|
Rinus van Alebeek
4 maart 2007
Untitled Document
|
|
Toen ik en de televisie nog jong waren, vroeg ik me bij het kijken naar een film
steeds af waar ik een acteur/trice eerder had gezien. Dit gebeurde in langdurige
samenspraak met mijn moeder, die aan de andere kant van de huiskamer, de
achtertuinkant, aan tafel zat. Mijn vader was op nachtsjiech, mijn broertje in bed,
buiten was het donker, de film deed er natuurlijk niet zo zeer toe. Ik geloof niet
dat mijn moeder echt keek; er waren altijd wel sokken te stoppen of truien te
breien. De acteur/trice doolde een beetje verloren in de film rond, ook die kon
ons niet vertellen waar hij ( of zij) in feite thuis hoorde. Vreemd genoeg moesten
wij hen dat altijd zeggen. Er waren veel deuren in de films van vroeger.
Het heeft ongeveer drie dagen geduurd, voordat ik eindelijk de titels kon
achterhalen van de laatste Cd-'s die ik heb gekocht. Ik doel op de Cd.'s die
wereldwijd en op grote schaal worden uitgebracht. De eerste titel wist ik
meteen: Johnny Cash and friends, gekocht vanwege 'wanted man,' en in mijn
luchtkuuroord Castiglione del Terziere tijdens het koken vaker gehoord en
meegezongen. Maar ik had niet alleen Johnny Cash gekocht. Het was een
aanbieding, zo wist ik nog, gevonden in een graaibak in een autogrill ergens
tussen Catania en Messina in het jaar 2004. In een autogrill drink je koffie, koop
je een krant of koop je wegwerpspeelgoed voor je kinderen. Ik kocht er drie
Cd's voor 10 euro. Wel wat veel. Drie CD's voor 5 euro is precies de goede prijs
voor Johnny en zijn vrienden, Bob Dylans wigwam en een paar jaren zestig
deunen uit Brasil.
 |
Toen de CD het vinyl afloste, geloofde ook ik in de propaganda, die een
verbetering van de geluidskwaliteit beloofde. Ik kwam er snel achter dat
daarmee de geluidskwaliteit van de muziek van Phil Collins werd bedoeld. Die
klonk werkelijk perfect. Probleem voor mij was dat ik Phils muziek niet kon
uitstaan en dat bij de muziek die ik wel beluisterde me het gevoel bekroop dat ik
iets miste, en niet omdat ik het niet hoorde, maar omdat het er niet was. Het
geluid refereerde enkel aan de zilverkleurige schijf zelf en aan het nieuwe
apparaat waar dit schijfje zo moeiteloos, bijna sensueel naar binnen gleed. De
fascinatie van de lp kwam ook voort uit de herkenbaarheid: de lokatie van de
opname was terug te horen, of op zijn minst er bij te verbeelden. Bij de CD
moest je de hele beluistering lang naar het boekje grijpen. Wijzer werd je er niet
van.
Omdat identificatie een belangrijk verkoopargument is, gaan beeld en klank
vaak samen. Bij de serieuzere muziek die niet MTV-fähig is, volstaan geleerde
artikelen in de bijlagen of goed gesoigneerde optredens tijdens de talkshow.
Ook hier wordt het iets gediend, dat zo moeilijk te omschrijven is, maar dat
sedert het nologo boek van Dinges, lifestyle heet. Al moet je het natuurlijk niet
zo noemen, omdat het eenvoudigweg om de ideologie van het democratisch
kapitalisme gaat. Die hoeft niet in woorden te worden uitgedrukt, want daarmee
wordt hij kwetsbaar: wat je al hebt, hoef je niet nog eens te kopen.
