Untitled DocumentUntitled Document
Bovengronds
Front
Artikelen
Archief
Album Top 5
De Afgrond In
Aanraders

Ondergronds
Over de Afgrond
Contact

Verwante Gronden
Artikelen van
Rinus van Alebeek

 
Onderwerp:
Maatschappij

 
Commentaar
Moet de nieuwe film van Geert Wilders op voorhand verbannen worden of moet iedereen het voor zichzelf bepalen?

  Gepost door:Roger Dols
  Gepost op:2008-01-18 17:07:27
  (183 reacties)
  Eerder Commentaar

 
de Afgrond zoekt nog redactieleden en/of schrijvers. Wie biedt zich aan?

  Gepost door:monica
  Gepost op:2007-09-27 16:26:41
  (43 reacties)
  Eerder Commentaar

 

 

 
Goede Reis

 

Rinus van Alebeek
31 januari 2007 Untitled Document

 

Stel het besef van de tijd is het resultaat van een banvloek die een wraakzuchtige godheid over de mensheid heeft uitgesproken. De alledaagse bezigheden zijn aan een strikt regime van uren en minuten onderworpen. De horizon is een breekbaar begrip uit een wereld die door poëten wordt bezongen, bedoeld wordt in feite het wit van de lege pagina in de agenda : het begin van de vakantie. Zeus is kwaad op ons, want Zeus bestaat niet meer; veel eerder nog dan God heeft Hij de dood gevonden in een geschiedenis die niet langer wordt doorverteld.
Stel de banvloek wordt opgeheven. Onze dagen en nachten vergulden als twee geliefden, die het dansen nooit moe worden. De winden, een dag teder, een andere dag gebiedend, ze brengen boodschappen – het jonge groene koren neigt ter aarde , glanst in het lentelicht. Dan, verre stemmen bij de fonkelende rivier, een paar passen van onachtzaamheid ; de dans is voorbij.

In het jaar 1997 was N.M. op weg een gerenommeerd vertaler te worden. De voorgaande jaren van het decennium kwam een deel van zijn opgeruimd gemoed voort uit de publicatie van twee boeken en zijn niet te onderschatten bijdrage daartoe.  In zijn bijdrage toonde hij een goed oog voor de Nederlandse weersgesteldheid en een vrolijkstemmend gevoel voor de anecdote. Bij het vertalen worden woorden en nuances belangrijk : de tekst danst, maar de muziek en het libretto zijn door een ander geschreven.
Bij de aanvang van genoemd jaar had N.M. een door mij geschreven boek in handen. Het moest Philip Markus’ derde worden. Hij had de hulp van een redacteur die als een van de besten in het land gold. Ik was er niet, omdat mijn deel van het redigerend werk erop zat. De twee zouden het karwei zonder mijn hulp klaren, tenslotte ontbraken enkel N.M.-‘s teksten.
In Italië wachtte mijn geliefde. We zouden op reis gaan en deden dat : Sicilië, Tunesië, Portugal ... in een telefooncel in Sagres verzekerde M. me dat hij naar zijn huis aan zee zou vertrekken om daar de ontbrekende stukken te schrijven, … Marokko, Mauritanië, Senegal, Guinnée Bissau, Mali … in Bamako haalde ik een brief op, afzender N.M. Hij was een gepassioneerd epistolair.

Na het lezen van de brief werd de wereld ineens heel erg groot, nog groter dan Afrika. Het boek werd niet genoemd. Zelfs nadat ik de brief drie keer had gelezen bleef het boek onzichtbaar. Het bestond niet meer. Wel trof ik een driepuntsgewijze handleiding van wat we konden doen. Een optie ontbrak. Ik besloot voortaan af te zien van N.-`s hulp.
Onze reis had bijna negen maanden geduurd. Publicatie van het boek zou me verder van een inkomen hebben verzekerd. Maar zonder boek geen prolongatie van de bijdrage van de Stichting Fonds der Letteren. En zonder prolongatie geen eindeloze reis van een schrijver en zijn zielsbeminde.
Bij aankomst in Rome, in het helle herfstige licht, had de stad ons de rug toegekeerd. We namen niet de shuttlebus met zijn geldiswaardeloos tarief, maar lieten ons over eindeloze straten naar het hart van de stad brengen door een gewone doordeweekse lijnbus. De stad bleef betoverd. Het was alsof het eigen huis plotseling door withemden was bezet, die de kamers als kantoren hadden ingericht en van daaruit met onbekenden telefoneerden. Onze vrienden zagen er verslagen uit. Ik was verbijsterd. Ze leken op overlevenden uit een oorlog.

