|
Roger
Dols
24 augustus 2004
Untitled Document
|
|
Wie
door de steden, dorpen en langs de velden en wegen van Europa struint,
zal een enorme rijkdom en verscheidenheid aan cultuur en natuur kunnen
bewonderen. Historici, cultuur- en kunstliefhebbers en wetenschappers
uit uiteenlopende richtingen kunnen in Europa uitgebreid aan hun trekken
komen. Dit is de verworvenheid van vele generaties ouders en voorouders.
Met dit gegeven kan echter alleen de toeristische sector een boterham
verdienen. Hoe zit het met de toekomst van Europa? Wanneer men de
kansen en bedreigingen op een rij zet, dan ziet het resultaat er niet
rooskleurig uit.
Vergrijzing
en geboortetekort
Een van de bekendste problemen waarmee Europa kampt, is de vergrijzing.
Na de tweede wereldoorlog is er een geboortegolf ontstaan welke begon
in 1946 en in 1973 einigde met de komst van de oliecrisis en een recessie.
De generatie-1946 wordt 60 jaar oud in het jaar 2006. Daarna krijgen
we dus nog tot 2033 te maken met een grote groep mensen die 60 wordt.
Pas daarna zal de instroom in de groep 60+ afnemen.
In normale
mensentaal betekent dit dat de kosten voor gezondheidzorg, thuiszorg
en AOW de komende 30 jaar zullen blijven stijgen terwijl en er steeds
minder mensen beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt om het geld te
verdienen om dit alles te betalen. Tegenwoordig wordt er al, terecht,
geklaagd over de afbrokkelende verzorgingsstaat. Wanneer men bedenkt
dat dit slechts het begin is van een 30-jarige periode, dan weet men
hoe de zaken er voor staan.
De uitholling
van de verzorgingsstaat is al enkele jaren bezig. De premies voor
verzekeringen stijgen terwijl er steeds meer voorzieningen uit het
pakket verdwijnen. Daarnaast wordt in toenemende mate een beroep gedaan
op familieleden voor de verzorging van ouderen.
Aangezien er een tekort zal zijn aan arbeidskracht, betekent dit dat
mensen tot een hogere leeftijd moeten doorwerken en bovendien veel
meer uren per week moeten gaan werken. Daarnaast zal men ook nog moeten
zorgen voor ouders en grootouders. Deze trend wordt nu al ingezet.
De druk op werkenden zal dus zeer groot worden door de grotere werkdruk
en de grotere ‘thuiszorg’-druk.
 |
| Ontwikkeling
van geboortecijfers in Nederland |
Economie
De belangrijkste voorwaarde voor een gezonde welvaartstaat is een
sterke economie die de kosten kan dragen voor de diverse voorzieningen
zoals gezondheidzorg, onderwijs en een sociaal vangnet. Op economisch
vlak zijn er nu juist een aantal trends waar te nemen welke zorgwekkend
zijn.
Steeds meer fabrieken sluiten hun West-Europese vestigingen en verhuizen
in het beste geval naar Oost-Europa, maar vaak ook naar Azië
vanwege de lage lonen. Verhuist een fabriek naar bijvoorbeeld Polen,
dan blijven de banen in elk geval nog binnen de EU. Verhuizen zij
naar Azië, dan zijn deze voorgoed verloren naar een concurrerend
handelsblok.
Het
is echter niet alleen de industrie welke verhuist naar Oost-Europa
en Azië, maar ook in de ICT is deze trend waar te nemen. India
kent een hoge ontwikkeling in de wiskunde en scoort ook hoog op ICT-gebied.
China en India besteden bovendien grote bedragen aan onderzoek naar
hoogwaardige technologie, waardoor op de lange termijn de positie
van West-Europa verder ondermijnd kan raken.
