Harry Prenger
29 augustus 2004
Untitled Document
 |
| |
De rokjes reikten
tot ver boven kniehoogte, maar op een goedkeurende blik hoefden de
meisjes niet te rekenen. Nu eens effe niet. Ik was een vakantiebestemming
op het spoor. Een vakantiebestemming die zelfs door de meest fervente
toerist nog niet was ontdekt. Sterker nog, het stond niet eens te
boek als vakantieoord. Dus gauw er op uit om het onbekende en het
ongewisse te proeven. Bepakt met een rugzak vol ongeduld. Op het moment
dat ik uit de trein stapte, voelde ik mijn t-shirt aan mijn rug plakken.
Even later sijpelde een druppeltje zweet langs mijn slaap. Dagenlang
niks aan de hand en uitgerekend vandaag werd een pact gesmeed tussen
gemoedstoestand en klimaat. Ondanks de hitte krioelde het in het centrum
van de stad. Terrasjes zinderden.
Ik merkte hoe het verstrijken van de tijd in mijn voordeel kantelde.
En dat ging zo. Mijn zintuigen zaten op het puntje van de stoel, niets
ontging ze, informatie werd subtiel maar daadkrachtig doorgeseind.
Ha, lekker genieten van het gedoe om je heen en de dingen die zouden
komen. Een fotorolletje dat ter plekke wordt ontwikkeld. Zozeer ging
ik op in het observeren van de dingen, bijkans botste ik tegen een
hommel, dat ik de plek van bestemming twee keer voorbij liep.
Plots slaakte ik een kreet. Mijn verbazing betrof een bouwval in staat
van ontbinding. Als een indiaan tuurde ik voorover gebukt tegen het
glas om beter door het raam te kunnen kijken. Wat ik toen zag was
allesbehalve een vakantieoord, maar een opslagplaats voor een kluwen
der ijzerwaren en niet nader te duiden rommel. Het leek wel een botsing
van kunststromingen. Ook zag ik dat de eigenlijke bestemming zich
op de eerste verdieping bevond. Om die te bereiken moest je je leven
op het spel zetten door een aantal op elkaar gestapelde planken omhoog
te klauteren. Blijkbaar was de uitvinding van de trap tot hier nog
niet doorgedrongen. Boven aangekomen werd het ontbreken van strand
en vakantiegevoel ruimschoots gecompenseerd door witgekleurde, houten
schappen die de indruk wekten menig collector's item te verbergen.
Maar zoals zo vaak in het leven: er was meer.
Vrouwelijk schoon hing aan de muur. Ik keek omhoog en zag vrouwen
die nooit toerist zijn geweest maar trekpleister. Nina Simone, Jane
Birkin, Yma Sumac, Nancy Sinatra. Intussen steeg de temperatuur, de
zintuigen blokkeerden en de tijd hield op met kantelen. Er waren meer
kapers op de kust. En verdomd, daar kwamen ze al aan gesjokt. Hun
nonchalante manier van lopen, die blik in hun ogen, kortom, deze plek
was hun ontmoetingscentrum. Na de punker volgde de verzamelaar met
opengeklapte laptop, de wielrenner op leeftijd, de labiele gothic
en natuurlijk, de zenuwlijer. Allen zeer nadrukkelijk van het mannelijke
geslacht. Ook bij hen bruisten de vakantieperikelen, aangewakkerd
door damesblikken vanaf de muur. Er bij staan. Er naar kijken. Een
vakantiegevoel kweken. Zonder strand, zonder palmbomen, maar stiekem
wel met losbandige gedachten. De weg naar de uitgang, waar het gewone
leven ons opwachtte als de behandelkamer van een tandarts, stelden
we zo lang mogelijk uit. Toen ik eindelijk naar buiten liep merkte
ik hoe Nancy Sinatra vanaf de lp-hoes naar me knipoogde.
Top