Sedert de managersrevolutie, die vanaf het midden van de jaren negentig
zichtbare vormen begon af te scheiden, is er nogal wat veranderd. De snelle
ontwikkeling van de digitale technologie heeft daaraan meegeholpen. Alles wat
geregeld kon en moest worden, werd in een nieuwe vorm gegoten. Een mooi
voorbeeld daarvan mocht ik tijdens mijn bezoek aan onze regeringsstad 's
Gravenhage, halverwege februari, beleven. Ik was er, en ik moest er ook weer
zien weg te komen.
Dat kon het best met de trein, want de volgende bestemming was Maastricht. Ik
had auto noch chauffeur of rijbewijs. En ook geen visakaart of chipknip (ook die
vinding hoort bij de managersera) waarmee je bij de automaat (idem) een
kaartje kon betalen. Bij dezelfde automaat kon je wel met muntgeld (geen
papiergeld!) (idem, idem) betalen. Dus vroeg ik bij de informatiebalie (idem)
waar ik munten kon krijgen. Nou, ik vroeg het niet precies aan de balie, maar
ernaast, waar de persoon tot wie ik me moest wenden in gesprek was met twee
kaartjesknippers (die sedert de managersrevolutie ook een andere
aanspreektitel hebben gekregen, al weet ik niet welke). De informant verwees
me naar het loket. Daar moest ik in de rij staan om papiergeld voor munten te
kunnen ruilen, en na ontvangst daarvan bij de automaat het ticket te betalen,
zodat ik tijd kon winnen en ook de lokettiste tijd had om zich op belangrijkere
zaken te concentreren dan het verkopen van een kaartje, wat ik dan toch maar
bij haar deed, omdat ik er nu eenmaal stond en waarvoor ze 50 cent in rekening
bracht. Tijd is geld, tenslotte. Voor die 50 cent werd een apart kaartje gedrukt,
dat wel.
Over zulke wildgroei van de managerscultuur kun je je ergeren, en dat doe ik
lekker niet, want ergens is het ook weer aandoenlijk. Vergeet niet dat de
grootverdieners uit de internetwereld, zij die websites als ebay of youtube
hebben ontwikkeld heel, tot heel erg jong waren, en nog zijn. Nog jonger dan
onze minister-president toen hij voor het eerst minister-president werd. Dat
tekent ook een beetje het emotionele en intelectuele niveau waartoe de
managerscultuur ons toegang geeft: eigenlijk een beetje die van het verwende
rijkeluiskind dat kan doen wat zijn hart begeert.
Kruip maar eens wat dichter naar de computer en zie de geweldige
mogelijkheden die het ding biedt. Je kunt er zoals ik je schrijfsels kwijtraken,
want er is geen kantoorklerk uit de uitgeverswereld die zich zorgen maakt om
lezersaantallen. Je kunt er je muziek kwijt, je kunt er je foto's kwijt, je kunt
gedachten uitwisselen in forums, vrienden kweken op myspace en de liefdes
van je leven vinden op dating sites, je kunt radio maken, en je kunt je video's
dumpen, je kunt er de terrorist spelen en je kunt er millionair worden. En je kunt
zelfs de illusie voederen dat je eerdaags ontdekt wordt. In ieder geval wordt er
uit alle delen van de wereld op je inbreng gereageerd. En, nog belangrijker, je
kunt er je leven vorm geven. Stylen, heet dat, geloof ik.
Voor wie niet beter weet, leven we in een gouden tijdperk: alles is mogelijk: het
idee kan onmiddellijk aan de praktijk worden getoetst. En voor degene die
verder denkt, volstaat het de eigen naam als merknaam te gebruiken, de daden
op te slaan in een portfolio en zichzelf als projekt aan te bieden bij een fonds of
firma. De allergrootste vernuftelingen onder ons zullen worden aangetrokken
door de lokroep van de creative industries. Niemand weet wat dat nu precies is,
maar er is in dat bereik wel veel geld voor over om de eigen lucht in
subsidie-eerbare eenheden op te delen. (zie ook Monica's artikel over haar
bezoek aan het glaspaleis.)