Europa
kan zich op de wereldmarkt alleen onderscheiden met een kenniseconomie
en hoogwaardige technologie. Hiervoor zijn forse investeringen nodig
over een breed front, reikend van ICT en telecommunicatie tot gentechnologie
en chemie. Het feit dat onderwijs, een vitale pijler in de kenniseconomie,
steeds verder wordt uitgehold is zorgwekkend. Bovendien zijn veel
grote bedrijven conservatief met hun R&D-budgetten, waarmee een
tweede vitale pijler verzwakt. De overheidsinvesteringen, de derde
pijler, zijn met de huidige recessie ook tanende. Hiermee is het fundament
voor onze West-europese kenniseconomie zwaar aan aftakeling onderhevig.
Europa:
1 schip met 25 bijziende stuurmannen
Daar waar onze concurrenten, zoals de VS, China en India, kunnen beschikken
over eenheid van bestuur, zal Europa het voorlopig moeten doen met
25 stuurmannen die elk op hun beurt Europa een andere kant op trekken.
Dit gebrek aan eenheid van bestuur is nadelig voor de slagkracht van
Europa. Eenheid van bestuur is niet alleen belangrijk om beleid aan
de mensen uitgelegd te krijgen. Het is ook nodig om internationaal
een sterke onderhandelingspositie te hebben en om grote, grensoverschrijdende
investeringen succesvol te laten zijn. De enorme overhead in Europa
aan kosten en mankracht is een blok aan het been. Het ontneemt de
Eu de mogelijkheid om problemen grondig aan te pakken.
Een
ander probleem is de afwezigheid van een overkoepelend plan om de
gevaren die klaar liggen te keren. De nationale overheden en het EU-bestuur
schitteren in de kleine irrelevante maatregelen. Zaken als vergrijzing,
de Aziatische concurrentie en het probleem van de eindigheid van fossiele
brandstoffen worden niet of halfslachtig het hoofd geboden.
Daarnaast neemt de last van de groeiende EU-bureaucratie alleen maar
toe. Het is een extra vertragende factor welke effectief lange termijn
beleid bemoeilijkt.
 |
| EU-top
in Spanje, de 25 stuurmannen plus aanhang |
Einde
van fossiele brandstof
Onze moderne samenlevingen zijn volledig afhankelijk van een constante
hoge energievoorziening. De huidige stijging van de olieprijzen legt
belangrijke problemen bloot.
•
De groei van de economie van India en China lijkt nu structureel
te zijn en zal dus een constant hoge druk op de olieprijs blijven
uitoefenen.
• De olievoorraad is eindig. Bedrijven als Shell hebben hun
geboekte olievoorraad al naar beneden moeten bijstellen.
• Het niveau van de olieproductie heeft zijn grenzen bijna
bereikt. Veel landen kunnen geen hoger niveau bereiken wat een verdere
druk op de olieprijs oplevert.
De
volgende oliecrisis lijkt slechts een kwestie van tijd te zijn. Met
de komst van India en China heeft Europa bovendien steeds minder in
de melk te brokkelen inzake de oplossing of voorkoming van een dergelijke
crisis.
 |
| Oliecrisis
1973: Autoloze zondag in Antwerpen |
Bij
het onderzoeken van alternatieve energiebronnen is men in Europa nauwelijks
verder als windmolens en zonne-energie. Beide zijn volledig ongeschikt
als vervanging voor olie, daar zij bij lange na niet de benodigde
hoeveelheid energie kunnen leveren. Het is aan de overheid om onderzoek
naar structurele oplossingen te ondersteunen en eventueel van fondsen
te voorzien. Een gebrek aan visie en politieke moed heeft er echter
toe geleid dat er nauwelijks iets wordt ondernomen in deze richting.
Daarnaast lijkt het erop dat de grote oliemaatschappijen niet alleen
weinig investeren in nieuwe energiebronnen, maar initiatieven op dit
vlak zelfs ontmoedigen. Wetende dat een moderne samenleving niet kan
functioneren zonder grote energietoevoer, is dit een problematische
ontwikkeling.
Concurrentie
uit Azië: China en India
Zowel China als India hebben meer dan een miljard inwoners. Beide
landen hebben structureel hoge economische groeicijfers. Beide landen
investeren ruim in moderne technologie. Beide landen hebben lage loonkosten.
