|
Een boswandeling door surrealisme |
|
|
Hoe
het afloopt…..
Monica Dols
19 november 2004
Untitled Document
Aantal reacties: 1
|
|
Het leek zo´n goed idee. Een frisse wandeling
in mijn eentje door de geweldige Ardense bossen. Elk aanbod van de
groepsleden wimpelde ik af. Heerlijk, gewoon even in stilte lopen.
Even mijn hoofd vrijmaken van alles wat er afgelopen tijd ingeslopen
was.
Maar nu wenste ik dat er toch iemand had aangedrongen. Iemand die
me duidelijk gemaakt had dat zonder kaart in een immens bos lopen
redelijk naïef was.
Uiteraard had ik dan niet geluisterd. Bovendien weet ik van mezelf
dat mijn uitstraling bol staat van zekerheid en autoriteit.
Daar liep ik dan. Elk paadje al drie keer gehad, tenminste zo leek
het. Waarom leek alles zoveel op elkaar? Waarom waren niet alle bospaden
verlicht? Waarom waren de wegwijzers er alleen maar als je ze kon
volgen op je meegebrachte kaart?
Mijn benen lieten me weten dat er wat spieren aan een stevige overbelasting
bezig waren.
Ik ging heel eventjes zitten op een bankje. Mijn horloge wees inmiddels
een uur of tien aan. Grof geschat want ik had nog een ouderwets klokje
met wijzers die niet oplichten in het donker. Links en rechts van
me klonken kraakgeluiden. Toch typisch dat je dit soort geluiden pas
opvallen als je de weg kwijt bent. Wat had ik smalend gedaan over
the Blair Witch Project! Waarom ook alweer?!
Geweldig, nu begon het ook nog te regenen. Ook al zo´n wet van
Murphy. Ik dwong mijn gedachtegang weg van deze man want langs deze
lijn zou ik er overduidelijk niet vrolijker van worden.
Nog meer gekraak. Ik hoorde toch duidelijk ook voetstappen nu. Zenuwachtig
keek ik om me heen. Opstaan dan maar, en doorlopen. Waarheen was nu
even van minder belang, als het maar weg was van de geluiden die op
me af schenen te komen.
Natuurlijk was het allemaal verbeelding. Zo werkt dat, dat wist iedereen.
Ik keek nog eens achterom maar zag niks. Toen liep ik tegen iets massiefs
aan. Het was een man. Mijn hart schoot in mijn keel, terug naar mijn
tenen en deed daarna ernstig zijn best weer op de bestemde plek terug
te komen.
De man staarde mij aan maar zei niets. Ik staarde de man aan en durfde
niets te zeggen.
Ergens kwam hij mij bekend voor. Vijf minuten staarden we over en
weer. Typisch dat ik in die minuten mij geen seconde afvroeg wat die
man hier midden in het bos om tien uur s´avonds deed, maar alleen
waar ik hem van kende.
Opeens wist ik het. Het was David Lynch! Je weet wel, de man van Twin
Peaks en die allerlei andere vage films op zijn naam heeft staan.
Ik
riep mijn gedachte hardop uit. Hij knikte. En ik kon het niet
laten, voordat ik nadacht zei ik dat zijn enige goede film Mulholland
Drive was. Met de rest kon ik helemaal niets.
Hij reageerde niet. Niet meteen. Hij staarde me maar aan en tilde
langzaam zijn hand op. Ging hij me nu slaan als een beledigd kind?
Maar zijn hand dwaalde langs mij heen en met gestrekte wijsvinger
wees hij iets aan achter mij. Voorzichtig draaide ik mijn hoofd
in de betreffende richting. Daar stond een grote zwarte doos.
Had die er net ook gestaan? Niet dat zwart nou een kleur is die
opvalt midden in de nacht. David tilde ook zijn linkerarm op en
met deze hand gaf hij me een klein zetje. Terwijl ik richting
de doos liep met David in mijn kielzog en zijn hand nog steeds
in mijn rug dacht ik na over zijn films. |
 |
Ik moest
denken aan die man die op zijn grasmaaier een dikke anderhalf uur
door de film rondreed. Moest ik nog een discussie hierover starten?
Maar ik geloof niet dat de heer Lynch hier erg open voor stond. Hij
had tot nu toe sowieso nog niet veel gezegd.
Aangekomen bij de doos stopte ik. David gaf me een laatste zetje zodat
ik achterwaarts de zwartheid in struikelde. Overeind krabbelend, en
inwendig vloekend, keek ik om me heen.
Er was alleen maar zwart. Meer kon ik er niet van zeggen. Ik kneep
mijn ogen tot spleetjes en tuurde rond om te constateren dat er niks
te zien was. Leuk. Kritiek op een filmmaker werd tegenwoordig ook
al bestraft.
Tastend draaide ik een rondje. Steeds harder duwde ik tegen alle kanten
van de doos. En opeens liet een van de zijdes los. Weer struikelde
ik, voorwaarts dit maal!
Gelukkig zag ik in het donker niet hoe vies mijn kleding inmiddels
was van al deze valpartijen.
Ik keek uit over een kale vlakte. Helemaal in de verte een klein straaltje
licht. Veel keus scheen ik niet te hebben dus begon ik mijn tocht
naar het licht. Tjonge jonge, had ik daar niet pas een stukje over
geschreven?!
Zoals altijd was het licht veel verder dan gedacht. De horizon bleef
de horizon. Na uren was ik nog niet dichterbij gekomen. Het straaltje
was nog even klein. De vlakte nog even kaal.
Ik hoorde weer voetstappen. Wie nu weer? Zuchtend wachtte ik totdat
de man was genaderd en herkende Steve Buscemi. Er kwam een glimlach
op mijn lippen. Dit was een van mijn helden! Steve speelde in de geweldige
film, Living in Oblivion, een echte aanrader! En natuurlijk als de
zenuwachtige vriend van Walter en the Dude in The Big Lebowski.
 |
Hij lachte nu naar me op zijn eigen speciale manier
en vertelde me dat hij was gekomen om me de weg te wijzen. Opluchting
overspoelde me. Ik zou vandaag toch nog het licht bereiken, en misschien
zelfs mijn bed, zodat ik dit avontuur eens lekker kon uitslapen.
Gelukzalig glimlachend liep ik naast mijn held. Hij sloeg zijn arm
om me heen en samen liepen we naar het eind van de horizon.
Het licht werd steeds feller en feller naarmate we dichterbij kwamen.
Maar ik was niet meer bang. Ik had Steve. Toen we bijna bij ons doel
kwamen was het licht zo fel geworden dat ik helemaal niets meer kon
onderscheiden. Knipperend en voetje voor voetje liepen we door.
Opeens was de arm weg. Ik keek naast me en zag geen Steve meer. Maar
dat kwam natuurlijk ook door al dat licht.
Ik draaide mijn hoofd weer en zette een stap vooruit. Mijn voet leek
geen grond te voelen. Sterker nog, er was geen grond meer! Het was
te laat, ik viel voorover en er was niets om me aan vast te houden…..
Top