Untitled DocumentUntitled Document
Bovengronds
Front
Artikelen
Aanraders

Ondergronds
Over de Afgrond
Contact

Verwante Gronden
Artikelen van
Rinus van Alebeek

 
Onderwerp:
Maatschappij

 
Commentaar

 

 
Groeten uit Heerlen

 

Rinus van Alebeek
18 april 2007 Untitled Document
Aantal reacties: 10

 

 

Namedropping

Enzo van de Feedbacksociety wilde graag naar Berlijn komen, omdat Wevie Stonder er zou optreden. Hij had Wevie al een keer gezien, en wilde nu zijn vriendin dit plezier gunnen. Goh, dacht ik, helemaal uit den Haag naar Berlijn voor een concert. Ik vertelde dit aan Adrian Shephard van Testcard en die zei: "Ach Henry, is een vriend van me." Wevie, wist hij, zou ook spoedig in Zwitserland optreden. O? Daar kon ik nog een paar contacten gebruiken. Dus vroeg ik Wevie's mailadres, schreef hem en kreeg gewoon antwoord en het mailadres van de contactpersoon.

Achterstandswijk

De voorbeeldwijk uit de jaren vijftig Meezenbroek is nu een achterstandswijk. Toen gold het als een voorbeeld, omdat het met drie slaapkamers ideaal was voor het ideale tweekindergezin, maar ook omdat er een achtertuin en een voortuin was, een straat waardoorheen auto's konden rijden en de kerk en kleuter/lagere scholen op loopafstand lagen. Toen de kinderen uit de jaren vijftig oud genoeg waren om het huis te verlaten, bleek een aantal van hun ouders ineens oud genoeg om aan de kanker te overlijden. Of dat aan de asbest lag, die als eternit bekend stond, en als een van de verworvenheden der vooruitgang gold, is onopgehelderd gebleven. Waarom de wijk achterstandswijk heet, weet ik niet.

Waar je woont, word je oud

Ik ging maar eens een eindje om, misschien kon ik de achterstand ontdekken. Het weer op Goede Vrijdag was paasbest. Ik liep de Pieter Breughelstraat uit. Daar woont bijna niemand meer van vroeger. De lage bejaardenhuisjes aan het eind ervan waren bijna alle afgebroken. Op het braakliggend veld bloeiden gele korenbloemen. De flats van de Govert Flinkstraat, immer somber en van natgeregende kleur, zouden ook worden afgebroken. Er was immers 25 miljoen euro beschikbaar gesteld om de wijk van zijn achterstand te verlossen. Die flats weg, ja, dat vond ik een goed idee. Ze hadden me nooit bevallen, en ze zouden ineens het zicht vrijmaken, op het gehucht Palemig, en op de Brunsummerheide ook. Dan een paar winkels bouwen en een niet te duur restaurant, een fijn ochtendcafé, wellicht als deel van een glazen huis met tropische planten en het zou er prettig toeven zijn voor de buurtbewoners. De wandeling achter de sportvelden om duurde minder lang dan verwacht. Iedere plek had zijn doorkijk naar mijn verleden, de speeltuin, die er niet meer was, naar (de opgeheven) RKVV Palemig op het voetbalveld, of naar de grote vakantiedagen met vriendjes rennend langs de kuttelenbeek om de stokjes te volgen die op het rioolwater meedreven.

Brandende Coniferen

Van de oorspronkelijke bewoners bij mijn ouders achterom zijn er nog drie over: Buurvrouw Fien en mijn ouders. Hun achtertuinen zijn weliswaar door een hek van nauwelijks tachtig centimeter hoogte van elkaar gescheiden, maar door de schuttingen die meer dan mans hoog zijn van de andere buren (de heg van mijn ouders naar het paadje toe, incluis) lijkt het er op dat de twee tuinen aan elkaar zijn gegroeid. Het gebied erbuiten is een mengvorm van voltooid verleden tijd en de onvoltooide tegenwoordige. Die is soms luidruchtig vanwege kinderen of geanimeerd geschreeuw, "maar", zo zegt mijn moeder, "er gebeurt altijd iets, en als het te lawaaierig wordt, ga ik naar binnen." Ik las de krant buiten. Die was op zijn manier luidruchtig met berichten van brandende coniferen, een lolitazaak voor het gerecht, het stadskantoor en zijn problemen, en ...hé Peter Greenaway in
Heerlen?

