|
Horen Hoe Alles Anders Kan |
|
|
Verknipte
popmuziek dankzij cut-ups en samples
Harry Prenger
13 maart 2006
Untitled Document
|
|
 |

Brion
Gysin |
| William
Burroughs |
|
Blijkt
de uitvinding van de dekselse cd toch nog ergens goed voor. Duizenden
lp-uitgaven die door platenmaatschappijen niet meer werden bijgeperst
en waarvan de opnamebanden vaak decennia lang stof vergaarden, zijn
de afgelopen tien, vijftien jaar per cd alsnog aan de vergetelheid
onttrokken. Het gevolg is een hausse aan unieke herontdekkingen. Raymond
Scott, André Popp, Silver Apples, Martin Denny, Les Baxter
en Tony Conrad, nog niet zo heel lang geleden namen waar amper een
mens van had gehoord, kregen alsnog hun stekje in de muziekgeschiedschrijving.
Tegelijkertijd heeft het schatgraven ook een ruime interesse voor
verschillende soorten muziek en onverwache muzikale kruisbestuivingen
aangewakkerd: van avant-garde-elektronica tot exotica, van krautrock
tot freejazz en van psychedelische kolder tot serieuze musique
concrète. Een tweede en vrij logisch gevolg van cd-heruitgaven,
is de verbeten speurtocht van liefhebbers op platenbeurzen en tweedehandswinkeltjes,
op zoek naar de originele vinylreleases, of naar die ene nog steeds
niet op cd verschenen lp. De notoire vinyljunk Jack Dangers was er
snel bij. Tijdens zijn verblijf in San Francisco koopt hij enkele
duizenden lp's voor een grijpstuiver om deze later in gesamplede vorm
op de cd's van zijn eigen groep Meat Beat Manifesto te laten terugkeren,
zoals op het verpletterende debuut uit 1989, Storm The Studio.
Met de titel refereert Dangers aan een tekstfragment uit William Burroughs'
Nova Express. Anno 2006 is het gebruik van samples in de
popmuziek niet alleen gemeengoed maar uitgegroeid tot een geaccepteerde
vorm van componeren. De voorloper van de sample is de zogenaamde cut-up,
in de jaren vijftig veelvuldig toegepast in de werken van de uitvinders
ervan, William Burroughs en Brion Gysin. Een artikel over muzikanten
die de luisteraar op het verkeerde been zetten dankzij het gebruik
van samples.
MINUTES
TO GO
In de zomer van 1959 knipt schilder-schrijver Brion Gysin op advies
van zijn vriend Ian Sommerville, nieuwsberichten uit de krant en verlegt
ze volgens het toevals- en gelukprincipe in een andere volgorde. “Minutes
To Go” noemt Gysin deze eerste cut-up. Later experimenteert
hij met tapes die hij op dezelfde manier bewerkt. Het is echter de
op 5 februari 1914 geboren schrijver William S. Burroughs, die vervolgens
het basisprincipe van de cut-up doorontwikkelt en veelvuldig gebruikt
in zijn boeken en zelfgemaakte bandopnamen. Het maken van een cut-up
is vrij simpel volgens Burroughs: “Neem een bladzijde uit een
krant, snij vanaf de bovenkant de bladzijde doormidden en daarna nog
eens vanaf de zijkant, zodat je vier delen krijgt. Leg vervolgens
deel 1 tegen deel 4 en deel 2 tegen 3. Zo krijg je een hele nieuwe
pagina.” “Het uitsnijden van politieke uitspraken is een
interessante oefening. Je komt tot de ontdekking dat de betekenis
van woorden met een beetje geluk verandert. Cut-ups bestaan
soms uit gecodeerde boodschappen, die gepaard gaan met een voor de
maker bijzondere betekenis en soms zelfs een vooruitziende blik. Snijden
en re-arrangeren van een bladzijde voegen een andere betekenis toe
aan het geschreven woord. Ze geven de schrijver de mogelijkheid om
beelden te creëren. Geluk en toeval spelen bij de totstandkoming
van een cut-up gelijkwaardige rollen.”
 |
 |
CUT-UPS IN ANDERE KUNSTVORMEN
Sinds de introductie van de sampler begin jaren tachtig, is het maken
van muzikale cut-ups een eenvoudig klusje. Zeker in vergelijking
met de jaren twintig van de vorige eeuw toen er simpel knip- en plakwerk
aan te pas moest komen. Onder het motto “Gedichten zijn er voor
iedereen”, provoceert de dadaïst Tristan Tzara zijn toehoorders
door tevoren opgeschreven woorden in een hoed te stoppen en deze er
in willekeurige volgorde uit te halen en voor te dragen. De componisten
John Cage, Karlheinz Stockhausen, Pierre Schaeffer en Pierre Henry
gaan op een soortgelijke wijze te werk. Zij laten zogenaamde loops
door middel van tapes in diverse snelheden afspelen en maken opnamen
van omgevingsgeluiden die eveneens een knip- en plakbehandeling krijgen.
