|
Aanbidt het gouden kalf dat economie heet
en er staan een hoop polen voor de grens.
Prediker
10 januari 2007
Untitled Document
|
|
 |
The Burning of the Golden Calf by Moses
Robert J. Tiess |
Het kan mij weinig boeien, maar een mens voelt zich nu eenmaal prettiger in een klassensysteem. Vooral dan het systeem gebaseerd op geld en prestaties en niet op afkomst.
We vormen en vereren klassensystemen. Mensen kunnen niet zonder.
Er moet naar iets gestreefd worden, ze moeten wensen hebben die verder gaan dan de eerste levens behoeften van voedsel en onderdak. Obsessieve verlangens die hen ertoe drijven om dingen te verwezenlijken. Dat bijna maniakale verlangen brengt welvaart en draagt bij aan het nationaal brutoproduct en creëert werkgelegenheid. Het klassensysteem is een van de motoren die de raderen van de economie aandrijven. Daardoor hebben we een hoge levensstandaard. Het klassensysteem geeft een hoop mensen een doel in het leven.
Helaas wordt de motor draaiende gehouden op de energie van een mengsmering van de zeven hoofdzondes.
Superbia Ik denk aan de bekrompen slimheid ofwel de domheid van het overmoedige verstand.
Avaritia Ik denk aan eufemismen als globalisering en handelsovereenkomsten. Dat houdt in dat voedsel bijvoorbeeld niet langer als levensmiddel wordt beschouwd, maar als handelswaar. Terwijl mensen vroeger door de opbrengst van hun land in hun levensonderhoud konden voorzien, produceert men nu in steeds meer grotere getale nutteloze goederen die alleen het rijkste deel van de wereldbevolking kan betalen. We leven niet langer meer van het land ons geeft.
Luxuria Ik denk aan het geestelijk misbruiken en het aanspreken op diens onwetendheid en zwakte om een of ander product aan de mens te brengen.
Invidia Ik denk aan de tweedeling die te groot wordt. Ik denk aan al diegene die denken dat ze in het systeem mislukt zijn.Gula Ik denk aan verspilling van energie.
Ira Ik denk aan diegene die niet mee kunnen komen. Die afvallen.
Acedia Ik denk aan de zucht naar het snelle geld/macht in plaats naar vakbekwaamheid. |
 |
| |
Het schip met Dwazen
Hieronymus Bosch |
Met talloze gedachtenflitsen zou ik deze opsomming van de hoofdzondes verder kunnen invullen.
Maar wat me nog meer verbaasd op dit moment, is het feit dat de economie tegenwoordig zo zaligmakend is dat de beschaving voor 26000 asielzoekers ver te zoeken is, maar dat we met ingang van januari 2007 een veel nieuwe gasten mogen verwachten. De Oost-Europeanen die in de geest van de omgekeerde west Indische compagnie wel eens even onze arbeidsmarkt komen versterken. [Dit is echt defensief en behoudend] En we hebben in dit land notabene ook nog eens een half miljoen werklozen!
Het is dus gewoon wachten op de Pool, Sloveen en de rest van die gasten die uiteindelijk ook RSI en pijn in de rug krijgen na een tijd werken. En daarmee een beroep gaan doen op onze sociale voorzieningen. Uiteindelijk verplaatst een groot deel van die industrie zich dan weer naar landen waar de kosten lager liggen. China en India bijvoorbeeld.
Mijn conclusie:
Ik denk dat het ons leert de economie meer te benaderen vanuit een middel, dan een doel op zich. Ik denk dat het ons leert dat we een bepaalde vorm van industrie vaarwel moeten zeggen, een groot gedeelte van de [simpele] maakindustrie. En ik denk dat we vooral moeten investeren in de drie voornaamste dingen, kennis, kennis en kennis. Hoogwaardige kennisindustrie zoals silicone vallei in het heuvelland bijvoorbeeld.
Dat betekent concreet zoveel mogelijk geld pompen in de efficiënte samenwerking en ontwikkelingen van universiteiten en het bedrijfsleven. Bouw een voorsprong op (wordt de grootste door vakbekwaamheid, opgebouwd uit kennis, neem over in plaats van overgenomen te worden. Voorbeeld, waar we de kaas van het brood hebben laten eten: Fokker) en investeer om die kennis – patenten en zo – voor ons zelf te behouden. Ieder weldenkend mens kan hier eindeloos aan toevoegen.
Maar dit alleen is niet genoeg, bundel de krachten, de kennis en de knowhow in een Europa-alliantie. Het kost uiteindelijk een veel initiatief en vooral een hoop investeren om de welvarende standaard te behoeden.
Uiteraard zou die kennis zou dan moeten drijven op de zeven deugden:Nederigheid, Gulheid, Naastenliefde, Zachtmoedigheid, Kuisheid, Matigheid en IJver.
Want van hoeveel intelligentie geven we blijk als we de economie boven het welzijn van de
mensen stellen?
De hoofdzondes:
Superbia (hoogmoed - hovaardigheid - ijdelheid - trots)
Avaritia (hebzucht - gierigheid)
Luxuria (onkuisheid - lust - wellust)
Invidia (nijd - gramschap - jaloezie - afgunst)
Gula (onmatigheid - gulzigheid - vraatzucht)
Ira (woede - toorn)
Acedia (gemakzucht - traagheid - luiheid - vadsigheid)
De zeven deugden:
Prudentia (Voorzichtigheid - verstandigheid - wijsheid)
Iustitia (Rechtvaardigheid - rechtschapenheid)
Temperantia (Gematigdheid - matigheid - zelfbeheersing)
Fortitudo (Moed - sterkte)
Fides (Geloof)
Spes (Hoop)
Caritas (Naastenliefde)
Top