Bongerd 32

Dat adres kreeg ik van Henk, van de platenzaak Gong. Henk ken ik al heel lang, en hij mij misschien ook. Hij woonde tegenover de kerk, (die binnenkort wordt afgebroken) toen het nieuw gebouwde deel van Meezenbroek nog een voorbeeldwijk was. Ik geloof dat hij op de lagere school een klas hoger zat. Voor toegang tot die hogere klas was ik een maand te laat geboren. Aan Henks Petra heb ik het te danken dat ik het openingsconcert van de experimentele reeks in de Nor mocht spelen (met Harold Schellinx) en een tijdje later ook meteen het sluitingsconcert van de experimentele reeks (tevens de tweede in die serie) mocht spelen (deze keer met Madame P). Een Afgronddelegatie woonde dat optreden bij. Ziedaar ook de reden dat U dit artikel hier leest. Bij Henk kreeg ik een stout idee. Hij wist me te vertellen wie Peter Greenaway naar Heerlen had gehaald. En gaf me het adres.

Wipneus en Pim

De Bongerd was inderdaad daar, waar ik dacht, dat hij was. Hij ligt aan de schaduwkant van de Pancratiuskerk. Die kerk zelf is al een verminkt dier, dat door ingrepen van de koektrommelarchitect Cuypers voor altijd van zijn oorspronkelijke en architectonisch unieke vorm is beroofd, de horeca/kantorengezelligheid die aan de rand van het plein is verschenen, mag er ook zijn. Als wanprodukt bedoel ik. In de jaren voor de eeuwwisseling mocht het wethouderduo met namen uit de kabouterwereld Heerlen herbouwen. Ze wilden van Heerlen het Rotterdam van het zuiden maken. En van de Meezenbroekervijver een wereldhaven, zekerteweten. Spreken was een vertoon van poeha. De politiek die gevoerd werd heette no nonsense te zijn, of zakelijk of ...

Professioneel

Dat woord gebruikt Fiedel van der Hijden, van Abraxas, om me duidelijk te maken, dat hij me niet op het laatste moment als supporting act kan toevoegen. Hij heeft Peter Greenaway naar Heerlen gehaald. Hij doet eigenlijk heel veel. En het is allemaal cultuur die van iets verder komt, dan de dialectdichter die ik de vorige dag in de aula van de bibliotheek zijn ode aan Schaesberg hoorde reciteren. En dat is goed zo. Dat is zo goed, dat alle kranten in de wereld er hun bijvoegsels mee vullen, en de bewoners van verre oorden als Heerlen opademen, omdat er een wereldact naar hun stad komt. "Hij zit nu in de auto," zei Fidel, "en als ik hem nu bel, en zeg dat er ineens een voorprogramma is, dan riskeer ik dat hij rechtsomkeert maakt, want dat is niet professioneel."  Ik kon hem wel gelijk geven, maar had hij dat ook? Natuurlijk had hij dat. Of misschien toch niet?

De Val van de Muur


Stephane Leonard is veelzijdig. Hij maakt tekeningen maar ook muziek. In een van de 24 eenuursuitzendingen van Radio On, die ik met Adrian Shephard de vorige maand heb gemaakt, is hij te gast. Er komt ondermeer ter sprake dat hij in Oost Duitsland (Oost Berlijn) is geboren. In 1989 was het voor hem tijd om voortgezet onderwijs te gaan volgen. Dat moest dan op een Duitse school, want het volk was herenigd. Ik vroeg hem hoe dat was, of er andere leraren kwamen en zo. Hij zei dat de ouders hun kinderen naar de goede scholen in het westen stuurden. Voor hem was er plaats op een niet zo goede school in Lichtenberg, waar leraren uit de ex-DDR les gaven. Alleen de geschiedenisleraren hadden het moeilijk want die moesten ineens zelf weer geschiedenis gaan studeren. Hij vertelde het nogal laconiek. Misschien ook omdat hij in de achterliggende jaren bepaalde begrippen zelf heeft mogen definieren.

