|
Minister
Donners' missie tegen gevaarlijke denkers...
Roger Dols
23 augustus 2005
Untitled Document
|
|
Op 20
augustus verscheen op www.regering.nl
een bericht dat minister Donner een visie heeft ontwikkeld over de
aanpak van radicalisme. De kop van dat stuk luidde:
Vooral
de laatste zin trok mijn aandacht. De overheid stelt hiermee grenzen
aan wat een mens mag denken. Het gaat hier dus niet om het plegen
van aanslagen of het beramen van een revolutie, maar over het openlijk
afwijzen van de verzameling wetten die de overheid heeft geformuleerd
en die de bevolking middels verkiezingen min of meer geaccepteerd
heeft. Het is normaal dat een samenleving haar eigen regels prefereert
boven andere regels. Stel echter dat een groepje monarchisten een
zetel bemachtigen. Mag een regering dan ingrijpen en dat verbieden?
Of moeten we andermans meningen en de daaruit voortvloeiende verkiezingsuitslag
accepteren? Is het bovendien niet zo dat de regering haar falen t.a.v.
de sociale onrust openbaart door behalve daden ook meningen te verbannen?
Niemand
zal er aan twijfelen dat het plegen van aanslagen volledig in strijd
is met de regels van onze democratische rechtstaat. Wanneer iemand
echter harde, misschien wel terechte, kritiek op onze maatschappij
heeft, maar dat alleen tijdens verkiezingen uit door te stemmen, is
dat dan ook gevaarlijk?
Toen de liberalen in de 19e eeuw begonnen te pleiten voor individuele
vrijheden werd dat door het toenmalige establishment gezien als bedreigend
voor de samenleving. Hetzelfde gebeurde toen de sociale beweging ging
pleiten voor betere arbeidsomstandigheden en sociale regelgeving.
Tegenwoordig hoor je daar niemand meer over.
Wat
mag een democratie verbieden? Deze vraag zou eigenlijk moeten luiden:
Welke verkiezingsuitslagen zijn toegestaan en welke verkiezingsuitslagen
worden verboden? Het klinkt op het eerste gezicht redelijk om te zeggen
dat iedere uitslag die leidt tot een ander maatschappijbestel dan
de huidige verboden is. Maar wie zijn wij om een meerderheid van de
bevolking op te leggen dat ze niet voor een andere maatschappij mogen
kiezen?
Door alle andere samenlevingsvormen dan onze democratische rechtstaat
te verbieden pretenderen we een waarheid in pacht te hebben die feitelijk
niet bestaat. Sterker nog, deze pretentie zelf is gevaarlijk en heeft
een belangrijk gedeelte van de 20e eeuw getekend.
Wat
zegt deze visie over de overheid?
Sinds 9-11 is de dreiging van terreur erg dichtbij gekomen,
hoewel de internationale terreur zich nog niet zichtbaar gemanifesteerd
heeft in Nederland. Het bestrijden van terrorisme is een uiterst moeilijke
aangelegenheid. Terroristische organisaties zullen in het Westen nooit
in staat zijn om de rechtsorde omver te werpen. Daarvoor is de steun
vanuit de bevolking te gering en hun omvang te klein. Zelfs de materiele
schade van aanslagen is relatief eenvoudig op te vangen. New York
is er akelig snel weer bovenop gekomen na de aanslagen van 9-11. Het
is, los van de directe slachtoffers, eigenlijk alleen de gemoedstoestand
van de samenleving die zwaar geraakt wordt.
Omdat
een aanslag door een enkeling bijna niet te voorkomen is, is beleid
op dit terrein bijna gedoemd te falen. De belangrijkste taak van een
regering zou, behalve vervolging van daders, dan ook het waken over
de gemoedstoestand van de samenleving moeten zijn. De huidige regering
neemt echter alleen z'n toevlucht in het formuleren van nog 'hardere'
maatregelen en brult ondertussen met het paniekerige deel van Nederland
mee. Dit is op zich al zwak genoeg. Nu wordt zelfs geprobeerd om meningen
en maatschappijvisies te reguleren. Hiermee geeft onze overheid feitelijk
te kennen dat de strijd tegen de daden verloren is. Het trieste succes
van deze benadering is dan ook enkel het in stand houden van de onrust.
Top