Ook al slaan zij later minder experimentele wegen in (alhoewel), hun
invloed op de meer avontuurlijke popmuziek is tot op de dag van vandaag
op veel platen te horen. Maar het zijn de zelfverklaarde uitbaters
van de tegencultuur William Burroughs en Brion Gysin, die de cut-up
of fold-in techniek tot in de finesses uitwerken met de achterliggende
bedoeling het veroorzaken van onverwachte confrontaties binnen een
vertrouwde omgeving. Burroughs: “Een van de uitgangspunten van
kunst is om mensen bewust te maken van wat ze weten, maar niet weten
dàt ze het weten.” Burroughs erkent dat zijn cut-ups
niet per se uniek zijn en verwijst in interviews naar de schilder-
en fotokunst van de jaren twintig, toen het gebruik van collages,
zeg maar het samplen avant la lettre, in zwang raakte. Burroughs gaat
zelfs verder dan het putten uit bestaande teksten. Voor het schrijven
van The Naked Lunch, smeedt hij subliteraire tekstsoorten aaneen:
sciencefiction, journalistiek, detectives, filmscripts, strips, televisie,
radio en porno. Aldoende creëert Burroughs een nieuw literair
amalgaam.
Dan zijn er nog tal van andere mogelijkheden, zoals
de fotomontages van André Breton en Raoul Haussmann, de experimentele
poëzie van Tristan Tzara, de collages van gevonden voorwerpen
van Kurt Schwitters en Marcel Duchamp; elke kunstenaar had zo zijn
eigen manier om verwarring en onrust te zaaien.
 |
| Kurt Schwitters Das Unbild |
MUSIC TO GO
In de experimentele en later ook popmuziek dienen technieken als looping,
overdubbing en bandmanipulatie hetzelfde doel als Burroughs'
papier- en tapecut-ups. Medio jaren zeventig werd in de popmuziek
de weg bereid door groepen als Kraftwerk, Faust, Cabaret Voltaire,
Throbbing Gristle, The Residents en bands afkomstig uit het beeldend
kunstenaarscollectief rond de Los Angeles Free Music Society, waaronder
Airway, Le Forte Four en Doo-Dooettes. Zij krijgen op hun beurt navolging
van al dan niet zelfbenoemde erfgenamen Nurse With Wound, Hafler Trio,
Zoviet France, This Heat, The Popgroup, Coil en Foetus. Ook bij hen
is de achterliggende gedachte van de cut-up bekend en gaan
muziek en hoesontwerp hand in hand om een ander bewustwordingsproces
bij de luisteraar te bewerkstelligen. Met vervormde stemmen en abstracte
klankwaaiers, gekoppeld aan fragmenten uit diverse media, probeert
men vaststaande denkbeelden, normen en principes te ondermijnen. Ironie,
satire en het veroorzaken van paranoia, zijn andere “werktuigen”
waarmee men het bewustzijn van de luisteraar uitdaagt.
DE ERFGENAMEN
De meer eigentijdse variant hierop is de sampler, hèt middel
om de luisteraar op het verkeerde been te zetten. De sampler is een
zogenaamde “digitale bandrecorder”, waarmee je analoge
geluiden kunt omzetten in digitale. Deze digitale geluiden kun je
opslaan en met een toetsenbord weer oproepen of reproduceren. De sampler
is intussen zo makkelijk in het gebruik en goedkoop in aanschaf dat
van de bespeler nauwelijks enige compositiekennis of technische bagage
is vereist. Bepalend zijn vooral de keuzes die gemaakt worden bij
het maken van sample-collages en de manier waarop je deze keuzes toepast.
Door persoonlijke maatstaven onderscheidt de ware cut-up erfgenaam
zich van acts die samples gebruiken puur om de eigen artistieke intensiteit
op te schroeven (Beastie Boys), of de sample te laten dienen als liedjesopfleurende
gimmick (Beck). Nogal wat rapgroepen benadrukken met behulp van samples
het preken voor eigen parochie; men is er niet specifiek op gericht
om in experimentele zin of volgens de Burroughs-methode chaos te scheppen.
