Untitled DocumentUntitled Document
Bovengronds
Front
Artikelen
Archief
Album Top 5
De Afgrond In
Aanraders

Ondergronds
Over de Afgrond
Contact

Verwante Gronden
Artikelen van
Monica Dols

 
Onderwerp:
Literair

 
Commentaar
Moet de nieuwe film van Geert Wilders op voorhand verbannen worden of moet iedereen het voor zichzelf bepalen?

  Gepost door:Roger Dols
  Gepost op:2008-01-18 17:07:27
  (199 reacties)
  Eerder Commentaar

 
de Afgrond zoekt nog redactieleden en/of schrijvers. Wie biedt zich aan?

  Gepost door:monica
  Gepost op:2007-09-27 16:26:41
  (45 reacties)
  Eerder Commentaar

 

 

 

 

 

 

 
Mijn Muze

 

Een pijnlijke lofzang op de leegte
Monica Dols
29 november 2004 Untitled Document
Aantal reacties: 3

 

Hij zag haar in een discotheek terwijl hij zijn best deed de danspassen te blijven tellen die hij zo zorgvuldig had ingestudeerd. Maar het was moeilijk, heel moeilijk.
Zijn ogen bleven aangetrokken tot haar, tot de meest lieflijke verschijning ooit. Het liedje was ten einde en hij wandelde quasi nonchalant haar kant op. Als hij een gesprek met haar aanknoopte zou al gauw genoeg blijken dat ze niet dezelfde interesses had, niet geïnteresseerd in allerlei maatschappelijke issues en waarschijnlijk een verschrikkelijk stemgeluid zou produceren.
Hij kreeg ongelijk. Zij sprak als een elf uit de film van Tolkien en hij was in de ban van haar.
Het werd liefde tot op het bot. Elk orgaan sprak zijn liefde voor haar uit en beloofde van nu af aan voor haar te leven. En zij stak haar handen uit, nam ze een voor een aan en verborg ze in haar lichaam.

Zo leefden ze als een. Ze was niet makkelijk, vergis je niet. Regelmatig pijnigde hij zijn hoofd over alle kronkels die zich in haar schenen te bevinden. Ze tierde, vloekte en sloeg om zich heen als een ruwe zeebonk die te lang aan de kade heeft doorgebracht.
Vervolgens sloeg ze haar armen om hem heen en smolt tot het meest lieftallige wezen op aarde.
Maar hij nam het graag. Zij was zijn muze, zijn Sirene. Elke keer werd hij weer gelokt door de zoete geur van haar aanwezigheid. Zij riep en hij was er.
Op momenten dat hij erover nadacht leek het hem logisch dat juist haar onbereikbaarheid, het idee dat ze iedere keer weer wegglipte tussen zijn vingers, haar zo onweerstaanbaar maakte.
Er waren natuurlijk ook momenten van wanhoop. Ogenblikken waarbij zijn vingers jeukten haar ongelooflijk door elkaar te rammelen. Haar huid af te pellen, haar organen te nemen en zo het uitwisselingsproject compleet te maken.
Maar hij deed het niet. Hij was gelukkig en ongelukkig tegelijk. En ergens beviel hem dat wel. Het maakte haar mysterieus, ongrijpbaar en kon elk stukje van hem tot een molecuul afbreken met maar één blik of één woord.

Op de tijden dat hij zich miserabel voelde wentelde hij zich hierin. Een vreemd soort zwelgen in zelfmedelijden waar pijn en geluk ergens in elkaar overvloeien.
Hij noemde haar alles, zijn alles. Hij riep haar altijd met koosnaampjes die haar steeds opnieuw geen eer schenen aan te doen. Steeds nieuwe moest hij er verzinnen om de lading te kunnen dekken van zijn gevoel voor haar.
Zij liet het zich welbehagen. Nooit legde ze hem hierin het zwijgen op. Ook de spiegels die hij door het hele huis had opgehangen om haar te reflecteren als ze uit zijn zicht was, liet ze gewillig toe. Hij was haar slaaf in lichaam en ziel.
Jaren hielden ze dat vol. Jaren leefden ze in opperste geluk en op de toppen van elke pijngrens. Jarenlang keek hij naar haar. Dag en nacht. Vooral in de nacht, als zij sliep kon hij haar uren bewonderen.
Hij had het kunnen weten maar misschien wilde hij dat niet. Misschien had hij het gewoon al die tijd verdrongen, aan de kant gezet en gedaan alsof hij er niet steeds over struikelde.
De dag zelf zal hem altijd bij blijven. Ze stapte binnen met dezelfde eeuwige stralenkrans om zich heen. Hij keek haar aan, klaar om weer weg te smelten in haar grote ogen met de mooiste wimpers op aarde. Maar hij schrok van het licht in diezelfde ogen. Een licht dat kil en koud was. Een licht dat hij niet herkende, zelfs niet van haar vaak voorkomende woede uitbarstingen. Een licht dat hem zei niet voor hem te schijnen.
Ik ga je verlaten, ze zei het echt. Ze sprak het daadwerkelijk uit. De woorden die volledig overbodig waren. Ze wist dat ze hem niet harder had kunnen treffen. Ook dat zag hij in haar licht. En wat erger was, het kon haar niet schelen! Nu zag hij het, nu viel elk stukje van hun relatiepuzzel op zijn plaats. Het deed haar niets. Ze had zijn organen nooit opgeslokt en in haar lichaam gekoesterd. Ze haalde ze gewoon uit haar zakken en gaf ze hem terug met een schokkende onverschilligheid. We moeten beiden verder in het leven, zei ze, met een verholen blik in een van de spiegels. Hij zakte neer op de grond en wist dat hij dit niet zou overleven. Je kunt een hart niet weggeven en dan weer terugplaatsten zonder barsten. Barsten zijn levensbedreigend en lijmen kun je ze moeilijk. Hij bleef haar maar aanstaren, terwijl hij voelde hoe de grond zich opende om hem voor eeuwig te begraven. Haar blik bleef even koel en het licht had niet kouder kunnen zijn dan de tl-buizen in een trein die door de nacht raasde.
Dit was het dan. Het einde was genaderd. Hij richtte zich nog eenmaal op en vroeg met trillende stem: hoe heet je nou eigenlijk echt?
Een zuinig lachje brak door op haar wit gezicht en haar lippen weken enigszins vaneen zodat hij haar tanden zag. Zonder enige emotie sprak zij: Narcis...

Top