|
Harry
Prenger
9 november 2005
Untitled Document
|
|
Als er geen gevoel is, is er ook geen pijn. Gevoel
is pijn. Vaak wordt gevoel en dus de pijn veroorzaakt door muziek,
of andersom. Neem de mokerslag genaamd nostalgie. Bij Peter Framptons
Show Me The Way word ik spontaan overvallen door gevoelens van weemoed
en, of ik het wil of niet, herinneringen aan de zomer van 1976.
1976, verdomme, het begin van mijn muziekavontuur. Een objectief oordeel
over Show Me The Way is ook na al die jaren nauwelijks mogelijk. Nostalgie
verkrampt. Nostalgie beïnvloedt het beoordelingsvermogen. Nostalgie
is bij voorbaat gekleurd. Show Me The Way is dus gewoon een geweldige
song, dat is zo’n beetje het eerste dat je uitroept als je het
nummer op de radio hoort. Het kan ook anders.
Ben je verliefd en wordt de liefde weer eens niet
beantwoord, draai dan als remedie een lp van Tindersticks. Deel jouw
ellende met dat van de Tindersticksmannen bij monde van de mompelende
crooner Stuart Staples (waarvan trouwens ook een mooie soloplaat verscheen
die eveneens overloopt van het leed dat liefde heet). Je merkt dat
je niet de enige bent met een onvervuld verlangen. Zo kun je je eigen
leed optellen en vermenigvuldigen bij andermans leed c.q. ellende
en dan blijkt het allemaal wel weer mee te vallen.
Gedeelde smart is halve smart hoor je wel eens. En het leven is een
autorit met iemand anders achter het stuur. Op de radio speelt een
nostalgisch liedje, de auto rijdt gestaag door, rondjes rijdend. Je
hoopt dat het goed gaat, de rondjes worden almaar groter en groter,
je wordt er soms zelfs een beetje duizelig van. Is dit nu wat men
noemt het naderende noodlot? Het leven, een groot noodlot? Zo voelt
dat dus; duizelig.
“Fate, or some mysterious force, can put the
finger on you or me for no good reason at all”. - acteur Tom
Neal in de Amerikaanse film noir Detour (1945)
Top