|
Jasper
Balduk
25 januari 2005
Untitled Document
Aantal reacties: 1
|
|
Mijn God, wat houd ik van het Vrije Westen. Je mag
hier geen homo’s van hoge gebouwen gooien, maar je mag je wél
in het openbaar ‘kritisch’ uitlaten over homoseksualiteit.
En dan mag je nog rechtspreken ook.
In de krant lees ik dat ene Samuel Alito, die aartsconservatief
is (lees: bekrompen en doodsbang om zijn eigen nauwe wereldbeeldje
aan te passen aan moderner inzichten), grote kans maakt om benoemd
te worden tot lid van het Amerikaanse Hooggerechtshof. Hij is ‘kritisch’
over homo’s, vrouwen en gehandicapten. Volgens de commentatoren,
althans. Wat een belabberd eufemisme.
Ik ben ook wel eens kritisch. Dat betekent in mijn
geval dat ik probeer de voors en tegens te overzien van één
of andere oplossing voor een probleem. Natuurlijk zijn dat soort overwegingen
gekleurd. Je hebt te maken met smaak en met persoonlijke voor- en
afkeur. Met persoonlijke inschattingen, ervaringen, vergissingen en
je eigen afkomst, je eigen begrip van de wereld en je plaats daarin.
Dat heet menselijkheid.
Mijn menselijkheid kent dus ook voorkeuren. Die gaan
uit van de kleur blauw, vaak, en van de zon. En van het vrouwelijk
geslacht. Heb ik daarin een afweging gemaakt? Nee. Ik houd respectievelijk
van die frequentie van de weerkaatsing van het licht, van de warmte
en van die helft van de menselijke soort die borsten heeft. Niks geen
gedachten, ik voel me daar gewoon prettig bij. En ik heb ook nog eens
blond haar, blauwe ogen en draag graag hoge schoenen met stevige zolen,
die een lekker geluid maken als je een beetje grote, marcheer-achtige
stappen maakt, dus ik zou wel goede toekomstkansen hebben in bepaalde
kringen.
Maar net zomin als ik kies voor de frequentie van
de weerkaatsing van het licht die ik mooi vind, voor de blauwe ogen
die ik heb en mijn blonde krullen, kies ik voor mijn voorkeur voor
het vrouwelijk geslacht. Kiest een homoseksueel voor zijn of haar
voorkeur? Kiest iemand ervoor hoe hij of zij geboren wordt? Kíest
iemand ervoor om zich tot zijn dood enkel met behulp van een joystick
voort te bewegen, die voor de besturing van een stel wielen zorgt?
Kíest iemand ervoor om zich elke vijf minuten door een onderbetaalde
hulpverlener de mondhoeken af te laten vegen omdat er zich weer een
slijmspoor aftekent tegen het verlamde aangezicht?
Angst, en in het verlengde onwetendheid, onbegrip
en onverdraagzaamheid horen bij menselijkheid, net als moed, begrip,
mededogen en al die mooie woorden aan de andere kant van de schaal.
Als ik eerlijk ben, vind ik de meeste homo’s, voor zover ik
die ken, iets te modebewust en teveel gefocust op het uiterlijk. Misschien
omdat ik daar zelf zo weinig waarde aan hecht. En ik ben ook wel eens
bang dat een vriendin me niet begrijpt. Misschien komt dat omdat ik
niet weet hoe het is om in mijn eentje in het donker over straat te
lopen, wellicht omdat ik iets rationeler ben ingesteld. Wat mij betreft
mag iemand best bang zijn voor homo’s. En als de Bijbel zegt
dat het huwelijk voor man en vrouw is bedoeld en je gelooft écht
dat één of andere god de wereld geschapen heeft, dan
kan ik me voorstellen dat je bang bent voor de ‘afwijkende’
geaardheid van mensen.
Maar laten we dan de volgende feiten in ogenschouw
nemen: ten eerste worden mensen homoseksueel geboren, ten tweede vormen
homo’s tien procent van de bevolking. Hoe kun je daar ‘kritisch’
over zijn? Ik vind tien procent best veel. Dus dan heeft God ófwel
iets over het hoofd gezien toen hij de Bijbel schreef, óf Hij
heeft een behoorlijke fout gemaakt. Maar wacht even: God heeft toch
niet zélf de Bijbel geschreven? En God kan toch geen fouten
maken? Met die overwegingen in het achterhoofd, begint het er toch
op te lijken dat bepaalde elementen in God’s Own Country misschien
wel bang zijn voor de manier waarop zij hun eigen goddelijke landje
hebben ingericht.
Zoals ik al zei: angst hoort bij mensen. Angst is
niet erg. Maar sommige reacties – zoals een irrationeel, bekrompen
vasthouden aan iets wat een twijfelachtige waarde heeft – dáár
moet je kritisch over zijn. En dan vraag ik me ten stelligste af,
of je gelukkig moet zijn met iemand die – om maar eens een mooie
Nederlandse uitdrukking te gebruiken – ‘de angst laat
regeren’. Angst lijkt mij een uitzonderlijk ongelukkige eigenschap
voor iemand die, op een dergelijk hoge positie, een evenwichtig oordeel
dient te vellen over zaken die menselijkheid aangaan. En van mij mogen
sommige commentatoren en journalisten daarom gerust wat ‘kritischer’
zijn over hun eigen woordgebruik.
Top