Hieronder volgt een overzicht van acts die het iets beter begrepen
hebben en op geheel eigen wijze de boel op zijn kop zetten.
NURSE WITH WOUND
Steven Stapleton omschrijft zijn alter ego Nurse With Wound als zijnde
surrealistisch en vervreemdend. Vaak laat hij een geluidscollage de
vrije loop aangewakkerd door effectapparatuur en tape-loops. Daarnaast
werkt hij met akoestische of gewone instrumenten die op een ongewone
manier worden opgenomen en gerangschikt. Platen van Nurse With Wound
zijn altijd verrassend, uitdagend, provocerend en zitten soms vol
met samples. Perez Prado, Jacques Berrocal, de Duitse krautrockers
Brainticket zijn slechts enkele van Stapletons persoonlijke helden
die vaak zeer uitgebreid worden geciteerd.
CHRISTIAN MARCLAY
De in 1955 in Zwitserland geboren Marclay maakt muziek met behulp
van geprepareerde draaitafels en platen. Zijn klankcollages zijn een
even hilarische als verbazingwekkende interpretatie van de muziekgeschiedenis.
Record Without A Cover (Recycled Records 1985) is een hoesloze
plaat waarop de ontstane beschadigingen een telkens veranderende “compositie”
creëert. Op More Encores (Recommended 1997) zijn stukjes
uit het oeuvre van John Cage, Johann Strauss, Maria Callas en Jimi
Hendrix als het ware doormidden gesneden en tot een absurdistisch
geheel aanelkaar geplakt.
 |
DJ
SPOOKY
Draaitafelmagiër DJ Spooky, het nom de plus van
de postmoderne filosoof en essayist Paul D. Miller, beschouwt
zijn werkwijze als statement. Mede geïnspireerd door de Grote
Denkers Marshall MacLuhan en Gilles Deleuze, neemt hij stelling
tegen een volgens hem totalitaire mediastaat en de multinationals
die de consument hun producten opdringen. Voor Miller is sampling
geen gewone cultuuruiting, maar een cultuurkarakteristieke houding
waarmee je dingen aan de kaak kunt stellen. Aldus ontstaat “ziekelijke
ambient” (illbient). Hiermee haakt DJ Spooky in
op de thematiek van Burroughs' futuristische klassieker Nova
Express, dat aankondigt hoe economische machten en computers
de wereld zullen beheersen. DJ Spooky: “Steden veroorzaken
claustrofobie. We zijn nu in het elektronische, postindustriële
tijdperk, maar in de industriesteden voel je je niet lekker. In
sciencefiction gebruiken ze de toekomst om over het heden te schrijven
en projecteren ze de huidige toestand in wat het zou kunnen worden.
Met het mixen van geluiden doe je precies hetzelfde. De vervormde
muziekfragmenten laten horen hoe het ook anders kan. In mijn mixes
probeer ik de spanning tussen echt en onecht te bewaren als kernelement.” |
DJ
Spooky noemt zichzelf ook wel That Subliminal Kid, naar een
van de personages uit Nova Express. Deze figuur neemt omgevingsgeluiden
op en brengt ze in verknipte staat ten gehore in openbare gelegenheden.
Voornaamste cd's: Songs Of A Dead Dreamer (Asphodel 1996)
en de compilatie Incursions In Illbient (Asphodel 1996).
JIM
O'ROURKE
De Amerikaan Jim O'Rourke is een veelgevraagd producer en remixer
en tot voor kort gitarist bij Sonic Youth. O’Rourke maakt
uiterst gevarieerde albums en is te horen op cd's van door hem
bewonderde improvisatiemuzikanten. O'Rourke gaat bij het componeren
uit van muziek in de meest strikte betekenis. Voor zichzelf stelt
hij het begrip muziek aan de orde door zich af te vragen hoe muziek
communiceert, waarom het communiceert en wat de functie van deze
communicatie is. Volgens deze criteria gaat O'Rourke te werk op
platen die het verwachtingspatroon van de luisteraar sterk ondermijnen.
