|
|
|
|
Monica
Dols
11 mei 2004
Untitled Document
Aantal reacties: 12
|
|
De bitterheid
die mijn lichaam soms vergiftigd is definieerbaar. Veel meer dan de
goede tijden, de tijden van liefde. Wat is liefde? Een constante stroom
van warme gevoelens voor deze of gene? Voor misschien wel meer dan
een persoon. Voor de hele wereld.
Of een fluctuerend gevoel van uitzinnige blijheid en verschrikkelijke
teleurstelling?
Teleurstelling, is dat de uitkomst per definitie van liefde? Maar
dit is de bitterheid die spreekt. De ervaring in mijn leven opgedaan
als liefde gevend en liefde nemend persoon.
Ontdekken is een belangrijk goed in het leven. Het ontdekken van de
liefde wellicht wel het belangrijkste aspect ervan. Maar het vreemde
van dit ontdekken is het ontleden van het woord, het ontleden van
de betekenis. Niet het ontdekken zelf, want het blijkt een utopie.
Liefde ontdekken, het klinkt zo mooi maar tegelijkertijd zo leeg.
Alsof je voortdurend in een gangenstelsel ronddwaalt op zoek naar
de uitgang, het licht. Maar de ene na de andere gang leiden je alleen
maar verder het donker in. Je zaklampbatterijen begeven het. Dat geeft
niets, je hebt nog lucifers. Maar ook dat doosje raakt leeg. Je krijtje
om de gangen te merken is vervolgens versleten. En nog steeds dwaal
je daar. Verloren, voor het licht en de warmte om je in te koesteren.
Een niet te begrijpen leegheid vult zich binnenin. Een eeuwigdurende
kou doet je hart koelen. Het klopt nog wel, gestaag zelfs. Maar dat
is alles. Dat is het leven, een hart dat regelmatig klopt. Meer is
er niet. Liefde is waarschijnlijk verzonnen door de mens, net als
God. Om betekenis te geven, om aan vast te klampen, om het leven te
kunnen leven, om de doelloosheid ervan te ontkennen.
Soms denk je even dat het niet waar is, deze bitterheid. Dan wil je
erin geloven, net als alle anderen. Je wilt de schittering zien, je
aan iemand vastklampen en hem of haar tot de LIEFDE verklaren. Blind
voor alles hou je je eraan vast. Je vecht, soms jarenlang, om niet
los te laten. Je wilt niet in de leegte vallen, je weigert de kou
te aanvaarden. En het gaat goed, heel lang goed. Totdat het voorwerp
van je liefde jouw loslaat. Je laat vallen en daarbij je lichaam doorboort
met gaten, je hart als een citroen uitknijpt. Alsof diegene je optilt
tot grote hoogten om je vervolgens in een eeuwig durende afgrond te
storten.
Je kunt niet anders. Verdoemd tot de doelloosheid. Sommigen klampen
zich daarna vast aan een religie, dan zit je altijd safe. God kan
je in ieder geval niet verstoten. Of wel?
Anderen proberen het steeds opnieuw. Met iedere keer een nieuw litteken
als bewijs van de leugen der liefde. Zij verbijten de pijn, verloochenen
zichzelf, en anderen, met alleen hun grijpgrage handen. Je zou klauwen
moeten hebben om de liefde beter vast te kunnen grijpen.
Weer anderen geven het gewoon op. Zij trachten het leven te leven
in eenvoudig al zijn doelloosheid. Het is eenzaam, maar leven met
liefde kan niet minder eenzaam zijn.
Top
|