|
De wetenschapper als priester
|
|
Wat zoek je nog, als er geen waarheid meer is die gevonden kan worden?
Roger Dols
9 april 2004
Untitled Document
Het lichaam van de priester is versteend. Hij zit,
geknield, met het gezicht hemelwaarts versteend op de grond. Hij ziet
niet. Hij hoort niet. Hij wordt niets gewaar. Hij droomt. De priester
wordt in zijn tempel tot een archaïsch standbeeld, dat daar eigenlijk
alleen nog staat om een groep nostalgische wishfull-thinkers te amuseren.
De priester en zijn religie als lustobject. De priester met zijn placebo
voor de geesteszieken.
De wetenschapper? Laat hem zijn eigen tempel bouwen.
Laat hem knielen in het aangezicht van zijn eigen creaties en laat
hem verstenen. Dit is alles wat hem ontbreekt om identiek aan de priester
te zijn. Ook zijn geest leeft niet meer. Hij droomt enkel nog over
waarheid en kenbare werkelijkheid. Laat de wetenschapper zijn eigen
tempel betreden, opdat hij tentoongesteld kan worden aan zijn wishfull-thinkers.
In de etalage met zijn placebo voor de levensvrezers.
De hemel is leeg. De waarheid is een illusie. Religie
en wetenschap liggen gebroederlijk naast elkaar in het museum, naast
de potten met misgeboorten op sterk water. De priester en de wetenschapper
staan als standbeelden het museum op te vrolijken. Dogma’s zijn
in de shops van het museum in de uitverkoop. Voor de ingang verdringen
zich de gelovigen, new-agers, wetenschap-aanhangers om als eerste
binnen te mogen in dit rariteitenkabinet. Dit zijn de echte fans,
geweld niet schuwend om vooraan te staan, zwaaiend met gadgets zoals
theorieën en dogma’s, strijdkreten slakend en lijken van
ongelovigen zaaiend. Op afstand worden zij gadegeslagen door een handvol
mensen die zowel van de priester, de wetenschapper als van hun fans
niets willen weten.
Twee straten verder staat de nieuwe verkondiger
stilzwijgend Zichzelf en Het Grote Niets te verkondigen. Hij verkondigd
zijn levensessentie. Hij verkondigt dit met hart en ziel. De nieuwe
verkondiger doet dit stilzwijgend omdat aanhangers corrumperen en
vervuilen. Maatstaven, waarheden, leiding en structuur ontbreken.
Deze worden noodzakelijkerwijs gecreëerd als wegwerpartikelen.
Zij kunnen slechts gereedschap zijn voor de verkondiger. De houweel
en het plamuurmes zijn immers ook geen vijanden. Met de ene breekt
men af en met de andere bouwt men op. Zij zitten beide in de gereedschapskist.
De nieuwe verkondiger weet wanneer hij welke nodig heeft en wanneer
deze weer de gereedschapskist in gaat. De nieuwe verkondiger is de
maatstaf, en niet andersom. Hij is ook niet goed of slecht, hij is
de maatstaf, zoals iedere nieuwe verkondiger de maatstaf is. Zij kunnen
strijdig aan elkaar zijn en zij kunnen vriendschappelijk met elkaar
zijn. Zij oordelen echter alleen over zichzelf.
Top