|
|
|
|
Lilli am Anhalter Bahnhof |
|
|
Rinus van Alebeek
26 februari 2008
Untitled Document
|
|
VROEGER
Het viel moeilijk uit te maken of vroeger ook als tegenwoordige tijd bestond. Goed beschouwd was `vroeger` een bizarre verblijfplaats. De mogelijkheid tot lichamelijke aanwezigheid was er vrijwel miniem. Het
gebied werd weliswaar door miljoenen voorbije levens bevolkt, maar in feite waren die levens ooit in verhalen veranderd. Een enkele daarvan las ik op een grijze metalen gedenkplaat op een niet minder grijze dag. De nevels hingen boven de kantoorgebouwen. Ze droeg mooie schoenen en ze had een frêle figuur, te frêle om een kogel van zich af te stoten in een atletisch bevoogde wedstrijd. Toch deed ze het. En kwam daarom op de foto. Misschien kwam ze ook op de foto omdat ze mooi was. In ieder geval vond ze de dood waar ze hem niet had gezocht. Daaraan herinnerde de metalen plaat. Een andere plaat stond op een paar passen afstand. De informatie hierop verbond data met aantallen.
ANHALTER BAHNHOF
Het laatste gehuil dat op het station weerklonk was van het luchtalarm. Nadat de laatste bom was gevallen, begon het puinruimen. De hoofdingang van het station stond nog overeind en werd als aandenken gespaard. Het meest leek de facade op een tempelruïne, zoals die aan het natuurhistorisch bepaalde einde van de achttiende eeuw op prenten werd weergegeven. Als het prentenboek was dichtgeslagen leken de resten van het station vooral op een stadsbeeld dat nergens meer was terug te vinden. De huidige buurt ademde de sfeer van bureaucratische bedrijvigheid, werkte door zijn flatgebouwen afstandelijk en gedecideerd.
In welke richting de treinen vertrokken viel moeilijk uit te maken. Door een van de drie poorten van het station liep je meteen een grindveld op. Het was herdenkingsgrind met een sterk crematoriumkarakter. Je had er vrij zicht op een voetbalveld met kunstgras. Achter het doel aan de overzijde lag het tempodrôme met zijn skischansdaken. Voor een imaginaire tijdreis bood het station weinig ronddwaalruimte. Van de smalle toegangspoorten met de bloemige ornamenten, onder de overkapping met zijn drie mooie gewelven door en tegelijkertijd de voorrijstrook met de kinderkopjes overstekend, waren het negen stappen. Dan stond je al tussen de pilaren, drong het verkeerslawaai vol tot je door, en kwamen de gazonnetjes en de saffies rokende taxichauffeurs met hun dikke Mercedessen prominent in beeld. De taxistandplaats was er dus nog.
STATION
Hitler in een frak en met hoge hoed, dat is pas gek. Nog gekker is, dat hij iedere week zijn zestig minuten zendtijd krijgt op de Duitse televisie: Hitler en de huisvrouwen, Hitler op de Noordpool, Hitler bij de Medicijnmannen. Je kunt zonder overdrijving stellen dat ome Adolf populairder is dan Kuifje. Eigenlijk is hij dat altijd al geweest. In mijn `vroeger` is hij de definitie van al het kwade, amen. Zijn maatregel die de levens van miljoenen in miljoenen verhalen verandert, wordt tot in de fijnste details gedocumenteerd. Na zijn dood tonen andere opvoeders de resultaten van die maatregel nog eens op de televisie. Dat gebeurt op een vroeg uur, zodat ook de jeugd vanaf acht jaar een kans krijgt de bergen naakte lijken van een vrachtwagen te zien glijden. Mijn kleine bewustzijn stijgt met andere aldus bezielde bewustzijntjes op naar het walhalla van het collectieve bewustzijn, naar een vroeger waar ik in feite niets te zoeken heb.
SPIEGELS
De heren die zich van het woord bedienen, zitten op hoge zetels. Hun voorvaderen hebben de zeven zeeën bevaren. Ook zij zijn hoog boven het nederdeks gewoel verheven. Zij worden door de golven gedragen en nemen behalve koloniale waren de herinnering aan een oogverblindend oceaanlicht mee, die, de ene, tot familefortuin, het ander tot familiegeheim worden. Het duurt tot ver in de twintigste eeuw voordat het geheim wordt prjisgegeven.
Het licht komt tot ons in de tweede helft van de jaren zeventig. Het optimisme wrdt ineens gemeengoed voor ondernemers van elk niveau. Hun nieuwe kantoren schieten als paddestoelen uit de grond en zijn bij het binnenrijden van de stad naast iedere snelweg of spoorlijn te bewonderen. Het woord dat samen met 'nieuw elan' een nieuw tijdperk aanduidt, is 'annonu.' Bedoeld wordt 'in de huidige tijd.' Het klinkt echter als het eerste jaar uit een nieuwe jaartelling, waarvan de aankondiging nog even op zich laat wachten. De heren die zich van het woord bedienen, spreken het uit alsof ze op hetzelfde moment proberen een stuk papier in te slikken waarop deze voorinformatie staat. Het heeft iets van een Nederlander die zijn bovenlip stijf houdt om perfekt engels te kunnen spreken. Ook dat ziet niet uit. Beide mensensoorten bestaan niet meer. Het woord schiet me te binnen als ik op de Anhalter Bahnhof aan mijn mobiele telefoon denk. Het ding heeft geen videocamera.
LILLI
Dertig jaar na Anno Nu was de Duitse twee-eenheid politiek/nieuwsdienst weer eens in rep en roer. Nu waren ze het al sedert de kreupele minister van Politie en de minister van Oorlog eendrachtig hadden verkondigd, dat het leger in tijden van `jeweetmaarnooit` passagiersvliegtuigen moest afschieten, maar wat het opperhoofd aller Turken zojuist in Keulen had betoogd, daar had zelfs de bisschop van die stad met al zijn vlammende uitspraken tegen de 'entartete Kunst' in zijn kerk niet van terug. De discussie werd aan iedere stammtisch verder gevoerd. De commentaren die na de consumptie van zes halve liters goed Duits bier aan de openbaarheid werden prijsgegeven, overspoelden forums, journalen, krantenpagina's en het parlement. Bij al dat gekrakeel ontging zo menigeen het paniekerige gekrijs van de Israelische Olmert, die, tijdens de thee met Angela, zijn wijsvinger bevend van verontwaardiging naar Iran had gericht, waar ze behalve aan een atoombom ook aan andere wapens werkten, en die zouden allemaal tegelijk op zijn tuin worden afgeschoten. Ik liep over het grind van de Anhalter Bahnhof en was het gedenken eerlijk gezegd beu. In schoendozen, albums, boeken en portefeuilles staken foto's die een ander aandenken vormden. Je had ook herinneringen die gewoon naar mottenballen roken. Er was een Sam en Moos mop. Sam kon niet slapen. Zijn vrouw vroeg hem wat er was. Sam bekende dat hij een schuld had bij Moos, en dat hij die morgen moest betalen. Hij had het geld niet. Zijn vrouw stond op uit bed en opende het venster. Ze riep naar Moos, die aan de overkant in bed lag, dat haar man het geld niet had en morgen niet kon betalen. Toen ze bij Sam terug in bed stapte, zei ze dat alles was opgelost, want nu kon Moos niet slapen. Op de een of andere manier dacht ik dat Duitsland op deze manier zijn schuldcomplex was bezorgd. Jammer dat je in Heerlen ook de Duitse TV kon ontvangen.
Top
|