|
Harry
Prenger
31 oktober 2004
Untitled Document
|
|
 |
| |
Mijn
eerste kennismaking met het fenomeen John Peel was eind jaren zeventig.
Toen ik in 1978 mijn eerste Pinkpop bezocht bleek de huis-diskjockey
niemand minder dan de toen al vermaarde Brit Peel. Als je maar dicht
genoeg bij het podium kon komen, zag je in de wirwar van stellages
en druk heen en weer lopende roadies een onooglijk schriel mannetje,
graaiend in een tas vol platen. Uiteraard ging het juist om die platen
die John Peel tussen de optredens door draaide. Diep bassende dub
en reggae rolden zwaar dreunend het Geleense Sportpark in. Lee Perry,
Augustus Pablo, King Tubby. Veel plezier deed hij me daar overigens
niet mee; ik had toen een ontzettende hekel aan reggae. Maar toch,
zonder dat ik het zelf besefte was ik, voormalige Neil Diamond-fan,
hongerig naar nieuwe en obscure muziek. Peel draaide die muziek in
zijn radioprogramma voor de in Keulen gevestigde Britse soldatenzender
BFBS. In dat programma, simpelweg John Peel’s Music genoemd,
praatte Peel rechtstreeks tegen mij, zo leek het althans. Rap praatte
hij de plaatjes aanelkaar. Hij viel je niet lastig met muziekkennis
of historische weetjes. John Peel kwam wekelijks bij je op bezoek
met een koffer vol platen. Zijn enthousiasme was zo groot dat je zijn
aankondigingen amper begreep. Het was een uur, later twee uur, vol
nauwelijks te behappen want uiterst zeldzame muziek. Spannende radio
gevuld met eigen beheer-singletjes, demo’s, ingestuurde cassettes
waarvan je tijdens het luisteren wist dat je ze nooit meer zou horen
laat staan vinden. Zo ging het, week in week uit, jarenlang. Dan heb
ik niet eens gehad over zijn legendarische programma voor de BBC.
Later werden zijn programma’s nog knap irritant, omdat Peel
het niet laten kon melige novelty’s en saaie techno te draaien
of bands waarvan ik niet snapte wat hij er nou zo goed aan vond (Half
Man Half Biscuit). Schamper deed hij over de bijna wekelijkse smeekbeden
van luisteraars om iets te draaien van Joy Division. Hij vond dat
hij aan de band van culthypochonder Ian Curtis genoeg aandacht had
besteed toen ze nog relevant waren. Want dat was John Peel bij uitstek.
Lekker obscuur, lekker aan de wieg van het grote onbekende.
Voor liefhebbers die 24 uur per dag met muziek bezig zijn, is het
mooi als je mensen ontmoet die net zo fanatiek zijn. Soms, heel soms
kom je ze tegen. Integere metgezellen die de weg wijzen. John Peel
wees de weg en in de goede richting. Eentje met zijpaden en obstakels.
Tot op de dag van vandaag merk ik dat het geen doodlopende weg is.
Top