|
Rinus van Alebeek
30 december 2006
Untitled Document
Aantal reacties: 1
|
|
Op mijn honderdste verjaardag mocht ik de toiletten van het Guggenheim museum in Bilbao inspecteren. Deze zin heeft twee voetnoten. De eerste betreft het honderdste van mijn verjaardag. Ik heb besloten om meteen honderd te worden. Dit geschiedt in samenwerking met Harold Schellinx, een vriend en geluidscollega die op afstand van twintig kilometer en zeven dagen van mij is geboren. We hebben het eerste deel van ons jubileum gevierd met een kamerconcert in zijn huis aan de Avenue de Paris in Vincennes. Aan ons besluit een eeuwfeest te organiseren kunnen verstrekkende conclusies worden verbonden, die er allemaal op neerkomen dat we vanaf nu onze tijd niet alleen vooruit zijn, maar ook hebben overleefd.
De toiletten van het Guggenheim museum vormen een tweede voetnoot: ze bevinden zich in het centrum van een ander verhaal, dat voorlopig topgeheim is. Geloof me echter dat ik een zeer goede reden had om ze te bezichtigen. De dame bij de informatiebalie wilde aanvankelijk ook niet geloven dat de sanitaire voorzieningen van dit prestigieuze gebouw de reden voor mijn komst waren. “The toilets,” herhaalde ze verbaasd, en viel daarbij even uit haar rol. De dames van de Guggenheim dragen trouwens alle een gitzwart ruimteschip enterprise uniform met zilveren GBM stiksel op de plaats die voorbehouden is aan medailles. Verwantschap met het politieuniform dat ik ken uit de Elliot Ness series is ook duidelijk aanwezig. De dame wist wie ik was na vijf telefoontjes en de hulp van een veiligheidsbode: ze gaf me een enveloppe met daarin twee kaartjes. Mijn naam was Rhinus Van Aleebek y Sga.
Een uitgebreid verslag van de staat van de Guggenheimische WC. zult u hier niet aantreffen. Geloof me dat ze op iedere middelbare school niet zouden misstaan, dat de tegeltjes alleraardigst en vrolijk zijn en dat ze ook heel moeilijk te vinden zijn, ergens bij het bezemhok. Nee, ik ben geen vriend van musea, en vind een daar tentoon gesteld werk net zo zielig als een exotisch dier in een kooi. Maar ik kwam dan ook niet voor de kunst. Ik was hier in Bilbao voor iets heel anders. Overigens kan ik iedere kunstminnaar aanraden bij een bezoek aan de Baskische stad, een wandeling langs de rivier naar het museum te maken. In het echt is het gebouw mooier dan op iedere foto die ik ervan heb gezien, echt imposant zoals het in de bocht van de rivier verschijnt. En de collectie is ook niet de minste.
Bilbao en Baskenland zijn lange tijd mediatisch verziekt gebleven, dankzij het toonbankterrorisme en de verdrietige foto´s die deze activiteiten met zich meebrachten: het ademde beton. Bilbao is echter een waardige en vrolijk stemmende stad met een mooi evenwicht tussen chaotische en urbane stedenbouw: een gezellige warboel van de libelvleugelarchitectuur van het begin van de twintigste eeuw, de zandsteenbarok van de kerkelijken en iets van het spinnedraaddunne gevlecht van telefoondraad en steegjes die tussen apartementblokken verdwijnen. Maar dat is het uitzicht als je loopt. De oude stad zelf, een doolhof van steegjes en pleintjes, geeft een heel andere indruk, herinnert zelfs aan de aanwezigheid van de moren ooit. Voor restaurants en café’s staat men in groepen bijeen, luidruchtig vanwege wijn en volksaard. Het is hier goed drinken en eten, en dat heb ik dan ook gedaan.
 |
| Rinus van Alebeek |
Maar ook het MEM-festival bezocht. Waar ik zei de gek een korte en rustige set heb gespeeld, rondlopend, af en toe zonder versterking spelend, en eigenlijk te vroeg ben opgehouden, omdat me nu nog de mogelijkheden te binnen schieten waarmee ik het tweede deel had kunnen componeren. Maar goed, mijn collega´s maakten mijn mini-concert ruimschoots goed met werkelijk nooit eindigende optredens. Of dat een trend is, weet ik niet. In Berlijn duurt een concert met moeite 38 minuten.
 |
| Alan Licht & Aki Onda |
Alan Licht en Aki Onda speelde na mij. Ik was vooral nieuwsgierig naar Aki, omdat hij cassettes en walkmannen gebruikte. De twee wonen in New York. Alan Licht heeft onder andere met John Zorn samengewerkt, en dat was te horen. Hoe terughoudend hij ook speelde, een mixtuur van melodische feedback en rondzingende melodiciteit, hij kon er niet aan ontkomen dat het gehele concert rondom hem evolveerde en niet Aki en zijn cassettenklank ondersteunde, en dat vond ik wel jammer.
 |
| Consumer Electronics |
Na het duo was het de beurt aan Consumer Electronics, de one man band van Philip Best. Philip ziet eruit als iedere bescheiden, maarr toch hartelijke Brit, die na zijn dertigste aan een buikje begint te denken. Met een geruite pet op, in Barbour en met rubberen laarzen zou hij op het platteland bij iedere veemarkt niet misstaan. Op het podium onthult hij het geheim van het Brits hooliganisme. Zijn optreden is vol van moordende ritmes, loeihard en een onophoudelijke reeks van obscene gebaren. De laptop wordt tot mythisch middelpunt waaruit hij nieuwe geluiden tovert. Met de microfoon in de hand, snerpend zijn teksten de zaal inslingerend wordt hij tot een neo-liberaal die zijn eigen cynisme niet meer in de hand heeft. Aan het eind van de show is hij ook uit zijn overhemd, en dan denk ik aan de twee miljoen Britten die ieder jaar de stranden van Ibiza rose kleuren.
 |
| Merzbow |
De volgende dag was het de beurt aan Merzbow, aangekondigd als de maximo exponente van de extreme noise. Extreem hard wilde hij het in ieder geval maken. Ik had bij de andere groepen gemerkt dat ze het volume hadden opengedraaid, maar op de een of andere manier klonk het toch bescheiden, omdat de klank geen ‘body’ had. Bij Merzbow was het anders. Mijn Sga zorgde vlak voor het podium voor schandaal; ik bleef achterin, omdat ik al ’rinnitus’ aan een oor heb. Wat hij bracht was inderdaad onbetamelijk, met een uit twee laptops tevoorschijn gehaald dreunend ritme dat rechtstreeks op de hartstreek inwerkte. Een apparaat dat op een tot sci-fi pistool omgebouwde computerkeyboard leek, diende als klankbron. Gevolg een onaflatende reeks van ploep en priepgeluidjes alsof drieduizend playstations tegelijkertijd werden afgespeeld. Na het concert was hij echt kapot, van de wereld, verdwaasd: het publiek joelde en zong. Mijn Sga. zei dat ze nooit zoveel verschillende stijlen bij elkaar had gezien, van neopunk en gothic naar skin en bankbediende, en sprak woorden van trance. Maar Merzbow haalde nog een keer uit, en moest toen in de kleedkamer totaal groggy een veganistenafvaardiging weerstaan die hem in een anti-stierengevecht t-shirt hesen waarvoor hij voor de goede zaak op de foto moest.
Top