Untitled DocumentUntitled Document
Bovengronds
Front
Artikelen
Archief
Album Top 5
De Afgrond In
Aanraders

Ondergronds
Over de Afgrond
Contact

Verwante Gronden
Artikelen van
Harry Prenger

 
Onderwerp:
Muziek

 
Commentaar

 

 

 

 

 

 
The No-Neck Blues Band

 

Interview
Harry Prenger
30 december 2004 Untitled Document

 

In de muziek van The No-Neck Blues Band reflecteren flarden associatieve echo’s. Je hoort de veldopnamen van muziekantropoloog Alan Lomax erin terug, de vooroorlogse Amerikaanse folk en de psychedelische etno-trance van musique maudit Angus MacLise. Welkom bij de freakout-litanieën van de opmerkelijkste Amerikaanse band sinds Captain Beefheart.

Sommige muzikanten negeren gewoon het bestaan van de platenindustrie met bijbehorende faciliteiten zoals distributie en promotie. En wat nu als de muziek van zo'n band toch heel bijzonder is, nagenoeg een nieuwe muziektaal verwezenlijkt met eigen kenmerken en omstandigheden? Tja, dan mag je gerust spreken van een bijzondere gebeurtenis. Steeds meer bands voegen zich bij het gedachtegoed van The No-Neck Blues Band. In Boston ontstaat onder aanvoering van John Moloney Sunburned Hand Of The Man; in meerdere opzichten geestverwanten, evenals de avantgardefolkies van Jackie-O Motherfucker en Wooden Wand & the Vanishing Voice.

Erg gemakkelijk maken ze het de luisteraar niet, The No-Neck Blues Band. Wie de rudimentaire klanken voor het eerst hoort fronst de wenkbrauwen en gebaart afwerend. Maar hoeveel dovemansoren hebben niet meewarig het hoofd geschud èn afgewend toen ze voor het eerst de atonale composities van Arnold Schoenberg hoorden, de bebop van Dizzy Gillespie of de freejazz van Ornette Coleman? Figuren die inmiddels te boek staan als legendarisch en invloedrijk. Het helende werk van de tijd plaatste hun oeuvre alsnog met terugwerkende kracht in de juiste context.

TEGENSTELLINGEN
Thurston Moore van Sonic Youth en popjournalist Byron Coley geven in het midden van de jaren negentig The No-Neck Blues Band het eerste zetje. Het duo is onder de indruk van de dan nog vrijzinnige experimenten van de groep. Om de band op weg te helpen richten Moore en Coley het label Ecstatic Yod op. Na een single in 1995 verschijnt een jaar later de debuut-lp; het begin van een in relatieve stilte verstrijkende geschiedschrijving.
De door David Nuss en Keith Connolly opgerichte zevenmansgroep uit Brooklyn koestert angstvallig zijn status van cultband. Musiceren volgens een beproefd recept is er dan ook niet bij. The No-Neck Blues Band, ook wel aangeduid met NNCK, staat voor improvisatie, intuïtie en associatie. Muzikaal vakmanschap is niet van belang. De groep confronteert met tegenstellingen, die elkaar desondanks niet bijten maar dulden.
Het is de traditie van de “raw primitive” (volgens gitarist John Fahey de folk en blues van begin vorige eeuw), tegenover freakout-psychedelica, waarin trommeltjes, gitaren, blaasinstrumenten, vervormde elektronica, viool en zang, onderonsjes spelen. Maar er is meer. The No-Neck Blues Band is niet zomaar uit de lucht komen vallen.

Per zesdelige cd-box Anthology Of American Folk Music openbaarde Harry Smith de verborgen schatten van de oeroude Americana; Terry Riley en Steve Reich experimenteerden met Indiase muziek; Harry Partch maakte vervreemdende muziek van zelfgemaakte instrumenten; lo-fi folk werd door Holy Modal Rounders en The Fugs gespeeld alsof het punk was en nadien mêleerden cultband Kaleidoscope en alchemist Angus MacLise (heel even Velvet Undergrounddrummer) alles tezamen in een inferno van etnologische hoogstandjes.
NNCK volgt de route van al deze pionierende Amerikanen, die een verband leggen tussen folk, transcendente kunst en uitheemse muziek. NNCK is dan ook een samenvatting van het voorafgaande, maar wie een van hun platen draait vermoedt dat men nog bezig is met het stemmen van de instrumenten.
Niets is minder waar: The No-Neck Blues Band is al begonnen! Een recensent verwoordde het als volgt: "These tranquil interludes often end up exploding into pagan orgies of wild reeds and catfight-in-a-kitchen percussion, with the band speaking in tongues and testifying like possessed madmen".

OBSCUUR
Een ander opvallend trekje: The No-Neck Blues Band wentelt zich in obscuriteit. Met het geven van interviews zijn de bandleden nogal terughoudend. Aan een emailinterview leveren alle muzikanten een bijdrage, maar stellen als voorwaarde anoniem te willen blijven. De antwoorden zijn cryptisch, doorspekt met mystieke metaforen of ronduit vaag. Over het geven van interviews is men in elk geval vrij duidelijk.
NNCK: "Verzoeken om informatie worden op prijs gesteld. We geven er de voorkeur aan onze identiteit te bewaren in plaats van toe te geven aan de vreemde mechanismen van trendmakers. Soms zijn foto’s voor de hand liggend. In het algemeen beschouwt men fotografie als een sociale variant op de eeuwigheid. Koppig als we zijn doen we ons zelf een plezier door vooruit te blikken naar een nieuw publiek en benadering in plaats van de vijftien minuten beroemdheidsklok te laten tikken."

