The No Neck Blues Band live in
Kunstencentrum België, Hasselt |
|
|
Harry
Prenger
22 april 2004
Untitled Document
Aantal reacties: 2
|
|
Op 4
en 5 juni a.s. spelen ze het Hasseltse Kunstencentrum weer binnenstebuiten,
ditmaal samen met muzikale geestverwanten Sunburned Hand Of The Man.
Nu alvast een voorproefje in de vorm van een concertbespreking naar
aanleiding van het optreden van een jaar geleden.
Muziek
bestaat uit aanknopingspunten, herkenning en houvast. Ritme, melodie
en dynamiekverschuivingen dienen als uitgangspunt voor harmonische
ontwikkelingen en verkenningen. Moeilijke werken van Stockhausen,
John Cage, Harry Partch, en voor mijn part de bulderende noise van
Merzbow, bevatten voor het geoefende oor op den duur gewenning gevolgd
door acceptatie. Volgens Edgard Varèse is muziek immers "georganiseerd
geluid".
Hasselt,
België, zaterdagavond 17 mei 2003. In het stemmig donkere Kunstencentrum
loopt een stelletje sjofele types rond in de kledinglijn van de Winkel
van Sinkel. Verspreid over tapijten die je normaal gesproken alleen
nog bij je oma ziet, ligt een arsenaal aan percussie-instrumenten,
een oude keyboard, gitaren, en wat al niet. Gezeten aan knusse tafeltjes
keuvelt het hooguit veertig man tellende publiek er nietsvermoedend
op los. Even later nemen de sjofele types plaats achter hun instrument.
Plotseling begint vanaf het balkon een met monddoek getooide Japanse
heen en weer te razen, smijtend met pannen en deksels. Het helse kabaal
tuimelt de zaal in en weerkaatst tegen de muren. The No Neck Blues
Band is begonnen.

Bassist
Matt Heyner hanteert zijn antieke cellobas zoals Jimi Hendrix destijds
de gitaar (vanwege de logge omvang gebeurt dit trouwens in een droogkomische
slow motion-act). Wanneer hij het instrument op zijn hoofd zet krijgt
het fenomeen staande bas een nieuwe betekenis; muzikant en instrument
worden een geheel. Vanavond krijgt alles een nieuwe betekenis. We
horen muziek die zich niet laat vastpinnen, niet eenduidig laat omschrijven,
niet in een context laat plaatsen. Muziek zonder identificatie. Je
kunt het simpel oplossen door te beweren dat The No Neck Blues Band
de freejazz van Sun Ra kruist met de atonale composities van Harry
Partch, maar dat doet afbreuk aan de hardnekkige weigering van NNCK
om te spelen volgens een bestaande traditie; volgens de ‘regels’
zoals boven vermeld.
Vanavond
zijn we getuige van iets bijzonders. Twee lange stukken spelen NNCK.
Het eerste werk is een aaneenschakeling van schrille klanken die een
langgerekt lint vormen van waaruit golvende bewegingen afnemen, aanzwellen
of gewoon minutenlang oorpijnigend dwarsliggen. Of zo iets. Wonderbaarlijk
genoeg blijft de spanningsboog gedurende bijna drie kwartier fier
overeind. Natuurlijk heb je voortdurend het gevoel: ze doen maar wat.
Maar de klankenbrij kent een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Je
blijft geboeid luisteren, nieuwsgierig naar wat komen gaat.
Na een
ingelaste adempauze, blaast de Japanse feeks van zo even als aanjager
van het tweede werk een saxofoon bijna aan gort. Daarna gaan alle
remmen los. Het Kunstencentrum is een dolgedraaide kermis. Trommelaars
David Nuss en Keith Connolly treden dankzij hun opzwepende ritmes
toe tot een andere dimensie, de bijdragen van de overige NNCKers sublimeren
spontaan in geluidskunst. Klanken worden op elkaar gestapeld, raken
verstrikt en vallen, nadat ze ongehoorde gedaanten hebben aangenomen,
uit elkaar. Het publiek reageert enthousiast. De muzikanten kijken
elkaar aan alsof ze ontwaken uit een hypnose. Connolly rekt zich uit
en slaakt een kreet. The No Neck Blues Band uit Brooklyn creëerde
zojuist een nieuwe muziekduiding: ongeorganiseerd geluid. Wat een
belevenis!
Eerder
ook gepubliceerd op Kindamuzik
Top