegrip en werd met de grond gelijk gemaakt. Een
van de verwijten betrof de lange speelduur van de cd. Inderdaad, zestig
minuten is een hele zit. En toch ook weer niet. De plaat is namelijk
een conceptuele tour-de-force en daar mag je als luisteraar best moeite
voor doen. De band dwingt juist bewondering af met zijn eigengereide
kijk op rockmuziek. Een complexe, excentrieke plaat is het; een rockplaat
zoals die in jaren niet is gemaakt.
The
Mars Volta ziet rockmuziek als beginpunt en voedingsbodem voor experiment,
waarin volop speelruimte is voor exploratie van het gitaargeluid.
Wat dat betreft ligt De-loused In The Comatorium in het verlengde
van Sonic Youth’s Daydream Nation en Yeti van Amon Düüll.
Ook The Mars Volta speelt werken van tien minuten of langer zonder
markering van begin, middengedeelte of naderend einde. Een enkel nummer
eindigt in een frivool ambientornament; zeker bedoeld om bij te komen
na het voorafgaande vuurwerk.
Want het is me nogal wat. Tijdens de eerste kennismaking word je knettergek
van deze muziek. Gegoten in een waanzinnige en beklemmende mix van
stijl- en genreflirts zoals symfopunk, spacerock, Latijns-Amerikaans
ritmen en theatrale arrangementen, is de conclusie niet minder dan
verbluffend. The Mars Volta maakt alles wat ogenschijnlijk tegenstrijdig
lijkt volstrekt aanvaardbaar.
De punkhouding
waarmee een en ander wordt uitgevoerd is de erfenis van At The Drive-In,
de vorige band van de zanger en gitarist. Die gitarist is Omar Rodriguez-Lopez.
Hij blinkt uit in hoogstandjes die hij verdeelt over vileine riffs,
het onvermijdelijke noisetapijt en de tot inkeer komende sfeersolo.
Ieder nummer, telkens opnieuw, telkens met een andere invalshoek.
Voorts is er de alles omver en weer overeind meppende drummer; iemand
die de keyboards gevoelig laat tintelen; en, uittorenend boven dit
draaimolendelirium, chanteur extrémiste Cedric Bixler-Zavala.
Zwaar geëmotioneerd is zijn intonatie, meeslepend zijn hoge klaagzang.
En nog
zijn we er niet. De-loused In The Comatorium is een concept-album!
Bixler was bevriend met zelfkantkunstenaar Julio Venegas, wiens werk
en provocerende levensstijl tot inspiratie diende. Rodriguez en Bixler
bedachten een fictieve biografie over Venegas, waarin ze diens drugsverslaving,
gekte, zelfmutilatie en uiteindelijke zelfdoding verwoorden. Daar
hoort natuurlijk groteske en adembenemende muziek bij, aangevuld met
een metaforische woordenstroom.
De tijd moet deze plaat in perspectief plaatsen. Over pakweg een jaar
of tien weten we of het album op de juiste waarde wordt erkend. Popklassieker
of voor altijd onbegrepen cultplaat?
Top