Wie de groep in levende lijve wil aanschouwen moet een beetje geluk hebben. Optredens zijn soms gratis en worden doorgaans via mond-tot-mondreclame “aangekondigd”. Bij voorkeur speelt de groep in achterafclubs, op het dak van een appartement of in ateliers van bevriende kunstenaars. En anders tref je ze in The Hinthouse in Harlem, de door de band opgerichte tentoonstellingsruimte annex bijeenkomst voor cultuuruitingen. Concertopnamen verschijnen naderhand op het eigen Sound @ One-label; in verpakkingen waar de huisvlijt vanaf spat. Beperkte de bekendheid van de groep zich tot de avantgardejazz-scene van Brooklyn en Harlem, sinds een cd verscheen op het Revenantlabel wordt de cultstatus flink op de proef gesteld.
NNCK: "Misschien is voor ons de tijd van het oogsten aangebroken, maar we zien onszelf als een muziekgroep, niet als een groep afgewezen figuren die onderdeel zijn van reeks tragische, cultureel diabetische amputaties."

GEBRANDMERKT
Eind 2001 verschijnt Sticks And Stones May Break My Bones But Names Will Never Hurt Me. Niet alleen vanwege de titel een opvallende en belangwekkende uitgave. Wat meteen opvalt is de verpakking: ingeklemd tussen plexiglas en een met het NNCK logo gebrandmerkt stukje hout zit onder een uitvouwbaar boekje de cd verstopt. Een typische uitgave van het Revenantlabel, ooit beheerd door wijlen John Fahey.
NNCK: "We zien onszelf als 'folk', net als John Fahey. We realiseerden ons dat hij onze link was tot de Amerikaanse folktraditie. Fahey’s benadering is ook een benadering van het denken; zijn aanvalsplan bedoelt te tarten, te verbijsteren."

Sticks And Stones wordt geproduceerd door Jerry Yester, in de jaren zestig korte tijd gitarist van Lovin’ Spoonful, producer van o.a. Tim Buckley en verantwoordelijk voor het excentrieke album Farewell Aldebaran (met Judy Henske).
Yester’s bewust ongeflatteerde productie en NNCK’s de vrije loop latende etnische invloeden maken van de cd een intrigerende luisterbelevenis. Wat heet. De groep veroorlooft zich een vrijheid die bijna provocerend te noemen is. Gedurende vijfenzeventig minuten gaan psychedelische mantra’s over in transcenderende chants, ritmes bezweren en ontaarden in een Indiase invocatie; het lijkt wel een editie uit de Ethnic Folkways Library. Het is een van de merkwaardigste maar ook fascinerendste cd’s die de schrijver dezes de laatste jaren mocht horen.
Tijdens het luisteren heb je nog niks in de gaten. Je verbaast je over de rijkdom van ordeloze klanken en het daaruit voortkomende dilemma of je dit nu wel of niet goed vindt. Enkele dagen later merk je het, nee voel je het. Hoe zich een muziek-cd steeds dieper in je geheugen boort en een nieuwe draaibeurt afdwingt met de vraag: heb ik het wel goed gehoord? En nog een vraag. Hebben we hier met een mijlpaal van doen?

(Voor een recensie van The No Neck Blues Band live in Hasselt, zie elders op deze site onder Artikelen>Muziek)

The No-Neck Blues Band is
David Nuss-drums
Keith Connolly-percussie
Matt Heyner-bas
Dave Shuford-gitaar
Jason Meagher-gitaar
Pat Murano-gitaar
Michiko X-viool

Selectieve discografie:
Recorded In Public & Private (Ecstatic Yod LP 1996)
Voor de liefhebbers. Studie in feedback- en andere gitaaroprispingen, in een oplage van 500 exemplaren.

Hoichoi The No-Neck Blues Band (Sound @ One LP 1996)
Tomeloze klanken en ritmen in de stijl van de Marokkaanse Master Musicians Of Joujouka. In uitvouwbare hoes met banderol.

Letters From The Earth (Sound @ One 2CD 1996)
Opgenomen op het dak van een appartement in Brooklyn, onlangs opnieuw uitgebracht.

A Tabu Two (Sound & One 1996)
Vol slierten percussiepsychedelica.

Letters From The Serth (Sound @ One CD 1997)
Enerverende mix van akoestische instrumenten en elektronica.

Meets The Clear People With Mystery Gypped, Live At Ken’s Electric Lake
(Sound @ One 2LP 1998)
Bezwerende, subtiel ritmische verkenningen. Mooie klaphoes ook.

Sticks And Stones May Break My Bones But Names Will Never Hurt Me (Revenant CD 2001)
De klassieker in wording?

RE: Mr A Fan (Trade Mark Of Quality LP 2002)
Naar het schijnt een ongeautoriseerde livelp. Verschenen in verschillende hoezen en gekleurd vinyl.

Intonomancy (Sound @ One 2003)
Min of meer een voortzetting van Stick And Stones, maar beduidend minder goed en nogal langdradig.

Ever Borneo (Sound @ One 2003)
Met gratis single in erg mooie hoes, live, met bijna funkachtige krautrock invloeden.

Parallel Easters (Seres 2004)
Dubbel cd met live opnamen van 1999-2003.

Dutch Money (Seres 2004)
Live opgenomen lp voor VPRO Radio De Avonden.

First Kingdom Of The Ghost (Seres 2004)
Geen verrassingen op deze lp, een archetypische NNCK plaat.

Zie ook de website van The No-Neck Blues Band www.theserth.com

(Dit artikel verscheen eerder in gewijzigde vorm in Heaven en www.kindamuzik.net)

Top