|
Ferdy
van Lotten
7 oktober 2004
Untitled Document
Aantal reacties: 3
|
|
Ik meende
gebeuk op mijn luiken te horen. Nu ik ze openzet blijft bevestiging
uit. Een zwoele zomeravond staart me aan. Alsof de schemering het
insinueert zet ik mijn lichten uit waarin ik tevens in alle rust de
hartslag van de stad koester. In de avond waarin de duisternis langzaam
maar zeker steeds meer haar plek opeist, ga ik bij het venster zitten.
De inmiddels verschenen nacht geeft een gehavende indruk. Ze lijkt
nu smachtend te wachten op stille geheimen van de stad.
Buiten trekt zich een schouwspel aan me voorbij; dialect sprekende
buutbewoners in een duidelijke discussie met de nodige gebarentaal.
De conclusie van dit schouwspel ontsnapt aan mijn ogen. Ik heb ze
allang gericht op de diepgang van de nacht en haar slaapkleed. Ik
voel dat ik onopmerkzaam verdrink in zaken die rondom mij spelen.
De vrije gedachten die me bewegen worden versmald door de solide normen
die ik voel steken.
Ik begin me te focussen op wat voor me in het verschiet ligt. Alsof
de zachte bries het me influistert besef ik dat wat gaat komen groter
is dan mijzelf. Een begeerte die in me herbergt wilt toch streven.
Besef van stagnatie in groei laat me weten dat ik overal op conformisme
aanbots.
Ik ga mezelf ten rade; gaarne zou ik de mens zien ontdaan van kettingen
en neigend naar vrijheid. Mijn deugdzaamheid leidt me naar het fenomeen
keuze. Je lot kiezen? Beste deugdzaamheid, hoe is dit mogelijk? Hoe
vaak vervallen we dan niet in stilstand en beknelling? neen, het is
een bron die ons verlichting brengt, misschien het lot dat vooruitgang
initieert. Datgene wat tevens inhoud en diepgang geeft aan termen
als verwachting en hoop?
Hoezeer mijn optimisme zich ook ontplooit, de nacht
had het antwoord allang gegeven. Ik kijk op vanuit mijn positie en
zie een donkere hemel. Ik voel mijn ziel zoeken, hopende haar ooit
weer eens te ontmoeten, maar wetende dat ze altijd een vreemde blijft.
Het wordt me duidelijk dat het zoeken naar een parallel op dezelfde
frequentie onmogelijk lijkt zolang mijn ziel geen compleet geheel
vormt.
Ik besluit na te gaan wat mij tegenwerkt. Ik ontwerp
een gedachte over spelen. Het menselijke spel; is 'mens zijn' niet
een spel? Een spel waarin overtuigingsdrang heerst, maar waar eenieder
de confrontatie uit de weg gaat? Perspectief dien je niet te hebben,
zodra je dit toch toont wordt je teruggefloten.
Ik weiger mijn ziel te laten verschroeien door versperringen die men
mij oplegt.
Gebaarloos maakt de nacht me subtiel duidelijk dat ze mijn temperament
erkend. Terwijl de wereld onder haar stoïcijnse blik en ontdaan
van restricties zich ten ruste legt, besprenkeld zij de stad met nocturne.
Nogmaals ontferm ik me over de vragen die ik niet
kan beteugelen. Ik vraag de nacht wat ze wil dat ik verwezenlijk.
De maan blijft ijskoud staan. Alsof het haar is opgelegd beweegt ze
een wolkenmassa voor haar gezicht. Haar alsook mezelf lijken onbereikbaar.
De nacht geeft geen gehoor. Even weet ik me moeilijk gestalte te geven
aan de zwijgzaamheid van de nacht. Toch probeer ik me van haar gereserveerde
houding te ontdoen. Ik probeer duidelijk te maken welke gevoelens
ik in stilte koester. Welke gevoelens in mij huizen als een galerij
die in mijn gedachtes gedrukt zijn: autonomie, wilskracht, creativiteit
en inzicht.
Nergens vind ik dit, want bijna ieder om me heen die zich geobserveerd
laat worden lijkt te neigen naar onverschilligheid. Elke beweging
lijkt een onredelijke surrogaat voor het ander.
Vele nachten heb ik hier al eerder gezeten, me zo divers mogelijk
geprofileerd en nimmer afkeurend. Maar vannacht is anders. Vannacht
klimt de respiratie van de stad langzaam onhoog. De lucht lijkt te
willen ontsnappen aan de kale gedachten die nader tot haar stijgen.
Echter... deze nacht schuil ik me in de duisternis en wacht tot de
ochtend zich aanbiedt. Tot die tijd dans ik zwevend op het ritme van
de zachte ademhaling van de stad...
door
Ferdy van Lotten (www.freewebs.com/fiscta)
Top