|
Zinkend
in een gedachtenpoel
Monica Dols
31 mei 2005
Untitled Document
Aantal reacties: 2
|
|
Drijfzand. Het land waarin ik leef is drijfzand.
Het is onder mijn voeten, het is in mijn hoofd. Niets is meer vast
en niets is meer zeker. Elke keer als ik iets denk vast te grijpen
glipt het tussen mijn vingers door in snel opgedroogde zandkorrels.
Het water verdampt met elke gedachte die ik aan jou besteed. Jij.
De enige echte orginele Jij. Ik zeg het met hoofdletters, als om zeker
te zijn van de laastste vaste waarde die er nog is. Maar ook dat is
een leugen. Ook Jij bent tussen mijn verkleumde vingers doorgeglipt.
Ook Jij bent een geworden met het drijfzand. Het ene moment was je
nog een stralend licht dat zich om mij heen nestelde en mij zowel
de weg wees als warm hield, het andere moment doofde je jezelf en
mij in een onbedoelde koude.
 |
Vervloekt
is dit leven! Vervloekt is de ziekte die jou wegnam!
Die dag leerde ik de hel kennen. Het asfalt smolt, de lucht werd zwart,
andere mensen vervaagden. Nee, de hel is geen plek met vuur en lava.
De hel is niks. Een zandvlakte waarin elke voet die ik vooruit zet
wegzakt. Een zandvlakte welke elke gedachte die ik heb doet overspoelen
met blubber.
En nog steeds zie ik je. Ik zie je in de verte staan. Je kijkt met
holle ogen naar iets dat ik niet zien kan. Maar ik weet zeker dat
als ik bij je kom je blik weer warm wordt, ik je ogen weer kan laten
stralen. Zo kan laten stralen dat alle water, die van de nutteloze
zachte korrels een modderpoel maakte, accuut opdroogt. Zo kan laten
stralen dat alles weer vast wordt en mijn gedachten weer kunnen stromen.
Ik ploeter en ploeter. Maar je blijft even ver. Het drijfzand komt
inmiddels tot mijn knieën en vooruitkomen is een steeds groter
wordende onmogelijkheid.
Kon ik maar denken. Kon ik maar iets verzinnen met die machine in
mijn hoofd die stil is gelegd op de dag dat ik je verloor.
 |
Ik kan alleen maar zien. Ik kan alleen jou maar zien.
In die eeuwig durende verte.
Niet dat ik het wil opgeven. Nooit!
Vanaf nu ben ik een verdoemde. Een dwalende ziel in een kale wereld.
Mensen zullen tegen me spreken maar ik zal ze niet horen. Ik wil ze
niet horen.
Jouw ziekte was de duivel en hij heeft je ermee verbannen. Naar die
horizon. Onbereikbaar. Ik ben altijd atheist geweest en nog steeds
kan ik God nergens ontwaren.
Maar in deze poel is het moeilijk om niet in het slechte te geloven.
Misschien ooit, misschien kom ik er dan. Kan ik je bij je hand grijpen
en je vasthouden. Al is het maar aan een paar vingers. Zodat ik weer
leven kan.
Top