|
Harry
Prenger
9 mei 2006
Untitled Document
|
|
Soms heb ik het
gevoel alsof mijn leven zich afspeelt buiten het echte leven om. Wat
dat dan ook zijn moge, het echte leven. Mijn leven maakt even een
ommetje, ben zo terug. Maar ik kom voorlopig niet terug. Ik wil met
het echte leven zo weinig mogelijk te maken hebben. Het echte leven
is namelijk tegen mij, houdt niet van mij en mijn platen. Goed, het
uitstapje duurt nu wat lang en mijn favoriete platen zijn tegen wil
en dank de soundtrack van mijn uitstapje.
Hoe dieper je in de muziek duikt hoe eenzamer het wordt. Zal wel weer
aan mij liggen. Ik wil gewoon niet mee doen. Het heeft wel wat om
je te onttrekken aan dat zogenaamde echte leven, waarin je slechts
mensen ontmoet die je liever niet wilt ontmoeten. Mensen die een brede
muzieksmaak veinzen en zo. Goed, misschien ouwehoer ik er nu wat veel
op los terwijl ik niet eens aan de Corona heb gelurkt, dat vermaledijde
maar lekker wegdrinkende Mexicaanse pisbier!
Een van de merkwaardigste
verschijnselen van het ouder worden is als je op een dag door een
hoerenstraat loopt en je er niet warm of koud van wordt. Neem van
de zomer in Alkmaar. Aan weerskanten ramen in zinderend rood licht
met lonkende dames in panterbikini. En wat doen wij? Wij lopen door,
alsof er fucking niks aan de hand is! Lekkere wijven? Waar? Bovendien
hadden we ons geld al uitgegeven aan lp’s. Eveneens merkwaardig
maar dan in positieve zin, is hoe het vorderen van je leeftijd gepaard
gaat met een toenemende bewondering voor sommige muzikanten en hun
platen. Naarmate je zelf ouder en hopelijk wijzer wordt (toch vreemd
waarom dat ene hoertje haar wijsvinger naar haar voorhoofd bracht),
leer je de artiest en zijn oeuvre beter begrijpen. Ik zou niet weten
hoe ik het anders moet omschrijven. In zekere zin apprecieer ik het
werk van Bob Dylan nu beter dan toen ik jong was; voor zover het werk
van Bob Dylan überhaupt valt te begrijpen. Hetzelfde heb ik met
The Rolling Stones. Ik draai vanaf mijn vijftiende Stonesplaatjes,
maar pas nu vind ik, veertigplusser, hun albums beter dan ooit. Naar
The Beatles luister ik zelden of nooit meer, terwijl ik ze destijds
toch ook grijs draaide. Die liedjes kennen we onderhand wel. Erg fraai
en onvergetelijk natuurlijk, maar uiteindelijk niet iets om keer op
keer op te zetten. Stonessongs hebben echter een niet te onderschatten
meerwaarde. Het maakt dat ik nog steeds graag naar ze luister.
Die meerwaarde
luidt rock-’n-roll. De beste Stonessongs verkeren in voortdurende
staat van agitatie, zijn onderhuids nerveus en sexy. Bij de Beatles
denk ik nooit aan seks. Hee, daar komen ze uit mijn platenkast gerold.
Platen die op dit moment mijn leven, mijn echte leven dus, zin geven.
Beggars Banquet, Let It Bleed, Get Yer Ya Ya’s Out, Exile On
Main Street, Sticky Fingers, Love You Live, Some Girls, Tattoo You
en A Bigger Bang. Het lijken wel namen van escortbureaus.
Top