|
Een
innerlijke explosie
Monica Dols
20 januari 2006
Untitled Document
Aantal reacties: 2
|
|
Hier, hier lig
ik dan. Geen idee meer hoe lang ik hier al lig eigenlijk. Veel seizoenen
heb ik al gezien. Veel verschillende weertypes heb ik al gezien. En
gevoeld. Want de regen heeft me bruin gekleurd, een soort rottend
laagje dat langzaam zijn weg lijkt te knagen naar de binnenkant. De
wind heeft aan me gerukt. Maar ik lig hier muurvast. Al jaren, zoveel
weet ik zeker. O, u weet niet wie ik ben? Ik ben een echte onvervalste
ouderwetse tweede wereldoorlog bom! Vraag me niet precies wat voor
type ik ben. De roest heeft de ingefreesde nummers allang doen vervagen.
 |
Het was in het
begin nog niet zo erg. Ik spoelde hier aan en dacht; zometeen gaat
het los!
Dan zal ik voor een spektakel zorgen dat zijn weerga niet kent!
Toen dat niet gebeurde werd ik beurtelings heel boos (wat niet hielp
overigens) en ontkennend. Ik weigerde te geloven dat zo een kwaliteitsbom
als ik niet zou functioneren.
Daarna kwam er een soort van vredig gevoel over me. Wat nou niet echt
natuurlijk genoemd kan worden van een bom. Maar ik lag daar eigenlijk
wel lekker rustig. Beetje ingegraven in het zand, nog net genoeg om
toch wat mee te kunnen krijgen van de buitenwereld. Ik ging me afvragen
of ik misschien mezelf slecht kende. Zou het kunnen zijn dat ik in
werkelijkheid helemaal geen bom was? Ja, als je veel tijd hebt om
na te denken ga je je zulke vragen stellen. Wie was ik dan? Waarom
dacht ik dat ik een bom zou zijn? Dit leven was toch ook niet slecht.
Relaxen de hele dag. Genieten van de zon, van de vogels, van de zee.
Geen verantwoordelijkheden. Tevredenheid. Dat begon ik echt een mooi
woord te vinden. Ik zei het drie keer hardop: tevredenheid, tevredenheid,
tevredenheid. En als ik kon glimlachen, dan had ik het zeker gedaan.
Maar er trok al een heel klein venijnig roestplekje in mijn mondhoek
en ik wilde geen barsten veroorzaken.
Geen barsten in de tevredenheid. En zo ging een hele tijd voorbij.
Ik lag daar. En ik lag daar.
 |
Tot op een dag.
Het begon als elke andere dag, een beetje een waterig zonnetje, nog
een ietsiepietsie fris maar de temperatuur steeg gestaag. En toen
gebeurde het. Ik voelde eerst wat zand boven me wegschuiven, en opeens
was daar een enorme schoen! Die schopte tegen me aan en ik wankelde
gevaarlijk. Toen stopte de schoen en verscheen er een hoofd boven
me, met twee paar grote ogen. De mooiste die ik ooit gezien had. De
ogen keken naar me, en een hand werd voorzichtig uitgestoken om me
aan te raken. Ik rilde alle roestdeeltjes van mijn lijf! Het hoofd
verdween. De hand verdween. De schoen verdween.
En daar lag ik dan weer. Alleen. Tevreden. Tevreden? Nee, eigenlijk
niet meer echt. De aanraking had iets met me gedaan. Daar dacht ik
over na. Dagenlang. En weken lang.
Het is nog twee of drie keer gebeurt dat er een schoen kwam, en een
hoofd, en een hand.
En iedere keer een andere. Maar ze verdwenen telkens weer. Geen hand
die mij opraapte, geen hoofd dat bewonderend naar mij keek. Eerder
een beetje angstig. Dat verbaasde me niets, een bom kan er zo onschuldig
uitzien, vertrouwen doe je t nooit!
Maar mijn tevredenheid was weg. Verdwenen, met de voetstappen in het
zand. Ik besefte me dat ik altijd een bom ben geweest. En nog nooit
had ik zo’n behoefte om te ontploffen.
Ik deed het niet. Ik doe het nog steeds niet. De tevredenheid is een
moordende leegte geworden.
Top