|
Monica
Dols
11 juli 2005
Untitled Document
Aantal reacties: 1
|
|
En daar
zit je dan. Je kijkt naar de klok die bij elke seconde alweer een
seconde van je leven voorbij tikt. Aan de andere kant zit hij. De
grote Hij. Je partner. Je zielsverwant. Je liefde.
Ooit heb je van hem gehouden zoals in sprookjes wordt verteld. Je
keek hem aan en smolt ter plekke. Je keek hem aan en kon je ogen en
handen niet thuis houden.
Waar is dit gevoel heen getikt? Waarom is dit gevoel alleen die ene
seconde nog aanwezig en de volgende niet meer? Waarom zijn die goede
secondes steeds minder geworden en lijken die andere zo lang te gaan
duren?
Houden van. Houden van. Het wordt zo relatief. Het is bijna abstract.
Je weet dat het er is, je ziet het, je ruikt het. Maar waar is dat
voelen gebleven? Dat warme voelen, die deken die je bedekte om je
te beschermen tegen alle kwaad?
Je doet niks. Je zit daar maar. Een eenvoudige stoel, niks bijzonders.
Eerlijk gezegd begint het pijn te doen, dat zitten. Het begon bij
de praktische zitplek maar daar is het niet gebleven.
Het is opgekropen. Het is je buik ingeslopen en krampt je maag daar
samen. Het is je hart ingeslopen en heeft het als een wielklem vastgezet
waarvan je weet dat je de boete nooit zal kunnen betalen. Het is je
hoofd ingeslopen om daar rond te waaien als boze demonen waarin je
nooit geloofd hebt. Maar ook je benen moeten het ontgelden. Je benen,
die je zouden kunnen wegdragen. Die je zouden kunnen laten vluchten.
Die je nodig hebt om weg te gaan van dit alles. Die benen zitten vast.
Lijken vastgeklonken aan de stoel, aan de grond en aan een onverbiddelijk
overdreven zwaartekracht.
Alweer een seconde, alweer een minuut. Je weet dat
het uren wordt, dagen, weken, maanden, jaren. Je moet iets doen. IETS.
Het grote iets dat nooit zo simpel is als dat je het schrijft.
Het is zo’n klein woordje, dat iets. Zo nietig, bijna onbetekenend
ziet het eruit. Zo onschuldig.
Maar het is het moeilijkste woord uit je bestaan. Het iets is zo ver
weg, zo onmogelijk te verwezenlijken. Het iets is dat wat je zou kunnen
bevrijden uit je eigen gezette val. Maar het iets is nooit concreet.
Het iets is zo dichtbij het niets. En dat niets is in overvloed aanwezig.
Je houdt jezelf voor de gek, maakt jezelf wijs dat het iets ooit zal
komen. Dat die N zal wegvallen als vanzelf en oplost in rook zodat
je vrij bent om te gaan. Je sluit je ogen en oren. Je hoort die N
vallen, ziet hem vallen. En het is mooi.
Maar dan open je ogen en is er helemaal niets gebeurd! Die N is groter
dan ooit. Het iets een fletse vlek die je doet twijfelen over het
wel dan niet dragen van een bril.
De stoel is er nog. Hij is er nog. De klok is er nog. En alweer is
er een seconde voorbij…
Top