De stemmen bij de rivier hebben me naar Berlijn gelokt, waar ik op een avond Adrian ontmoet, de kaalgeschoren nazaat van Maltezer ridders, die me uitnodigt om de film ‘The Queen’ te zien in de Panoramakamer. Derek komt nog, Julian en Jessy : twee fauteuilles, een divan, een fles wijn, een beamer en een witte muur. Na tien seconden dacht ik : » Ja, zo’n koningin had ik ook wel gewild. «
De film brengt me terug naar 1997. De film, by the way, de beste die ik in lange tijd heb gezien, toont een keerpunt in de geschiedenis, en wel hoe de zegetocht begon van het populisme. ‘The Queen’ herinnert aan het katholieke kinderbeeld van de duivel en de engel, die ieder van een schouder in het oor (van Tony Blair) fluisteren. Faust heb ik nooit gelezen, maar de figuurtjes heb ik in menig Walt Disney tekenfilm gezien.
De koningin is een engel ; de duivel is een bureaumedewerker van Blair. De prime minister heeft geen weet van deze rolverdeling. Zijn taak is de zachte overreding. Hij moet de koningin overtuigen toe te geven aan de wil van het volk. Die wil stond in alle kranten in vette koppen op de voorpagina te lezen . Zijn bureamedewerker is een tekstmanager.
Hoe de populisten te werk gingen kan ik me nog goed herinneren. Hun zelfverheerlijkende en jegens anderen kleinerende agitprop drukte zich uit in variaties op de mantra : ‘Zoiets kan toch niet meer in onze tijd.’ Ik geloof niet dat beleidsstilisten en andere redacteuren een visie hadden of hebben, een gecamoufleerde dreiging wel : hét volk, dé lezer.
Een intrigant heeft geen andere ambitie, dan het begin, draai- en eindpunt te zijn van iedere beslissing. Hij kent geen andere genoegdoening dan bij het zien van de uitwerking van zijn manipulaties: poppenkast, maar dan op TV. En geen enkele politicus ( of schrijver) realiseert zich dat.

Niet zo lang geleden zocht ik in de zoekmachine naar N .M`s daden. Bij een bewijs bespeurde ik bij mezelf zowaar plaatsvervangende voldoening. Het gevoel verdween weer snel toen ik het bericht las. De Stichting Fonds der Letteren gaf haar jaarlijkse prijs aan de beste vertalers. N.M. stond als voorzitter van de jury vermeld en mocht het juryrapport voorlezen. Ik las de namen van de andere gezworenen. Het waren er twee. Een van hen was Peter Verstegen. Zijn naam kende ik uit de bijlagen van de vroege jaren tachtig ; een gelouterde vertaler, die al op jaren was gekomen, zou je vermoeden. Waarom was hij niet de voorzitter ?
Ik las verder. Een van de prijswinnaars was een prijswinnares : Ike Cialona. Volgens het juryrapport, dat N.M. hoogstwaarschijnlijk zonder de hulp van zo’n koddige leesbril had voorgelezen, had mevrouw Cialona veel hoogwaardige vertalingen op haar naam staan. En dat wil ik best geloven ; La Divina Commedia van Dante vertaal je tenslotte niet op een zaterdagmiddaag als de echtgenoot met zijn F-jes op de wei staat. Peter Verstegen had aan de vertaling van dat boek meegewerkt. Dat verklaarde waarom hij geen voorzitter kon zijn. Het voorlezen van zo’n juryrapport bij de prijsuitreiking komt dan dichtbij het uitbrengen van een toast op een besloten verjaardagsfeest.

Ik probeerde mezelf in een soortgelijke situatie te verplaatsen. Tenslotte ben ik ook maar een mens. N.M, inmiddels geen mens meer, maar een schim uit het verleden, verving ik door mijn grote vriend, toevallig ook een Peter, Peter. We konden terugzien op dertig jaar analytische samenspraken, dus dat gold. Die gesprekken hadden we overal gevoerd, bij wandelingen, op tribunes, in bars en kantines, of in huiskamers die vervuld waren van het indirecte licht dat achter de daken verdween en plaatsmaakte voor electrisch schemerlicht, maar niet meteen.
Ik stelde me voor dat hij tijdens een van mijn bezoeken onthulde, dat hij mijn boek zou nomineren en dat hij er alles aan zou doen om de prijs bij mij terecht te laten komen. Het ging weliswaar om slechts 5000 euro, een peuleschil ; voor dat geld kreeg je met heel veel moeite een vakantievilla in Chiantie tijdens de augustusmaand.
Ik schrijf het op, en ik krijg steken in mijn buik, voel dat ik de onwaarheid opschrijf, en al bij de suggestie Peters vertrouwen schaadt.
Het zou anders gaan. Het hoeft niet anders te gaan. Niemand nomineert mijn boek, want er is geen boek. Wat blijft is de zoektocht naar een woord, bijvoorbeeld voor de handelswijze van bovenbeschreven jury, ook die een peuleschil in de afvalbergketen die het populisme dag na dag produceert.
We zouden eerst maar een tijdje zwijgen, de stilte doorbrekend om van overbodige gedachten af te komen. We zouden het er al snel over eens zijn dat woorden als ‘corruptie’ of ‘nepotisme’ een lege betekenis hebben. Voor zulke beladen begrippen ontbreekt het aan een morele instantie die het gebruik ervan wettigt.

« Het is geen inhalig gedrag, want daarvan ben je je ook bewust .» Zo zou een tegenwerping kunnen luiden. « Zelfverzekerdheid is het resultaat van constante zelfbevestiging. » Zo zou een andere analyse kunnen luiden.  « Dan is het meer een verslaving. » « Precies. » En dan zou een van ons beslist op het woord komen dat de essentie van het populisme weergeeft : »Snackzucht. »

Top