Untitled DocumentUntitled Document
Bovengronds
Front
Artikelen
Aanraders

Ondergronds
Over de Afgrond
Contact

Verwante Gronden
Artikelen van
Monica Dols

 
Onderwerp:
Cultuur

 
Commentaar

 

 
Toen ik naar Herman Brusselmans ging

 

Misschien wel een ode.
Monica Dols
26 oktober 2006 Untitled Document
Aantal reacties: 1

 

 

Herman en woodie
http://www.brusselmans.be/foto/index.html

Vandaag ging ik naar Herman Brusselmans. Tenminste, ik ging kijken en luisteren naar Herman Brusselmans, die voorlas uit eigen werk en daarna geïnterviewd werd door de Limburgse journalist Emile Holman. Waarom ging ik dat eigenlijk doen? Ik ben niet de persoon voor idolen. Ik ben niet de persoon om te gaan luisteren naar interviews met bekende personen. De meeste personen die schrijven of muziek maken doen dat omdat zij daar goed in zijn. Het zegt helemaal niets over hun verdere kwaliteiten of intelligentie. Het wil niet zeggen dat zij daadwerkelijk iets te melden hebben waar ik mee vooruit kan in het leven. Maar misschien moet dat ook niet. Misschien moet ik het gewoon zien als vermaak.

Dat alles dacht ik voordat ik plaatsnam op de eerste rij van de neergezette klapstoeltjes. Er zat toch ook nog iets anders achter. Herman Brusselmans heeft me altijd geïntrigeerd. Zijn pose, zijn verhalen, zijn interviews, ze lijken ontzettend ingestudeerd. Tot op het punt waarop je begint te twijfelen of het niet stiekem echt de manier is waarop hij tegen het leven aankijkt. Zijn boeken zijn gevuld met zwarte humor, op de meest platte manier, over seks en geweld. Maar vooral over eenzaamheid. Tenminste, zo lees ik het. Wat wellicht meer zegt over mij, dan over de boeken, wie weet.

Om acht uur kwam hij binnenlopen. Precies zoals hij er altijd uitziet, lang haar, zwarte bril, leren jasje, mager, en met een pakje sigaretten in de hand. “hier mag niet gerookt worden”, zei een goede vriend die de pauzemuziek verzorgde. “ dat moeten ze hem nog vertellen”. Geduldig wachtte het publiek af. De zaal zat goed gevuld en gezien het feit dat de avond plaatsvond in het Heerlens Glaspaleis was dat an sich al goed nieuws.

De aankondig-mevrouw liep richting microfoon, waarbij zij, zo casual mogelijk, een asbak op tafel schoof en aan haar speech begon. De speech getuigde van een onbedoelde naïeve humor waardoor mijn avond sowieso al geslaagd was.

Herman Brusselmans nam plaats en las een aantal verhalen voor uit zijn verschenen werk en uit zijn nog te verschijnen werk. Aangezien ik zijn werk al kende keek ik maar een beetje naar hemzelf. Hij las goed voor, doch wel duidelijk met een automatisme die men zo ontwikkelt als men vaak uit eigen werk moet voordragen. Hij leek me een rusteloze man. Hij ging steeds met dezelfde manier en dezelfde hand naar zijn zwarte bril om deze goed te zetten. Hij pleegde voortdurend schijnbewegingen naar zijn fles water, om een enkele keer dan toch te drinken. Hij liet zijn sigaret opbranden in de asbak, wat ik dan weer niet verwacht had. Eigenlijk had ik me stiekem zitten verheugen op een starre glaspaleismedewerker die ten koste van alles weigerde om Herman Brusselmans te laten roken. Ik zag de discussie al in mijn hoofd voltrekken. Met een stoïcijnse Herman Brusselmans die zijn tas weer oppakte en vertrok. Met een legertje paniekerige mensen achter hem aan. Met een medewerker die de pineut zou zijn om het publiek te vertellen dat de lezing helaas niet door zou gaan. Uiteraard niet de principiële weigeraar zelf.

Dit gebeurde allemaal niet wat mij weer aan het denken zette over of ik nu moest juichen voor Herman Brusselmans en zijn gescoorde punt, of dat ik het sneu moest vinden dat iemand per se moet roken omdat iedereen dat van hem verwacht.

Tussen dit alles door luisterde ik naar de verhalen en na de pauze (waarbij het publiek wel allen braaf buiten ging staan roken) naar het interview. Emile stelde zijn rijtje vragen en Herman Brusselmans gaf zijn antwoorden. Toen mocht het publiek ook nog wat vragen stellen, waarbij ik Emile een beetje verdacht van niet meer zo geïnspireerd te zijn, wat het publiek dan ook deed. Er werd een bescheiden aantal vragen gesteld. Het was tenslotte wel een Limburgs publiek.

Toen stelde Emile nog een enkele vraag waarna hij nogmaals het publiek vroeg vragen te deponeren. Waarbij ik nu zeker wist dat hij door zijn inspiratie heen zat terwijl het nog te vroeg was om de avond af te ronden. Niemand had meer vragen en Emile rondde toch maar af. Daarna kwam de aankondig-mevrouw, nu dus de afkondig-mevrouw, die vertelde dat we allemaal een ontspannende avond hadden gehad en die vervolgens twee kadootjes overhandigde aan de gasten. Het publiek haastte zich in de rij voor het signeren van hun meegebrachte, of net aangekochte, boeken. En dat was dat.

Laatst liep ik door een warenhuis dat op dat moment prijzencircus had. Heel toepasselijk had zich aan de ingang een clowneske meneer geposteerd die circusfolders uitdeelde van een echt Russisch staatscircus. Blijkbaar kwam ik net binnen in zijn pauzetijd want de meneer liep achter mij de roltrap op. Twee pubermeisjes die de man zagen begonnen tegen elkaar te zingen: “ alles is voor Bassie”. Daarop giechelden ze zoals pubermeisjes dat doen. Ik bekeek de man. Hij was duidelijk de vijftig gepasseerd, zijn gezicht was iets te bruin geschminkt, zijn haar geverfd en getoupeerd. Iets dat eigenlijk niet meer ging met het pluizige haar van een kalende man. Hij had een rood jacquet aan. En daar stond hij dan, met zijn folders in de hand. Het was zo’n moment waarop ik triest werd. Waarop ik dacht, zou ik op die leeftijd mezelf op die manier in de spiegel willen aankijken.

Misschien is dat wel arrogant van mij. Misschien was de meneer wel ontzettend gelukkig met zijn baan en bedacht hij hetzelfde over mij! Misschien is Herman Brusselmans wel ontzettend gelukkig en dacht hij vanavond hetzelfde over zijn publiek.

Top