Zo kan het gebeuren dat een klassieke instrumentbezetting (strijkers,
blazers) geplaatst in een elektroakoestische setting, wordt omringd
door experimentele ambientklanken (Disengage, Staalplaat
1992, Terminal Pharmacy, Tzadik 1995). Op andere platen
borduurt O'Rourke voort op de conceptuele collages van de groep
Illusion Of Safety waar hij ooit deel van uitmaakte. Dit geesteskind
van Dan Burke paart omgevingsgeluiden aan elektroakoestische klanken,
waarin improvisaties en uitgespeelde tijdpasseringen een beroep
doen op het geduld van de luisteraar (o.a. Probe, Staalplaat
1992 en Mort Aux Vaches, Staalplaat 1995). |
 |
 |
NEGATIVLAND/PUBLIC
WORKS/JOHN OSWALD
Negativland, Public Works en John Oswald zijn enkele van de interessantste
muziekplunderaars die met gemanipuleerde tape-collages en samples
een symbiose creëren tussen absurdisme en media- en maatschappijkritiek.
Dat daar niet iedereen van gediend is, bleek toen Negativland
en Oswald vrijelijk sampelden uit het werk van respectievelijk
U2 en Michael Jackson. Het gevolg was bepaald niet misselijk.
De auteursrechtenorganisaties van de “geplunderde”
artiesten dwongen via gerechtelijke procedures, Negativland en
Oswald tot vernietiging en verdere verspreiding van de gewraakte
albums. |
Volgens
Burroughs is een juridische strijd om samples onzin: “Zoals
Brion Gysin zich destijds al afvroeg: ‘Wie bezit woorden?’
Ik denk dat het onvermijdelijke gevolg van cut-ups is, dat
je elk woord kunt gebruiken. Men zegt weleens dat iedereen het kan.
Dat is natuurlijk niet zo. Als twee mensen hetzelfde materiaal verknippen,
zal het eindresultaat verschillend zijn. Er is ook nog zoiets als
het bepalen van keuzes bij het maken van cut-ups.”
Sterke staaltjes van samplemanipulatie zijn te horen op de cd’s
van Negativland - Escape From Noise (RecRec 1987), Public
Works - Music With Sound (Staalplaat 1996), John Oswald -
Plunderphonics (1989).
De belangrijkste conclusie die je uit het gebruik
van samples kunt trekken, is dat mensen intensiever met muziek bezig
zijn. Het experiment met samples is niet alleen volledig geaccepteerd,
maar verheven tot stijlmiddel. Ook kiezen steeds meer mensen voor
muziek die hun leefstijl weerspiegelt, misschien wel als reactie op
de zogenaamde elitaire kunst, die zich sterk hermetisch afzondert
in galerieën en concertzalen. Samplen is vrijwel tot een op zichzelf
staande kunstvorm uitgegroeid, op zijn best een sublimatie van persoonlijke
gevoelens, statements en het weloverwogen opwekken van paranoia, dat
reageert tegen het afstandelijke en wanordelijke van de samenleving.
William
Burroughs liet het ontstaan van de cut-up vergezeld gaan
van de volgende handleiding: “Gebruik je zelfdiscipline om het
uiterste te bereiken en houdt hierbij bewust rekening met wat je wel
en niet weet. Gebruik dit alles in je eigen voordeel.”
Geraadpleegd:
Boeken:
- William S. Burroughs/Brion Gysin/Throbbing Gristle - V. Vale
& A. Juno (Re/Search 1982)
- Tape Delay - Charles Neal (SAF Publishing 1987)
- Plunderphonics, Pataphysics & Pop Mechanics - Andrew Jones (SAF
Publishing 1995)
Artikelen/interviews:
- Rolling Stone 512, 5 november 1987
- Popwatch Nr. 8, 1997
- Testcard Nr. 3/Sound, november 1996
Video's:
- Commissioner Of Sewers - Klaus Maeck (Maeck & VAP 1991)
- Thee Films 1950's-1960's - Anthony Balch (TOPTV)
Documentaires:
- Techno: Space And Flow In The Radical Frame, VPRO, 26 februari
1996
- Ziggurat, BRT, 10 maart 1997
- Electronic Jam, ZDF, 23 maart 1997
Albums:
William Burroughs
- Break Through In Grey Room (Sub Rosa 1984)
- Call Me Burroughs (ESP 1965/Rhino 1995)
Brion Gysin
- Poems Of Poems lp (Alga Marghen 1997)
Dit artikel verscheen eerder in telkens gewijzigde vorm in:
- THD nr. 3, 1997
- www.vpro.nl, 1998
- Opscene nr. 65, 1998
Top