“Wat Is Het Geweldig Om Hier Te Zijn,
Beter Laat Dan Nooit” |
|
|
Rolling
Stones in Amsterdam 31 juli 2006
Harry Prenger
4 oktober 2006
Untitled Document
Aantal reacties: 2
|
|
Met een doffe plons lever ik een tamelijk unieke
bijdrage aan de riolering van onze hoofdstad. Je komt ze vooral tegen
in Randstedelijke hotelkamers: toiletpotten waarin de grote boodschap
rechtstreeks, zonder haperen (lees: remsporen) in het watergat klettert.
Gevolg: natte billen. Er zijn natuurlijk ergere dingen in het leven,
maar billen die nat worden zonder dat ik dit wil is en blijft een
vervelende inbreuk op mijn privacy. Je weet wat er staat te gebeuren
wanneer je de onmetelijke diepte verkent van de wc-spelonk, het opspatgehalte
inschat, waarna je al hurkend er maar het beste van hoopt.
Enkele uren later verlaat ik het American Hotel.
Op naar de Arena voor een concert van The Rolling Stones. Sinds mijn
vijftiende draai ik platen van de Stones. Platen waarmee ik ben opgegroeid
zeg maar. Vanavond zie ik ze eindelijk voor het eerst in levenden
lijve. Ik verheug me als een klein kind. Wanneer Keith Richards het
podium opdraaft en de openingsakkoorden van Jumping Jack Flash inzet,
glijdt de spanning van het lange wachten van me af. Gelukkig ziet
niemand hoe ik van ontroering een traantje weg pink. Gedurende het
twee uur durende optreden worden gevoelens van ontroering afgewisseld
met toenemende bewondering. De Stones zijn gekomen om het dak er af
te spelen, zo veel is duidelijk. We horen een prachtige uitvoering
van As Tears Go By, een daverend Brown Sugar.
“The human riff” Richards laat hier en
daar een steekje vallen, met name in Sway hapert het even, maar wat
zou het, dit is rock-’n-roll. En ze hebben er zin in. Mick Jagger
staat geen minuut stil, druk gebarend galoppeert hij over het podium.
Niet alleen is hij fysiek in topconditie, als zanger overtreft hij
zichzelf.
 |
| Mick Jagger verlaat het Amstel Hotel |
Bovendien blijkt Jagger de Nederlandse taal machtig.
“Wat is het geweldig om hier te zijn, beter laat dan nooit”,
roept hij na enkele nummers. Op het moment dat de opzwepende beat
van Miss You klinkt, schuift een deel van het podium het Arenaveld
in. Vervolgens dendert Get Off Of My Cloud over het publiek. De Arena
kolkt. Het is prachtig, het is indrukwekkend. Wat is het geweldig
om hier te zijn.
Eenmaal terug op mijn hotelkamer hoor ik in de verte,
vlak voordat ik in een diepe, voldane slaap val, de trams rinkelen,
kriskas rijdend langs het Leidseplein. Het is voor het eerst in vijf
jaar dat ik in Amsterdam ben. De volgende ochtend bevalt de hernieuwde
kennismaking bepaald niet mee. Wat een drukte, wat een chaos. Taxichauffeurs
zijn stugge Marokkanen die met zeventig km door de binnenstad scheuren.
Toeristen komen uit alle hoeken en gaten. Eigenlijk vind ik er niet
veel meer aan, aan Amsterdam. Het bezoek aan platenzaak Concerto is
ontluisterend. Twintig jaar geleden puilden de bakken uit, nu verbaas
ik me over het povere vinylaanbod. Bij Record Palace verkondigt de
verkoper luidkeels zijn Bob Dylan-wetenschap tegen toeristen die hem
argeloos aanhoren.
Amsterdam is een groot pretpark, maar wel met riolering.
Top