Als hij maar geen voetballer wordt

Ze schoppen hem misschien half dood. (Boudewijn zingt dan verder: "maar liever dat nog, dan een bord voor zijn kop van de zakenman, want daar wordt hij alleen maar slechter van." Wanneer werd het woord 'zakenman' voor het laatst gebruikt?) Er kwam een tijd kort na Boudewijns doodschop, dat de voetballer zo getraind was dat hij die gemene overtreding kon camoufleren. De geschiedsschrijvers hielpen hem en spraken van een professionele overtreding. Toen de professionele overtreding uit het voetbal verdween, bleek het woord 'professioneel' ineens op andere plaatsen te zijn ingeburgerd. De betekenis bleef hetzelfde: zakelijk, zonder zich door emoties te laten leiden.

Mijn Fiets!

Toen ik weer buiten op de Bongerd stond, in de grijze portieken, de deur weer in het slot viel, besefte ik dat de fiets nog binnen stond. Ik had hem mee naar binnen genomen, omdat je nooit kon weten en het bovendien de fiets van mijn moeder was. Dus had ik gehandeld zoals mijn moeder in dat geval, maar nog voorzichtiger. Boven drukten ze op de zoemer, en opende de deur zich zonder dat er aan de andere kant iemand verscheen. De hele weg naar huis zat het woord 'professioneel' me dwars. Het was waarlijk een schitterende dag.

In Feite

is professioneel gedrag het resultaat van het naleven van een reeks afspraken en regels. De financiering van een act wordt door een reeks afspraken met sponsoren en subsidiegevers verzekerd. Dan zal de plaats worden gevonden, de technische apparatuur geregeld, de artiest(en) een onderdak en te eten gegeven.  De pers moet worden ingelicht; informatie en foto's verspreid. De kaartverkoop, de propaganda, het is allemaal werk dat tot in de puntjes moet worden nagekomen. Toen ik de arme Fiedel met mijn vraag overrompelde, sprak ik tevens de persoon aan die ervoor had gezorgd, dat al deze facetten van een organisatie tot in de details waren verzorgd. Dat is werk dat groot respect verdiend. Maar is het professioneel? Die vraag beantwoord ik met ja. Maar is het woord professioneel nog van deze tijd, om maar eens een staande uitdrukking van de zeitgeiststileerders te gebruiken. Die vraag beantwoord ik met nee.

Waaromdaarom

Een resultaat van professionalisme is dat professionals de zaken waarnemen en op den duur overnemen. De organisatie dekt alle facetten. Verrassingen worden vermeden. Verrassingen worden zelfs met het toevoegsel 'onaangenaam' verdoemd. Dat is voor mensen die intuitief te werk gaan een bizarre veroordeling. De deling tussen hoge en lage cultuur is allang opgeheven, maar de deling tussen betaalde en onbetaalde kunst heeft een maatschappelijke afgrond gebracht. Het is dezelfde deling die zichtbaar wordt als een groep staatshoofden een idyllisch oord uitzoekt om er te confereren. Het begrip 'onaangename verrassingen' lijkt dan bijna een eufemisme voor het begrip 'terroristische aanslag'. Ook het professionalisme heeft tot een fundamentalistische levenshouding gevoerd. En die heeft zijn tijd gehad.

Hoge Cultuur-Lage Cultuur

De samenwerking van de grote Greenaway en de Dj Radar is een typische vorm van high culture meets low culture, een beweging in de kunstwereld die gezien zijn mainstreamigheid ook alweer behoorlijk passé is. Al zal het de betrokkenen een zorg zijn hoe er cultuurhistorisch over hen wordt geoordeeld: daar in de hoofdstad Amsterdam hebben twee nieuwsgierige kunstenmakers elkaar ontmoet, niet naar reputaties gekeken, maar een mogelijkheid gezien, en vervolgens besloten samen te werken. Zo gaat het overal. Je moet er alleen voor zorgen op het juiste adres te zijn, of op tijd te komen, want - eerlijk is eerlijk - "als je nu een dag eerder was gekomen, dan..." had Fiedel nog gezegd. En dat was, strikt genomen, een zeer hoopgevende opmerking.

Top