Maar hé, waarom gaat het hier eigenlijk? Ik heb drie CD-'s, en daarom gaat het.
Het zijn niet de vrome cdees, die ik aan het begin van dit stuk noemde. Hier zijn
de titels: Cassette Culture - Compilation Two, Soundworks - Bend it like Beckett
en Gruenrekorder - recorded in the field by... Voor mij vormen die Cd'-s het
bewijs dat er ook nog leven bestaat na het internet. Dat moet ik iets anders
formuleren. Terug naar het idealisme van ons democratisch kapitalisme.
De lezer weet zich misschien nog te herinneren dat ik managerscultuur en
rijkeluiskind met elkaar in verband bracht. Waarom nu steeds op die
managerscultuur gehamerd? Dat is toch retorisch stom van mij? Met al dat
gehamer loop ik de kans dat ik een keer grandioos missla. Dat risico neem ik
dan maar.
Gaat U mee? Al een paar jaren kijk ik met verwondering op als ik via mijn radio
een politicus of journalist, of beide- je weet het deze eeuw nooit zeker- het
woord 'convenant' in de mond hoor nemen. Ik wist in mijn naive
twintigste-eeuwse hoedanigheid niet beter of het was zo'n mooi Bijbelwoord dat
iets plechtiger aangaf dat God en Abraham (of Mozes) (of Ook) een afspraak
met elkaar hadden gemaakt. Resultaat is dat ik dat woord niet los kan zien van
Goddelijke ingrepen en meer van dat moois, waardoor de politici iets heel
potsierlijks over zich krijgen, maar ook iets heel plechtstatigs, dat doet denken
aan middeleeuwen en aan keizers die door God over het volk waren gesteld.
 |
Dat woord 'convenant' is machtig mooi gekozen. Het duidt namelijk een
beweging aan. Een beweging die naar een ideale toestand voert, laten we wel
wezen. De ene convenant is de andere niet, en in de Bijbel werd dat verbond
op een ossekar meegevoerd. De volgende openbaring was immers niet ver
meer. Voeg daaraan toe het woord 'project' dat tegenwoordig door iedereen
wordt gebruikt om aan te duiden dat hij of zij ergens mee bezig is, want ook
daar gaat het om de beweging: een projekt is een plan dat nog niet is afgerond,
en dat gaande het proces veranderd kan worden.
Ik geloof dat we te maken hebben met een Europese variant op de
Amerikaanse droom. De beste plaats om deze droom aan de werkelijkheid te
toetsen is de virtuele wereld van het internet. Daar wordt geoordeeld in de vorm
van klikcijfers. Maar er wordt nooit iets afgemaakt. Wat beklijft is het
enthousiasme. En dit enthousiasme is zeer jeugdig. Iedereen kent deze dromen
uit zijn jeugd: Het verwachtingsvolle 'als dit, dan dat', het overmoedige 'we
zullen zus' en 'we zullen zo', het beloftevolle 'we gaan daar' 'we gaan zeker' .
Internet bedelt heel erg om de illusie van het almogelijke. Het idealisme van het
democratisch kapitalisme is een puberdroom, die resulteert in grootspraak,
eigendunk, maar ook in fantasierijke, heel erg grappige en innemende
hersenspinsels.
Maar: het blijven puberdromen.
En die Cd-'s? Ze bestaan in het echt. En ze zijn te bestellen bij
cassetteculture.net, bij artrail.ie en bij gruenrekorder.de. Alle drie de CD's
hebben een zeer hoge identificatiewaarde met het alleraardigste aardse dat
ons allen in ons dagelijks leven omringt, zodra we de computer uitzetten. Ik ga
nu bijvoorbeeld weer eens naar Bend it like Beckett luisteren. En U? Ik raad U
aan een, twee of alledrie de CD'-s gewoon te kopen, al was het maar om er
achter te komen of U de laatste jaren door de propaganda bent verdooft.
Top