|
Bassholes Blues, Zweet en Tranen |
|
|
Interview
Harry Prenger
24 januari 2005
Untitled Document
|
|
‘I
do no wish to escape from reality, I want reality to escape from me’
(Thom Rapp)#
Op de
eerste lp van de Bassholes eindigen zeven songtitels met het woord
blues. Het Amerikaanse erfgoed is al meer dan tien jaar in goede handen
bij de Bassholes. Weliswaar wikkelen ze de blues in prikkeldraad om
heftige emoties aan het zicht te onttrekken, maar de lijdensweg die
blues heet laat zich niet zomaar de kop indrukken. De Bassholesblues
is gestileerd met een flinke portie garage en punk, is behoorlijk
neurotisch en wellicht daarom slechts bij een handjevol liefhebbers
bekend. Niettemin is de bewondering voor de aloude plattelandsblues
en Charley Patton in het bijzonder oprecht en hartstochtelijk. En
het is ze menens. Bassholes gaan de grote thema’s niet uit de
weg. Moord, sex, schuld en boete - destijds bezongen door de oude
bluesmannen Lightin’ Hopkins, Furry Lewis en Skip James. Ze
staan in vermomming op het repertoire. Maar de toorn wordt pas ontstoken
in de broeierige en licht ontvlambare songs van zanger-gitarist Don
Howland en zijn drummende maatje Lamont ‘Bim’ Thomas.
Begin februari en half maart zijn ze eindelijk weer in ons land voor
optredens.
 |
| Bassholes Bim Thomas en Don Howland
(r) |
Albums
van de Bassholes (spreek uit als ‘assholes’) laten zich
beluisteren als een vervolg op de legendarische verzameling Anthology
Of American Folk Music van chroniqeur Harry Smith. Smith verdeelde
zijn verzameling 78-toeren platen in ‘social’ songs en
ballades, songs die een levensbeschouwelijke en sociologische context
verwoordden. Ook de Bassholesplaten bevatten geschiedschrijvingen,
ontboezemingen van persoonlijke aard en verhandelingen waarin fictie
en feiten vervagen. De lp’s Blue Roots, Deaf Mix Vol. 3 en het
schizofrene Long Way Blues (1996-1998) tarten alleen al vanwege de
opnameregistratie iedere verbeelding. Het verwrongen geluid illustreert
het verhaal van de stervelingen die door de Amerikaanse Droom zijn
uitgekotst, welke onderkant intussen krioelt van de psychopaten, loners
en losers.
Andere albums, zoals het ruige Haunted Hill en het ontketende When
My Blue Moon Turns Red Again zijn toegankelijker. Aan de oppervlakte
dendert de rock & roll nors en morsig, doch aan de binnenkant
proef je hoe de Amerikaanse mythe wordt doorgeprikt.
Zeven jaar na de laatste studioplaat is er een nieuw album van de
Bassholes, simpelweg Bassholes getiteld. Alsof het om een debuut gaat.
De heren kiezen bewust voor meer blues en traditie. Wellicht de reden
waarom de plaat minder opgejaagd maar ook minder urgent klinkt dan
vroegere albums. Het venijn is er een beetje af jammer genoeg.
Op een
kille lenteavond in april 2001 neemt Don Howland plaats aan een tafeltje
en verwoordt zijn zweet des aanschijns. Het geluid van een politiesirene
nadert de avondstilte en ebt weer weg, vogeltjes hervatten hun gefluit,
verwachtingsvol de zomer tegemoet. In de verte blaft een hond.
Don
Howland: ‘Vijf jaar geleden zijn mijn vrouw en ik uitelkaar
gegaan. Ik denk dat ons huwelijk minstens vijf jaar te lang heeft
geduurd, misschien wel acht jaar. Voordat we trouwden speelde mijn
vrouw in een band. Ze was eigenlijk een klassiek geschoolde violiste,
maar ze hield meer van groepen als Sonic Youth. Toen we onze eerste
zoon kregen stopte zij met de muziek en het feit dat ik in bands bleef
spelen vond ze maar niks. Ze was boos en misschien zelfs jaloers.
Ze wist echter ook dat ik de muziek nodig had omdat ik mentaal ziek
was. Ik had het nodig om het leven aan te kunnen. Maar ze haatte mij
erom. Ondanks dat ik drie, vier avonden van huis was voor optredens
probeerde ik er alles aan te doen om een goede vader te zijn. In die
tijd gebeurde van alles tegelijk. Mijn goede vriend Jim Shepard, een
geweldige gitarist, hing zich op en een tijd later werd bij mij een
vorm van huidkanker geconstateerd. Intussen ben ik daaraan geholpen,
gaat het weer een stuk beter met me en zie ik mijn kinderen elke dag.’
Gespeeld relativerend voegt hij er nog aan toe: ‘Tsja, ik mag
wel zeggen dat ik drie slechte jaren achter de rug heb.’
 |
‘Ik
heb nog een jaar les gegeven in North Carolina, maar op een gegeven
moment hoopte ik een betere baan te krijgen en heb ontslag genomen.
Toen ik nog in Columbus in Ohio woonde gaf ik Engels aan dertien-,
veertienjarigen op een middelbare school. Les geven bracht veel spanning
met zich mee. Veel jongeren waren betrokken bij criminaliteit en zelfs
bij moord. Zoiets raakt je. Als je ouder wordt merk je dat er steeds
meer vrienden om je heen overlijden. Misschien dat ik daarom vaak
songs schrijf met de dood als thema. Het is een terugkerend onderwerp
in de Amerikaanse cultuur, in de muziek en zeker in de blues. Waarschijnlijk
worden veel mensen aangetrokken tot de dood omdat het zo gut level
is; je kunt er net als sex makkelijk geld mee verdienen. De Amerikaanse
cultuur toont een gezicht met een glimlach, maar onder die glimlach
heerst veel ontreddering. Elke fucking commercial pompt je
in dat je veel geld moet verdienen en als dat niet lukt voel je je
een loser. En als je jezelf een loser vindt begin je algauw te denken
aan de dood of aan het plegen van zelfmoord.’
