|
Gedoe
met platen en zo
Harry Prenger
7 oktober 2005
Untitled Document
|
|
Natuurlijk heeft
het leven geen enkele zin. Neem de platendraaier. Hij probeert tegen
beter weten in het leven zin te geven door naar muziek te luisteren.
Op deze manier onderbreekt hij het leven en het gedoe dat daar nou
eenmaal bij hoort, al is het maar voor de duur van een lp; veertig
minuten, soms iets langer, soms iets korter. Luisteren naar muziek
is het leven interrumperen, om niet te zeggen het leven ontkennen.
Nog zo iets. De pedofiel is verslaafd aan de onschuldige kinderhand,
de necrofiel aan de staat van ontbinding en de muziekliefhebber aan
een zwart stukje plastic. Vreemd genoeg irriteer ik me meer aan de
dingen die in mijn directe nabijheid plaatsvinden dan aan het verre
wereldgebeuren. Vloedgolf in New Orleans? Het zal wel. Dat mijn twee
weken geleden bestelde doos platen nog steeds niet binnen is vind
ik veel erger.
Halverwege de
jaren tachtig werkte ik in een platenzaak. De compact disc was net
met veel bombarie gelanceerd en langzaam maar zeker arriveerden de
eerste releases op het zilverkleurige schijfje. In die tijd praatte
iedere zichzelf respecterende muziekfanaat over de introductie van
de cd als betrof het de wederopstanding van ons aller Jezus Christus.
Gelukkig bestond het assortiment van de platenzaak waar ik parttime
werkte nog voor een groot deel uit lp’s. Platen verkopen was
niet zo moeilijk, ondanks de aanwezigheid van: DE LASTIGE KLANT. Types
die alleen maar naar elpees wilden luisteren om daarna de winkel te
verlaten, heel stiekem en achteloos, zonder plaat! Ook had je mensen
die uitvoerig en kritisch het vinyl bestudeerden. Mierenneuken zonder
geluid. Draaitafel van achtduizend piek, vijf lp’s in de kast.
Twee van Jan Akkerman en drie van Al Dimeola.
In de winkel waar
ik werkte werden ook bootlegs verkocht. The Cure en U2 vonden er in
de vorm van een live-bootleg gretig aftrek. Wekelijks kwam iemand
die luisterde naar de gefingeerde naam Jan de Wit voorgereden in een
met honderden illegale persingen volgestouwde stationwagen. Bootlegs
bleken goede handel, maar na jaren goed verdienen (lees: geen belasting
betalen) werd het de auteursrechtenpolitie blijkbaar te gortig, waarna
het bootlegnetwerk werd opgerold. “Jan de Wit” is thans
eigenaar van een bootlegvrije tweedehandsplatenzaak in de provincie
Noord Holland.
Wanneer ik voor
mijn platenkast sta en me afvraag wat zal ik nu toch eens draaien
weet ik het soms niet. Hoe langer de keuze uitblijft des te groter
de paranoia en de onvermijdelijke vraag: wat moet ik toch in godsnaam
met al die platen? Uiteindelijk maak ik rechtsomkeert, zonder plaat.
Even later keer ik weer terug naar de plek des onheils, bezorg mezelf
in godsnaam dan maar een erectie van hier tot Tokio en laat hem eens
flink op en neer zwiepen. Op een gegeven moment wijst ie naar een
platenvak in de kast. Meestal naar het vak met de letter K.
Top