Untitled DocumentUntitled Document
Bovengronds
Front
Artikelen
Archief
Album Top 5
De Afgrond In
Aanraders

Ondergronds
Over de Afgrond
Contact

Verwante Gronden
Artikelen van
Monica Dols

 
Onderwerp:
Literair

 
Commentaar
Moet de nieuwe film van Geert Wilders op voorhand verbannen worden of moet iedereen het voor zichzelf bepalen?

  Gepost door:Roger Dols
  Gepost op:2008-01-18 17:07:27
  (200 reacties)
  Eerder Commentaar

 
de Afgrond zoekt nog redactieleden en/of schrijvers. Wie biedt zich aan?

  Gepost door:monica
  Gepost op:2007-09-27 16:26:41
  (45 reacties)
  Eerder Commentaar

 

 

 

 

 

 

 
Een boswandeling door surrealisme

 

Hoe het afloopt…..
Monica Dols
19 november 2004 Untitled Document
Aantal reacties: 1

 

Het leek zo´n goed idee. Een frisse wandeling in mijn eentje door de geweldige Ardense bossen. Elk aanbod van de groepsleden wimpelde ik af. Heerlijk, gewoon even in stilte lopen. Even mijn hoofd vrijmaken van alles wat er afgelopen tijd ingeslopen was.
Maar nu wenste ik dat er toch iemand had aangedrongen. Iemand die me duidelijk gemaakt had dat zonder kaart in een immens bos lopen redelijk naïef was.
Uiteraard had ik dan niet geluisterd. Bovendien weet ik van mezelf dat mijn uitstraling bol staat van zekerheid en autoriteit.
Daar liep ik dan. Elk paadje al drie keer gehad, tenminste zo leek het. Waarom leek alles zoveel op elkaar? Waarom waren niet alle bospaden verlicht? Waarom waren de wegwijzers er alleen maar als je ze kon volgen op je meegebrachte kaart?
Mijn benen lieten me weten dat er wat spieren aan een stevige overbelasting bezig waren.
Ik ging heel eventjes zitten op een bankje. Mijn horloge wees inmiddels een uur of tien aan. Grof geschat want ik had nog een ouderwets klokje met wijzers die niet oplichten in het donker. Links en rechts van me klonken kraakgeluiden. Toch typisch dat je dit soort geluiden pas opvallen als je de weg kwijt bent. Wat had ik smalend gedaan over the Blair Witch Project! Waarom ook alweer?!
Geweldig, nu begon het ook nog te regenen. Ook al zo´n wet van Murphy. Ik dwong mijn gedachtegang weg van deze man want langs deze lijn zou ik er overduidelijk niet vrolijker van worden.
Nog meer gekraak. Ik hoorde toch duidelijk ook voetstappen nu. Zenuwachtig keek ik om me heen. Opstaan dan maar, en doorlopen. Waarheen was nu even van minder belang, als het maar weg was van de geluiden die op me af schenen te komen.
Natuurlijk was het allemaal verbeelding. Zo werkt dat, dat wist iedereen.
Ik keek nog eens achterom maar zag niks. Toen liep ik tegen iets massiefs aan. Het was een man. Mijn hart schoot in mijn keel, terug naar mijn tenen en deed daarna ernstig zijn best weer op de bestemde plek terug te komen.
De man staarde mij aan maar zei niets. Ik staarde de man aan en durfde niets te zeggen.
Ergens kwam hij mij bekend voor. Vijf minuten staarden we over en weer. Typisch dat ik in die minuten mij geen seconde afvroeg wat die man hier midden in het bos om tien uur s´avonds deed, maar alleen waar ik hem van kende.
Opeens wist ik het. Het was David Lynch! Je weet wel, de man van Twin Peaks en die allerlei andere vage films op zijn naam heeft staan.

Ik riep mijn gedachte hardop uit. Hij knikte. En ik kon het niet laten, voordat ik nadacht zei ik dat zijn enige goede film Mulholland Drive was. Met de rest kon ik helemaal niets.
Hij reageerde niet. Niet meteen. Hij staarde me maar aan en tilde langzaam zijn hand op. Ging hij me nu slaan als een beledigd kind?
Maar zijn hand dwaalde langs mij heen en met gestrekte wijsvinger wees hij iets aan achter mij. Voorzichtig draaide ik mijn hoofd in de betreffende richting. Daar stond een grote zwarte doos. Had die er net ook gestaan? Niet dat zwart nou een kleur is die opvalt midden in de nacht. David tilde ook zijn linkerarm op en met deze hand gaf hij me een klein zetje. Terwijl ik richting de doos liep met David in mijn kielzog en zijn hand nog steeds in mijn rug dacht ik na over zijn films.

Ik moest denken aan die man die op zijn grasmaaier een dikke anderhalf uur door de film rondreed. Moest ik nog een discussie hierover starten? Maar ik geloof niet dat de heer Lynch hier erg open voor stond. Hij had tot nu toe sowieso nog niet veel gezegd.
Aangekomen bij de doos stopte ik. David gaf me een laatste zetje zodat ik achterwaarts de zwartheid in struikelde. Overeind krabbelend, en inwendig vloekend, keek ik om me heen.
Er was alleen maar zwart. Meer kon ik er niet van zeggen. Ik kneep mijn ogen tot spleetjes en tuurde rond om te constateren dat er niks te zien was. Leuk. Kritiek op een filmmaker werd tegenwoordig ook al bestraft.
Tastend draaide ik een rondje. Steeds harder duwde ik tegen alle kanten van de doos. En opeens liet een van de zijdes los. Weer struikelde ik, voorwaarts dit maal!
Gelukkig zag ik in het donker niet hoe vies mijn kleding inmiddels was van al deze valpartijen.
Ik keek uit over een kale vlakte. Helemaal in de verte een klein straaltje licht. Veel keus scheen ik niet te hebben dus begon ik mijn tocht naar het licht. Tjonge jonge, had ik daar niet pas een stukje over geschreven?!
Zoals altijd was het licht veel verder dan gedacht. De horizon bleef de horizon. Na uren was ik nog niet dichterbij gekomen. Het straaltje was nog even klein. De vlakte nog even kaal.
Ik hoorde weer voetstappen. Wie nu weer? Zuchtend wachtte ik totdat de man was genaderd en herkende Steve Buscemi. Er kwam een glimlach op mijn lippen. Dit was een van mijn helden! Steve speelde in de geweldige film, Living in Oblivion, een echte aanrader! En natuurlijk als de zenuwachtige vriend van Walter en the Dude in The Big Lebowski.

Hij lachte nu naar me op zijn eigen speciale manier en vertelde me dat hij was gekomen om me de weg te wijzen. Opluchting overspoelde me. Ik zou vandaag toch nog het licht bereiken, en misschien zelfs mijn bed, zodat ik dit avontuur eens lekker kon uitslapen.
Gelukzalig glimlachend liep ik naast mijn held. Hij sloeg zijn arm om me heen en samen liepen we naar het eind van de horizon.
Het licht werd steeds feller en feller naarmate we dichterbij kwamen. Maar ik was niet meer bang. Ik had Steve. Toen we bijna bij ons doel kwamen was het licht zo fel geworden dat ik helemaal niets meer kon onderscheiden. Knipperend en voetje voor voetje liepen we door.
Opeens was de arm weg. Ik keek naast me en zag geen Steve meer. Maar dat kwam natuurlijk ook door al dat licht.
Ik draaide mijn hoofd weer en zette een stap vooruit. Mijn voet leek geen grond te voelen. Sterker nog, er was geen grond meer! Het was te laat, ik viel voorover en er was niets om me aan vast te houden…..

Top