Untitled DocumentUntitled Document
Bovengronds
Front
Artikelen
Archief
Album Top 5
De Afgrond In
Aanraders

Ondergronds
Over de Afgrond
Contact

Verwante Gronden
Artikelen van
Harry Prenger

 
Onderwerp:
Muziek

 
Commentaar

 

 

 

 

 

 
De Echo van Tom Waits

 

“Clang boom steam”
Harry Prenger
6 december 2004 Untitled Document

 

Eigenlijk ben ik niet zo’n liefhebber van Tom Waits. Zijn ballades zijn me te zoet, overdreven uitbundig en sentimenteel. Zijn pathetische songs maken de meeste van zijn albums schier ondraaglijk, zoals Small Change, Blue Valentine en debuut Closing Time.

(foto Lukas Göbel)

Naar het schijnt was het vrouwlief Kathleen Brennan die Tom Waits een andere muzikale richting opstuurde. Sindsdien verkent de voorheen zo clichématige ballademinstreel, de keerzijde van de menselijke psyche; de kant waarin het onverwachte en niet in het minst het onafwendbare, op sleeptouw wordt genomen door schots en scheve (wan)klanken. De kentering betekende een fikse artistieke ommezwaai. In positieve zin wel te verstaan. Alras kwam de beloning in de vorm van het groteske meesterwerk Swordfishtrombones. Waits’ vertellingen over zelfkanttypes uit de onderbuik van de samenleving bleken dankzij de veelzijdige en bijna experimentele instrumentatie gelaagder en indrukwekkender. Toch kan Waits het tranentrekken op de opvolgers Rain Dogs, Frank’s Wild Years en Bone Machine niet laten.

Ook het alom bejubelde Mule Variations overtuigt niet helemaal. Slechts het paranoïde What’s He Building steekt met kop en schouders boven de rest van de songs uit. Ik was dan ook niet van zins de opvolger van Mule Variations (de theateralbums Alice en Blood Money buiten beschouwing gelaten), aan te schaffen. Enkele songs die ik via internet hoorde maakten me echter alsnog nieuwsgierig.

Oh grote opluchting, de dubbel lp Real Gone is allesbehalve een miskoop. De woorden real gone betekenen zoveel als een definitief afscheid, een voorgoed einde. Real Gone heet niet voor niets de overlijdensrubriek van het Britse muziekmaandblad Mojo.
Tom Waits neemt met de lp Real Gone een diepe duik in het verleden. Om te zien wat er is gebeurd en of er nog van te maken valt.
Op de binnenhoes herinnert een wazige close up van een oude microfoon aan de jaren vijftig. Het stereobeeld is gecomprimeerd, alsof de songs uit één luidspreker worden geperst. Real Gone is meer mono dan stereo.
Waits’ stem klinkt als een krakende 78-toerenplaat, percussie, bas en gitaren bonken claustrofobisch over en vooral door elkaar. Op Real Gone kortom is de eenvoud ver te zoeken. Songs staan stijf van de tekstuele en passend muzikale vervreemding in een cadans die zwaar uit het lood staat. “Kubistische funk”, noemt Waits het.

Tom Waits is een groot bewonderaar van componist-muzikant Harry Partch. Met name de ritmeschema’s op Real Gone en ook Swordfishtrombones doen denken aan de niet-westerse compositiemodellen zoals Partch’ deze toepaste op zijn zelfgemaakte instrumenten. Behalve Partch hoor ik op Real Gone flarden jaren vijftig exotica, van Martin Denny en Les Baxter. Toen ik onlangs Sun Ra’s Atlantis draaide, moest ik tijdens het bizarre trommelwerkje Yucatan eveneens aan Real Gone denken.
Is er dan niks nieuws aan deze plaat? Nou, in een van de songs wordt iemand verzocht zijn cell phone uit te zetten.

Waits orakelt als een beat-dichter, in de sporen van Jack Kerouacs bop-prose, korte zinnen, van de hak op de tak, bam, bam, bam, soms onverstaanbaar grommend. Verhalen waar soms geen touw aan vast te knopen is, waarin wortels omhoog en takken naar beneden groeien. Voor Waits zijn de elementen en de natuur een metafoor, ter duiding van naderend onheil. Over mensen die niet weten dat ze hun beste tijd hebben gehad. “An old black tree, scratching up the sky with boney, claw like fingers”.
     (foto Anton Corbijn)

Wat er precies aan de hand is blijft vaak in het midden, behalve dat mensen de rekening krijgen gepresenteerd voor iets dat plaatsvond in het verleden. Mensen met een destructief karakter, al dan niet met terugwerkende kracht ingehaald door de tijdstrein (door U2-zanger Bono omschreven als “time is a train, making the future the past”).

Op Real Gone wordt het verleden gekoesterd en de toekomst argwanend begroet, “carving out a future with a gun and an axe”. Dan moet je niet raar opkijken als vrouwen er vandoor gaan. Vrouwen blijken opvallend vaak met de noorderzon vertrokken; in How’s It Gonna End, Clang Boom Steam, Baby Gonna Leave Me, Make It Rain.
Real Gone dus, echt weg, pleite, afnokken geblazen. Vrouwen die weglopen van mannen met een destructief karakter. Omdat volgens filosoof Walter Benjamin “het destructieve karakter niets duurzaams ziet, maar omdat het overal een weg ziet, moet het ook de weg ruimen. Niet altijd met grof, soms met subtiel geweld”.

Vrouwen die weglopen bij karakters die weer lijken weggelopen uit de boeken van zelfkantchroniqeurs Charles Bukowski en Paul Auster. Tom Waits doet er nog een schepje bovenop. Hij maakt er muziek bij. En hoe. Real Gone is zijn beste album sinds Swordfishtrombones.

Referenties:
Martin Denny – Exotica lp (Liberty 1957)
Les Baxter - The Exotic Moods Of Les Baxter (Capitol 1996)
Sun Ra Arkestra – Atlantis lp (Saturn 1967)
Harry Partch – Delusion Of The Fury lp (Columbia 1971)
Walter Benjamin - Der Destruktive Charakter (uit Maar Een Storm Waait Uit Het Paradijs, Uitgeverij SUN, 1996)
U2 – Zoo Station (uit de cd Achtung Baby (Island 1991)

Top