‘Mijn
eerste kennismaking met punk was Dr. Feelgood, die ik in 1975 zag
toen ze het voorprogramma waren van The Tubes. Dat was de eerste keer
dat mensen met kort haar een hoop lawaai maakten, ha, ha. Op de avond
dat ik de eerste Ramones-lp draaide rookte ik mijn eerste joint. Die
plaat maakte grote indruk op mij. Jaren laten voelde ik me behoorlijk
wanhopig. Van punk was niets meer over. Alles was fucked up.
Daarna waren groepen als X en Gun Club mijn favorieten. Zij wezen
mij met hun op roots gebaseerde punk in de richting van de oude blues.
Ik weet niet meer hoe ik aan mijn Charley Patton platen kwam, maar
toen ik hem voor het eerst hoorde maakte hij op mij dezelfde indruk
als die eerste Ramonesplaat. Zijn muziek zorgde ervoor dat ik sindsdien
over veel dingen anders ben gaan denken. Ik ben ervan overtuigd dat
Charley Patton ooit net zo erkend wordt in Amerika als Robert Johnson.
Patton kon de blues in meerdere stijlen spelen; zijn slide-gitaar
praatte tegen hem en hij praatte terug.’
‘Ik
heb er me bij neergelegd dat we van onze muziek niet rijk worden.
Dat hebben we ook een beetje aan onszelf te danken. We hadden de kans
om met de Jon Spencer Blues Explosion een toer te doen langs de westkust,
maar daar hadden we geen trek in. Achteraf stom natuurlijk. De band
die toen wel meeging, Cheater Slicks, heeft het echter ook niet veel
geholpen. Jon heeft het goed bekeken. Op tv maakt hij reclame voor
een jeansmerk en voor een optreden krijgt hij soms 25.000 dollar!
Zijn platen vind ik geweldig. Het heeft voor ons weinig zin om uitgebreid
door Amerika te toeren. Het land is veel te groot en er is weinig
respons. Je kunt beter naar Europa gaan waar de mensen bovendien een
stuk aardiger zijn. Bij ons moet je de mensen smeken om bij ze te
mogen overnachten. De bladen schrijven niet over ons; onze platen
worden niet besproken. Ze plaatsen liever een negatieve recensie over
een Heather Nova-album dan een positieve recensie over een onbekende
band. Als ze al iets over ons schrijven slaat het gewoon nergens op.
Ik heb zelf jarenlang voor Spin Magazine en The Village Voice geschreven,
maar met name Spin is verworden tot een blad waar je niet weet waar
de advertentie ophoudt en een redactioneel stuk begint. Ik vind het
bijna beledigend zoals ze over ons schrijven. Ik weet niet of ze het
verband kunnen leggen tussen onze muziek en de rural blues van de
jaren twintig en dertig.’
 |
‘In
de tijd van de depressie, in de jaren dertig, schreef iemand een serie
verhalen om mensen door hun moeilijke tijd heen te helpen. Verhalen
over de bordenwasser die eigenaar van een restaurantketen werd. Natuurlijk
zijn die mogelijkheden er nu ook nog en je ziet dat veel immigranten,
Koreanen en Mexicanen die het goed doen, dankzij de kansen die zij
zichzelf creëren omdat ze in zo’n hechte gemeenschap leven.
Amerikanen kennen dat gevoel van een hechte gemeenschap niet. Ouders
wonen tweeduizend mijl van hun kinderen en praten nooit met elkaar.
Buren kennen elkaar nauwelijks en zijn wantrouwend. Zo is een deel
van de Amerikaanse Droom ontstaan: de loner, hij die het
allemaal in zijn eentje doet. Inmiddels is dit een onwerkbare filosofie
gebleken om tot de kern door te dringen en iets geregeld te krijgen.
Daarom hebben jullie het zo goed in Holland, het is hier je reinste
levende anarchie, een soort verbeterde vorm van het communisme, ha,
ha. Fantastisch toch!’
Bassholes
in Nederland:
2 februari Club Lek/VPRO, Amsterdam
3 februari Vera, Groningen
4 februari DB’S, Utrecht
18 maart Waterfront, Rotterdam
20 maart Patronaat, Haarlem
Discografie:
Blue Roots (In The Red 1992) ***
Haunted Hill (In The Red 1995) ***1/2
Deaf Mix Vol. 3 (In The Red 1997) **1/2
Long Way Blues 1996-1998 (Matador 1998) ****
When My Blue Moon Turns Red Again (In The Red 1998) ****
The Secret Strength Of Depression (live, Sympathy For The Record Industry
2000) ***
Broken Chamber Music (compilatie, Secret Keeper Records 2004) ***
Bassholes (Dead Canary Records 2005) **
Don
Howland:
The Land Beyond The Mountains (Birdman 2002) ***
* slecht
** matig
*** goed
**** uitstekend
Zie
www.deadcanaryrecords.com
#
uit het nummer Sail Away geschreven door Thom Rapp en gecoverd door
Don Howland op zijn soloalbum The Land Beyond The Mountains
(Dit
artikel is een update van een eerder gebubliceerd interview in Heaven
4, 2001)
Top