In tegenstelling tot Europa kennen zij een eenheid van bestuur. Kortom,
het zijn 2 economische supermachten in wording.
China
en India zijn landen met een groeiend zelfbewustzijn en zelfvertrouwen.
Landen van een dergelijke omvang hoeven zich door het Westen niet
de les te laten lezen. Ook hiervan zijn zij zich in toenemende mate
bewust. Wie naar de internationale verhoudingen kijkt zoals die over
25 jaar zullen zijn, uitgaande van de huidige ontwikkelingen, ziet
waarschijnlijk een wereld die niet meer gedomineerd wordt door het
Westen. Op zijn best zal er een oost-west balans zijn. Dit is echter
alleen het geval als Europa de huidige en aanstaande grote moeilijkheden
het hoofd kan bieden. Met het huidige ontwikkelingen in Europa zal
er een oost-dominantie ontstaan over het Westen.
 |
Tata
Consultancy Services: Research Development and Design Centre.
TCS gaat voor 1,2 miljard dollar naar de beurs!
TCS is onderdeel van de TATA Group, een 13 miljard dollar bedrijf
in o.a. ICT, Telecommunicatie en staal. |
Kansen
De problemen die voor de EU in het verschiet liggen, zoals vergrijzing,
de bedreigde concurrentiepositie en toekomstige brandstoftekorten,
zijn zeer zorgwekkend. Er zijn echter ook een paar positieve punten
te noemen.
De incorporatie
van Oost-Europa in de EU zorgt ervoor dat de EU een deel van de lage-loon-industrie
binnen de deur kan houden, waardoor het verlies aan arbeidsplaatsen
in die sector beperkt kan worden. Indien de Oost-Europese landen echter
een sociaal stelsel naar West-Europees model willen invoeren, dan
zal dit voordeel weer vervallen.
Een
ander licht positief punt is de europese eenwording. Wanneer de EU
in staat is om een EU-regering in te voeren met vergaande bevoegdheden,
welke los van de individuele landbelangen kan regeren, zal een overkoepelend
langetermijnplan mogelijk worden. Deze moet dan zorgen voor een sterke
positie van Europa in de wereld. Het is echter afhankelijk van de
politieke wil van de lidstaten of deze eenheid van bestuur er gaat
komen. Zonder deze hervormingen zal de EU traag, richtingloos en inefficiënt
blijven.
De EU
beschikt vooralsnog over een sterk concurrerende kenniseconomie. De
Europese technologiesector kan zich meten met de rest van de wereld.
Door de hoge snelheid waarmee de technologische ontwikkelingen elkaar
opvolgen is deze positie nooit zeker. Het vergt een voortdurende combinatie
van visie, investering en opleiding. Met Azië op de loer zal
Europa zich moeten blijven inspannen.
Conclusie
De bedreigingen die er voor Europa in het verschiet liggen zijn zeer
aanzienlijk. De vergrijzing, het energievraagstuk en de bedreigde
economische concurrentiepositie kunnen alleen opgelost worden op Europees
niveau. Door de bestuurlijke zwakte van de EU ontbreekt echter de
visie, toewijding, de middelen en de politieke wil in het EU-beleid.
Hierdoor dreigen deze vraagstukken niet opgelost te worden, wat desastreuze
gevolgen zal hebben voor het welvaartsniveau. Europa dreigt dan af
te glijden tot een tweederangs continent.
De sterke
kanten die hier tegenover staan, de lage lonen in Oost-Europa en de
kenniseconomie in West-Europa kunnen veel compenseren. Doordat de
economie van China en India veel groter zal zijn dan de onze en dus
meer slagkracht bezit, zal Europa deze sterke kanten voor 100% moeten
benutten. Zelfs dan is sterk EU-beleid onontbeerlijk. Zonder dit zal
Europa het niet kunnen trekken. Het verschil zal in onze tijd gemaakt
moeten worden door de huidige mensen, politici en bedrijven.
Top