|
Een
pijnlijke lofzang op de leegte
Monica Dols
29 november 2004
Untitled Document
Aantal reacties: 3
|
|
Hij
zag haar in een discotheek terwijl hij zijn best deed de danspassen
te blijven tellen die hij zo zorgvuldig had ingestudeerd. Maar het
was moeilijk, heel moeilijk.
Zijn ogen bleven aangetrokken tot haar, tot de meest lieflijke verschijning
ooit. Het liedje was ten einde en hij wandelde quasi nonchalant haar
kant op. Als hij een gesprek met haar aanknoopte zou al gauw genoeg
blijken dat ze niet dezelfde interesses had, niet geïnteresseerd
in allerlei maatschappelijke issues en waarschijnlijk een verschrikkelijk
stemgeluid zou produceren.
Hij kreeg ongelijk. Zij sprak als een elf uit de film van Tolkien
en hij was in de ban van haar.
Het werd liefde tot op het bot. Elk orgaan sprak zijn liefde voor
haar uit en beloofde van nu af aan voor haar te leven. En zij stak
haar handen uit, nam ze een voor een aan en verborg ze in haar lichaam.
 |
Zo leefden
ze als een. Ze was niet makkelijk, vergis je niet. Regelmatig pijnigde
hij zijn hoofd over alle kronkels die zich in haar schenen te bevinden.
Ze tierde, vloekte en sloeg om zich heen als een ruwe zeebonk die
te lang aan de kade heeft doorgebracht.
Vervolgens sloeg ze haar armen om hem heen en smolt tot het meest
lieftallige wezen op aarde.
Maar hij nam het graag. Zij was zijn muze, zijn Sirene. Elke keer
werd hij weer gelokt door de zoete geur van haar aanwezigheid. Zij
riep en hij was er.
Op momenten dat hij erover nadacht leek het hem logisch dat juist
haar onbereikbaarheid, het idee dat ze iedere keer weer wegglipte
tussen zijn vingers, haar zo onweerstaanbaar maakte.
Er waren natuurlijk ook momenten van wanhoop. Ogenblikken waarbij
zijn vingers jeukten haar ongelooflijk door elkaar te rammelen. Haar
huid af te pellen, haar organen te nemen en zo het uitwisselingsproject
compleet te maken.
Maar hij deed het niet. Hij was gelukkig en ongelukkig tegelijk. En
ergens beviel hem dat wel. Het maakte haar mysterieus, ongrijpbaar
en kon elk stukje van hem tot een molecuul afbreken met maar één
blik of één woord.
 |
Op de
tijden dat hij zich miserabel voelde wentelde hij zich hierin. Een
vreemd soort zwelgen in zelfmedelijden waar pijn en geluk ergens in
elkaar overvloeien.
Hij noemde haar alles, zijn alles. Hij riep haar altijd met koosnaampjes
die haar steeds opnieuw geen eer schenen aan te doen. Steeds nieuwe
moest hij er verzinnen om de lading te kunnen dekken van zijn gevoel
voor haar.
Zij liet het zich welbehagen. Nooit legde ze hem hierin het zwijgen
op. Ook de spiegels die hij door het hele huis had opgehangen om haar
te reflecteren als ze uit zijn zicht was, liet ze gewillig toe. Hij
was haar slaaf in lichaam en ziel.
Jaren hielden ze dat vol. Jaren leefden ze in opperste geluk en op
de toppen van elke pijngrens. Jarenlang keek hij naar haar. Dag en
nacht. Vooral in de nacht, als zij sliep kon hij haar uren bewonderen.
Hij had het kunnen weten maar misschien wilde hij dat niet. Misschien
had hij het gewoon al die tijd verdrongen, aan de kant gezet en gedaan
alsof hij er niet steeds over struikelde.
De dag zelf zal hem altijd bij blijven. Ze stapte binnen met dezelfde
eeuwige stralenkrans om zich heen. Hij keek haar aan, klaar om weer
weg te smelten in haar grote ogen met de mooiste wimpers op aarde.
Maar hij schrok van het licht in diezelfde ogen. Een licht dat kil
en koud was. Een licht dat hij niet herkende, zelfs niet van haar
vaak voorkomende woede uitbarstingen. Een licht dat hem zei niet voor
hem te schijnen.
Ik ga je verlaten, ze zei het echt. Ze sprak het daadwerkelijk uit.
De woorden die volledig overbodig waren. Ze wist dat ze hem niet harder
had kunnen treffen. Ook dat zag hij in haar licht. En wat erger was,
het kon haar niet schelen! Nu zag hij het, nu viel elk stukje van
hun relatiepuzzel op zijn plaats. Het deed haar niets. Ze had zijn
organen nooit opgeslokt en in haar lichaam gekoesterd. Ze haalde ze
gewoon uit haar zakken en gaf ze hem terug met een schokkende onverschilligheid.
We moeten beiden verder in het leven, zei ze, met een verholen blik
in een van de spiegels. Hij zakte neer op de grond en wist dat hij
dit niet zou overleven. Je kunt een hart niet weggeven en dan weer
terugplaatsten zonder barsten. Barsten zijn levensbedreigend en lijmen
kun je ze moeilijk. Hij bleef haar maar aanstaren, terwijl hij voelde
hoe de grond zich opende om hem voor eeuwig te begraven. Haar blik
bleef even koel en het licht had niet kouder kunnen zijn dan de tl-buizen
in een trein die door de nacht raasde.
Dit was het dan. Het einde was genaderd. Hij richtte zich nog eenmaal
op en vroeg met trillende stem: hoe heet je nou eigenlijk echt?
Een zuinig lachje brak door op haar wit gezicht en haar lippen weken
enigszins vaneen zodat hij haar tanden zag. Zonder enige emotie sprak
zij: Narcis...
 |
Top