|
Harry
Prenger
4 juni 2005
Untitled Document
|
|
 |
Wat het bordeel is voor de hoerenloper, is de platenbeurs
voor de muziekliefhebber. De hoerenloper en de muziekliefhebber, het
zijn me een stelletje. Troostzoekers. Omdat verlangen niet alleen
moet worden opgevuld maar ook aangewakkerd.
Het is de eerste gedachte die hem te binnen schiet, nadat hij plotseling
wakker is geworden. Midden in de nacht is het. Een man van middelbare
leeftijd schrikt wakker van zijn eigen droom. Een droom waarin hij
zichzelf terugziet te midden van figuren die hij niet kent. Speelt
hij de hoofdrol in zijn eigen droom? Op het moment dat droomtoestand
overgaat in bewustzijn, herinnert hij zich niets meer. Hoe sneller
hij ontwaakt, dat vermaledijde en allesverzengende bewustzijn, hoe
minder hij weet. Opeens ligt de man in het hier en nu tussen de klamme
lakens, zijn droom of wat er van over is, flarden, fragmenten, hangt
in het luchtledige. De man hoopt dat enkele droombeelden hem de komende
uren bezoeken, bij wijze van nagenot. Zoals gisterochtend. Ook toen
werd hij wakker na een ijlende koortsdroom waarin hij seks had met
Madonna. Niet zomaar een potje zweten, nee, dikke mik en van je hupsakee.
Ontluisterend hoe vervolgens de kille realiteit bezit neemt van de
hersenen en de rest van het lijf.
Bewustzijn is een muur die niet van wijken weet.
Voor je er erg in hebt sta je oog in oog met diezelfde onverzettelijke
muur waarachter ook nog eens de eenzaamheid schuil gaat. Bitter, kil,
onontkoombaar. Daar ligt de man en hij vraagt zich af wat te doen
de rest van de dag? Schrijfster Elfriede Jelinek leidt volgens eigen
zeggen aan sociale fobie; een afkeer van het sociale, menselijke verkeer.
Simpel gezegd, ze heeft een gloeiende hekel aan haar medemens. Daar
kan de man van middelbare leeftijd die zojuist wakker werd, zich best
iets bij voorstellen. Tot hem is het besef doorgedrongen dat jarenlang
naar muziek luisteren eerst nog sluipenderwijs, maar na verloop van
tijd een vastberaden fobie heeft veroorzaakt. Een fobie voor alles
dat anders is dan muziek. Al wat afwijkt van muzikale klanken wordt
ruis, klinkt als een schelle heipaal. Gesprekken in de trein, de beltoon
van een mobieltje, nutteloos gezever tussen twee op luidruchtige wijze
converserende mensen, het is een pijniging voor de trommelvliezen.
Wat heelt en troost biedt is altijd weer de ouderwetse plak vinyl.
Aanlokkelijk zwart (verleidelijk rood mag ook), gaatje in het midden,
rondjes draaiend, liefst met bijzonder stevige liedjes.
Top