|
Bob Dylan De Ondoorgrondelijke |
|
|
Veertigplusser
werpt boemerang
Harry Prenger
9 augustus 2004
Untitled Document
Aantal reacties: 2
|
|
 |
| Bob
Dylan 1964 (foto Daniel Kramer) |
Soms
wordt het onvoorstelbare voorstelbaar. Jarenlang vertoeft het onvoorstelbare
op geruime afstand om pas met het klimmen der jaren, en dan nog sluipenderwijs,
voostelbaar te worden. Als iets maar lang genoeg geleden heeft plaatsgevonden
is het net alsof het nooit is gebeurd. De tijd is immers de vijand
van het geheugen. Maar dan, op een onverwacht moment, heel even maar,
zie je het opeens duidelijk voor je. Het gebeurt in een flits. Een
flits waarin je jezelf terug ziet in de tijd.
Zo zie ik mezelf als 16-jarige V&D binnen wandelen. Ergens in
1978, midden in het tijdperk van de lp. Felix Meurders draait bijna
iedere dinsdagochtend Baker Street van Gerry Rafferty. Debuutalbums
van Dire Straits en Kate Bush verschijnen. In 1978 is het wachten
geblazen op de opvolger van Fleetwoord Mac's Rumours. Van sommige
lp's had je geen flauw benul dat ze er überhaupt waren. Platen
die je pas jaren later per heruitgave of als tweedehands zou ontdekken
en die invloedrijker bleken dan menige bekende lp (Half Machine Lip
Moves van Chrome bijvoorbeeld). In 1978 wist je nog niet dat 'alles
van waarde weerloos is' (Lucebert). Oftewel: hoe enkele jaren later
het zwarte goud rücksichtslos werd vervangen door een zilverkleurig
schijfje!
Het
vinyl lag vierentwintig jaar geleden echter nog voor het oprapen.
Zoals afgeprijsde heruitgaven van Bob Dylan-lp's, pontificaal beplakt
met oranje Nice Price-sticker. Ik zie mezelf op de platenafdeling
van V&D, vol verbazing door de bakken bladerend en even later
ongeduldig huiswaarts kerend met een stapeltje platen onder de arm.
Oh, wat voelde dat prettig! Het was niet mijn eerste kennismaking
met de muziek van Bob Dylan. Ik had al een tijdje het album Desire,
die ik zo goed vond vanwege de vlammende single Hurricane. Maar ik
moest en zou Bob Dylan onder de knie krijgen, te beginnen met de eerste
lp's. Op het moment dat de naald in The Freewheelin' Bob Dylan neerdaalde,
trok ik een gezicht alsof ik rioollucht opsnoof. Mijn god, wat een
gejengel met die mondharmonica en dat was toch geen zingen. Sodemieter
op zeurpiet! En dan die teksten!
Enfin,
1978 was het geboortejaar van mijn Bob Dylan-hekel en de komende jaren
werd het alleen maar erger. Zorgvuldig zocht ik mijn Dylanplaten uit
in de hoop dat het tij zou keren. Die reli-platen liet ik meteen links
liggen. Shot Of Love kon er mee door, maar het houterige Infidels
was toch iets teveel gevraagd van mijn incasseringsvermogen. Oh Mercy
liet ik daarom ook maar schieten, maar dat bleek later een grote vergissing.
Tussendoor kocht ik Highway 61 Revisited en Subterranean Homesick
Blues, platen die mijn mening over Dylan in positieve zin beïnvloedden,
maar de daadwerkelijke ommekeer kwam uit onverwachte hoek en was op
zijn zachtst gezegd verpletterend.
Begin
jaren negentig deed de plaatselijke fonotheek haar complete verzameling
cd's van de hand. Ik dacht, doe eens gek, en telde de gevraagde vier
tientjes neer voor de Dylans Bootleg Series-box. Drie cd's. Een langwerpig
boekje. Een doos op lp-grootte. Het begin van mijn tot op de dag van
vandaag voort durende Bob Dylan-liefde. Het onvoorstelbare voorstelbaar
gemaakt. Het onacceptabele geaccepteerd. Verdikkeme, zulke pure, authentieke
songs hoor je tegenwoordig nauwelijks. Wat een indringende, rauwe
stem, waar die mondharmonica wonderwel bij past. En dan die teksten!
Kortom, met elke draaibeurt steeg mijn waardering voor Dylan. Ik draaide
de oude lp's weer, raakte in de ban van The Basement Tapes en las
de boeken van Greil Marcus en Howard Sounes ademloos. Vervolgens kwam
Bob Dylan hoogstpersoonlijk naar de Ahoy' om Love & Theft, zijn
eigenzinnige eerbetoon aan de crisisfolk van de jaren twintig, kracht
bij te zetten.
En ik? Ik lag in bed met een flinke griep. Gestraft door een hogere
macht wegens het jarenlange negeren van het Dylan-talent? Tja.
Gaat
het ouder worden dan toch gepaard met een groeiend besef van wijsheid,
zoals zo vaak wordt beweerd. Waarom hoor je op je veertigste zoveel
meer dan op je zestiende of je dertigste? Zeg maar de dingen en de
details die je toen niet hoorde of niet wilde horen. Te druk met jong
zijn. En wat hoort een mens op zijn vijftigste? Over acht jaar hoop
ik het u te vertellen.
 |
| Bob
Dylan 2001 |
Top