|
Rinus
van Alebeek
27 augustus 2006
Untitled Document
|
|
Het trappenhuis galmt, maar heeft daarvoor geluiden
nodig. Meestal stijgt de nahal van voetstappen en onderlips voortgebracht
geroezemoes naar de vierde etage als een ziel op weg naar paradijselijkere
oorden. Maandag 14 augustus, zo tegen drie uur des middags begin ik
voor de zoveelste keer aan mijn twee vluchten treden durende afdaling
naar de derde. En zing daarbij. Niet omdat mijn grote vriend Peter
in Amsterdam voor de vijftigste keer verjaart, hem zend ik de gehele
dag telepatische gelukswensen, maar vanwege de akoustiek.
Valeria kom ik een paar uur later tegen. We staan
in een kringetje ergens in een knik van de vijftig meter lange gang.
Of ik dat was die daar vanmiddag zong, het was iets Gregoriaans, of
zo. Dat was het niet. Ik zong 'Crying in the chapel' van Elvis. Wil
ik dat niet nog een keer zingen?. .."I saw you cryyyyying in
the cha-ha-ha-pel," dus. Ze vertelt dat overmorgen, de 16de,
Elvis dodesdag is. Ik draai me naar Julian, en zeg hem dat we dan
als de wiedeweerga Elvisfilms uit het net moeten ophalen: de come-back
in Las Vegas van einde jaren zestig, en Aloha from Hawaii, uit 1972.
Julians atelier/studio/ruimte/waddannook is een mengvorm
van een gang in een studentenhuis drie jaar na de ruiming, een documentatiecentrum
voor sovjet-activiteiten, dat sedert 1989 in onbruik is geraakt en
de werkplaats van iemand die deze kamer heeft gevonden. De overheersende
kleur - zwart-wit - is onder een meellaag verdwenen. Het uitzicht
is formidabel: Vier grote vensters openen op de Spree, daarachter
het fabrieksterrein van een oude brouwerij, dat langzaam door bomen
en struiken dichtgroeit en nog verder Treptow, met zijn witte woontorens
die als paddestoelen zonder hoed uit het groen steken. "Meinst
du dieser, come back concert, Las Vegas, 1969?"
Een half uur voordat Elvis voor de dertigste keer
wordt begraven, kijken we naar de muur waarop de beamer de eerste
concertfilm projecteert. Ik zie niet wat ik verwacht: Elvis in latex,
alleen in een boksring. Maar deze is ook extreem onderhoudend. Elvis
- zwart leer - is terug uit Hollywood. Met hem op een podium zitten
de muzikanten uit de sunstudioperiode - rode countryhemden. Het is
dus veertien jaar later. Dat zie je aan de kapsels van de jonge vrouwen
die allerbevalligst in amazonezit op de podiumrand zitten. Achter
hen is duisternis. Dezelfde duisternis heerst ook in het geheugen
van de man die aanvankelijk de electrische gitaar speelde. Elvis zingt
de gitaarpartij uit jailhouserock. Bij het volgend nummer hebben ze
de gitaar gewisseld.
Na deze is 'Aloha' aan de beurt, en zie ik met stijgende
verbijstering hoe Elvis voor de eerste keer wordt begraven. De film
begint semi-documentair en toont Elvis' aankomst op Hawaii. In het
begin van de jaren zeventig veranderde toon en stijl in de grote filmwereld.
Zweetdruppels kwamen binnen camerabereik, er werd vaak tegen het zonlicht
in gefilmd met alle verwazende gevolgen vandien, het geluid leek direct
van de straat afkomstig. Dit alles gaf niet alleen een suggestie van
bedrijvigheid, maar meer nog dat het filmisch medium eindelijk was
doorgedrongen tot de oorsprong van een historische gebeurtenis.
De dag na de Elviswake fiets ik over de Frankfurter
Allee, een brede straat die in 1956 werd gebouwd en volstaat met elegante
etagewoningen die met de term Stalin-architectuur worden gediskwalificeerd.
Een breed gazon scheidt het asfalt van het flaneerdeel, waar je honderden
meters lang onder het loof van de lindenbomen kunt wandelen. Of fietsen.
De vogels zingen de koorpartijen. Ik zing al uren lang " Burning
Love." Stalinallee wordt Karl Marx Allee vanaf het punt waar
twee torens de toegang vormen naar een geidealiseerde toekomst. Ooit
liep de straat dood op een muur. Achter die muur lag het ghetto. Maar
dat is een andere historische suggestie.
De filmen verdwijnen niet uit mijn geheugen. In het
jaar 2001 bezocht ik de Verenigde Staten en verbleef drie maanden
in Louisville in Kentucky. Dat is niet Memphis, maar toch al een end
in de richting. Ik bemerkte dat ieder huis een veranda had met op
die veranda een schommelstoel of -bank. ik zag ook dat veel vrijstaande
huizen van hout waren, ook als de houten planken van aluminium waren
gemaakt. Ik zag veel bomen, als een monument aan het landschap dat
de pioniers ooit hadden gevonden. Mij overviel een zelfde soort pioniersgedachte
in de menage die ik had met BC. Haar huis had onmiskenbaar huifkarkwaliteiten,
ook al reed ze als een bezetene in haar pick-up.
Elvis is door een zwarte huishoudster opgevoed, zei
Julian. Die opmerking bracht genoeg landschap, maar ook een zekere
traagheid, en zeer zeker een directe verbinding naar stoffige wegen,
grote armoede, de zwoegende aankomst van de moderne tijd met het licht,
de locomotief en de auto, lang voordat bioscopen het warme gebied
onder de petticoat blootlegden. Dat was de wereld waar de opname uit
1969 naar verwees. Elvis' gedrag, zijn innemende humor, het ritmisch
geklos op de houten podiumvloer en de vergeetachtigheid van de leadgitarist
verwezen naar die tijd.
Drie jaar later ontstond de Elvis die tot op de dag
van vandaag wordt geimiteerd. Het pak dat Elvis in Hawaii droeg was
een verschrikking. Het overgrote deel van de nummers die hij zong,
was een belediging voor zijn carrière. De band was geheel in
wit. Het jaar was 1972. Geen enkele van de witte bandleden zou je
de aanwezigheid bij een Vietnam-demonstratie toevertrouwen, geen enkel
zwart bandlid een zwarte panter sympathie. Ergens in de schaduw meende
ik een deelnemer aan de 1969 sessie te herkennen. Zeer beteuterd gezicht,
bijna als van de cokeverslaafde die zijn moeder niet onder ogen durfde
te komen. Het was allemaal zo warme appelmoes, zo custard pudding
met te weke amandelkoekjes, zo wanneer gaan we hier weg.
Over de poses die Elvis aannam, zijn pak, de potsierlijke
cape die hij aan het eind van het concert in het publiek wierp, doch
eerder ver van zich afgooide, de stomme kroon die hij weigerde op
te zetten zou een kunsthistorica een boek kunnen schrijven. Zij hoeft
slechts plaatjes te bekijken van Byzantijnse koningen en kroningen.
Over de moord op Elvis die met deze imagedwang aanving, een image
dat nodig was om tegenwicht te bieden aan de revolutionaire hippiebeweging,
zal wel nooit iemand schrijven. Elvis leeft namelijk nog.
Top