|
Een
reis door de tijd.
Monica Dols
18 januari 2005
Untitled Document
Aantal reacties: 3
|
|
Globaal
is de aarde ingedeeld volgens 24 tijdzones om de 15de meridiaan.
De wereldtijd of Universal Time (UT) geldt rondom de nul meridiaan.
De Midden Europese Tijd (MET) geldt rondom -15 WL (Wester Lengte).
De Oost Europese Tijd (OET) geldt rondom -30 WL, enz.
De zonetijd is naar het oosten toe steeds een uur later, omdat de
zon daar eerder is opgekomen, en naar het westen toe steeds een uur
vroeger.
Algemeen
geldt: Zonetijd = UT - WL/15 , waarbij WL een positief getal is ten
westen van Greenwich en een negatief getal ten oosten van Greenwich.
Daarom geldt : MET = UT + 1 uur en OET = UT + 2 uur
N.B.
De plaats van de datumgrens ligt op -180 WL = +180 WL.
(Bron:
ourworld.compuserve.com/homepages/Jan_Nentjes/astro.htm)
Tik tak, tik tak,
tik tak. Tijd is relatief. Ik heb de tijd, alle tijd van de wereld.
En de tijd heeft mij. Elke dag heeft de tijd mij weer. Zeven uur opstaan,
aankleden, koffie zetten, brood smeren, ontbijten en krant lezen,
acht uur op de fiets naar het werk. Daar aangekomen neemt de tijd
helemaal een loopje met me. Vanaf begin tot einde tart de tijd me
met een ongekende traagheid. Tijd voor koffie, en nog een kopje, en
nog een kopje. Om twaalf uur tijd voor lunch waarbij er een half uur
tijd opeens vooruit springt zodat het lijkt alsof er nauwelijks tijd
is om mijn brood naar binnen te werken. Dan elke minuut bekijken op
mijn wekkerradio naast de pc. Kijk, alweer een minuut voorbij! Ach
van 15.15 naar 15.16.
De middag is bijna
voorbij, zes minuten voor vijf, vijf minuten voor vijf, vier minuten
voor vijf, drie minuten voor vijf, twee minuten voor vijf… en
ik sta inmiddels met de jas aan, fietssleutel in de hand. Ik loop
maar alvast, ben tenslotte vanmorgen ook twee minuten te vroeg aangekomen.
De weg naar huis beslaat ongeveer tien minuten fietsen. Thuis moet
ik nog vijftien minuten wachten op het eten. Een geluk dat ik niet
zelf hoef te koken. Dat scheelt alweer tijd. Eten neemt niet zoveel
tijd in beslag, waarschijnlijk kauw ik niet voldoende.
Dan een wachttijd tot de volgende activiteit. Dit wisselt uiteraard.
Wachten op mijn lift naar de sporthal, wachten op het uur dat ik heb
afgesproken met visite, wachten op het moment dat ik zin heb mezelf
van de bank te slepen.
Rond elf uur probeer ik richting bed te vertrekken. Slapen wil ik
acht uur doen. Dit lukt niet altijd. Soms meer, soms minder. In bad
ga ik gemiddeld dertig minuten per keer. Sporten doe ik twee uur maar
ik zit ook wel eens twintig minuten op de bank.
In het weekend winkel ik misschien twee uur per zaterdag. Soms drink
ik koffie in de kroeg op zaterdagmiddag. Dan blijf ik gemiddeld drie
uur hangen. Vaak ga ik uit, meestal van elf tot drie. Op zondag slaap
ik dan langer en op maandag weer korter.
De tijd
bespringt me, elke dag, elk uur, elke minuut. Ik zit in een tijdswurgreep.
En ik grijp me eraan vast. Zonder tijd zou er geen enkele vorm van
structuur zijn. Wat moest ik dan doen en wanneer? De tijd laat me
zien dat ik ouder word. De tijd laat me zien dat alle wonden heelt.
De tijd houdt me een vreselijk grote spiegel voor als ik erin verstik.
Soms heb ik nauwelijks tijd om adem te halen. Vaak heb ik veel te
veel tijd om in rond te wentelen. Dan ga ik denken aan wat er met
al die tijd gebeurt.
Hoeveel tijd zou ik nog hebben?
Top